Objectieve journalistiek is wartaal

Terwijl de term ‘nepnieuws’ zijn intrede gedaan heeft, lukt het mij al decennia niet om ons niet-nepnieuws zonder meer te geloven. Lode Vanoost verwoordt uitmuntend waar mijn ontevredenheid over ons nieuws vandaan komt. Daarom houd ik het vandaag kort.

Klik hier voor zijn lezenswaardige pleitrede voor ‘benoemde subjectiviteit’.
In dit betoog is een link naar de levensgevaarlijke pseudo-objectieve VRT-documentaire opgenomen, die hij – pars pro toto* – van zijn kritiek voorziet.

En voor wie zich dieper wil verdiepen in de beeldvorming, ons wijsgemaakt door (de spindoctors en pr-managers van) onze politici, kan hier klikken. Dan opent een net zo ter zake doend artikel van Marcel ten Hooven over het belang van de bevindingen van Hannah Arendt in onze tijd van ‘zwendeltaal en pr-middelen in de politiek’.

Ik heb er niets aan toe te voegen…

_____________
* Pars pro toto: de kritiek op deze ene VRT-documentaire geldt voor heel veel, nagenoeg alle ‘objectieve’ documentaires (dit deel staat voor een geheel).

Chileens voorbeeld

In Chili wonen ongeveer net zo veel mensen als in Nederland, maar net als in België zijn de Chilenen doorgaans katholiek. We kennen het land van Augusto Pinochet, die via een militaire staatsgreep in 1973 de socialistische president Salvador Allende afzette. En ik ken het land als een van de landen waar Europeanen, voor wie hier de grond te heet onder de voeten wordt, graag hun heil zoeken. Pas in 1990 keerde de democratie er terug. De Presidentiële republiek Chili kent net als de Koninkrijken België en Nederland een meerpartijenstelsel en hun staatshoofd heet momenteel Michelle Bachelet.

Nèt de regering van dìt land heeft Israël als eerste ter wereld openlijk opgeroepen Ahed Tamimi in afwachting van haar proces onverwijld vrij te laten en eist dat in haar proces de regels van correcte rechtsgang worden gerespecteerd.

Op vrijdag 17 februari jl. verspreidde het Chileense ministerie van buitenlandse zaken een officiële verklaring aan de ambassade van Israël in Chili. Daarin drukt de regering zijn “grote bezorgdheid” uit over de behandeling van de 17-jarige Ahed Tamimi, die voor het ogenblik in een militaire gevangenis in Israël op haar proces wacht voor een militaire bezettingsrechtbank.
“Gezien de ongelukkige situatie waarin deze minderjarig persoon zich bevindt, herhaalt de Chileense regering aan de vertegenwoordiging van Israël de noodzaak dat de rechten van deze Palestijnse minderjarige ten volle worden gerespecteerd.”
De regering van Israël moet van dit ministerie “garanties van correcte rechtsgang” geven en de rechtbank heeft de verantwoordelijkheid om “de omstandigheden en de spanningen ter plaatse” te evalueren, toen het incident plaatsgreep (een verwijzing naar de klap die de onbewapende Ahed Tamimi op 15 december 2017 gaf aan een zwaar bewapende Israëlische soldaat van de bezettingstroepen op de inrit van haar thuis).
De verklaring eindigt met te stellen dat de Chileense regering “de prompte vrijlating van Ahed Tamimi verwacht.”

Toen ik dit las, betreurde ik het heel eventjes dat de grond hier nooit te heet onder mijn voeten geworden is; vervolgens vroeg ik mij af:
“Overduidelijk is, volgens mij, dat Israël tal van VN-verdragen aan haar laars lapt, waaronder de verplichtingen van het internationaal recht om kinderen te beschermen tegen te strenge criminele bestraffing. Waarom vraagt Chili Israël als eerste regering een correcte rechtsgang te garanderen? Ik leef toch ook in een beschaafd land?”

Bron: “Chili eist als eerste staat ter wereld de vrijlating van Ahed Tamimi” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen op 19 februari 2018.

Het gaat om ‘wat’

Gisterenavond kwam ik na het avondeten thuis. Bij een vriend had ik tofu, op zijn Chinees klaargemaakt, met groenten en bami gegeten. Ik besloot nog even een haardvuur te maken. Slecht voor het milieu, ik weet het, maar ik deed het toch. Al snel knapperde het vuurtje in mijn woonkamer. Ik zette me op een stoel er tegenover.

Mijn gedachten gingen naar de afgelopen dag. Op de fiets naar Utrecht had ik herinneringen gehad aan mijn jammerlijke gedachten over een gesprek, ooit met een vriendin. In Utrecht sprak ik een andere vriendin onder meer over mijn gedachten over dat gesprek met die eerste. Daarna was ik naar een vriend gegaan, waarmee ik allerlei gesprekken had gevoerd, waaronder… Juist. En toen die tofu met groenten en bami.

Kijkend in het vuur gingen mijn gedachten naar de afgelopen week. Gesprekken en informatie. Indrukken en stilte. Waken, stilzitten en slapen. Mooi woord eigenlijk: ‘indrukken’. Alsof je een versteende voetafdruk van een dinosaurus vindt, zo vind ik herinneringen terug die ‘indruk’ op mij gemaakt hebben.

Wat is nu echt belangrijk? mijmerde ik bij mezelf.
Wat, van wat ik deze week heb meegemaakt, doet er toe? preciseerde ik.
Kan ik dat nu al weten, of weten we dat altijd pas langer achteraf?

Ik deed een blok hout op mijn vuurtje om het aan te houden en liep naar de koelkast voor een glas wijn.
Waarom alcohol? Mijn vriend-van-de-tofu doet mee om 40 dagen geen alcohol te drinken. Omdat hij eerder begonnen is dan na carnaval, is hij nu al op de helft. Hij merkt positieve verschillen.
De druivensap in mijn koelkast is waarschijnlijk niet goed meer. Net als de bosvruchtensap. In de cassis heb ik geen zin.
Met een glas water zet ik mij weer voor het vuur.

Hoe zou ik deze tijd omschrijven? Trump? Rutte? Nee, niet die van Halbe Zijlstra of Thierrie Baudet.
De tijd waarin heel de wereld zich niets aantrok van het lot van de Palestijnen? En van de Grieken, Rohingya, Tibetanen, de nog overgebleven Indianen; van alle Vreemden; de tijd waarin wij-en-zij-denken na de Tweede Wereldoorlog weer mode werd?
De tijd waarin we de klimaatproblemen begonnen te onderkennen maar niet bereid waren iets aan onze levensstijl te veranderen?
Toen had ik geen gedachten meer; keek enkel naar het vuur dat mij verwarmde.
Ik nam nog maar eens een slok water.
Geknesper.
Vlammetjes en één heel lange, sierlijk van onder naar hoog.
Ik wil weten hoe het met een familielid van mij gaat; morgenochtend bellen. Niet nu.
Het is alsof een miniwind door de vlammen raast.

Zo zat ik misschien wel vijf minuten. Misschien een kwartier. Tijdloos en stil zoals het geluid van de golven op het strand me aan stilte kan doen denken. In het geluid van golven aan het strand kan ik alles horen; stilte, maar ook vage gesprekken of muziekstukken.
Het geknesper in mijn vuurtje deed me ineens denken aan bigbandmuziek. Onlangs gehoord in TivoliVredenburg. De klankkleur herinnerde mij aan de tijd dat ik speelde in het Utrechts Jazzorkest en bij Jubal waar ik trombone leerde spelen. Indrukken.
Hi, hi.

Dat is het! Wat er echt toe doet is wat ik deed en doe.
Of ik nu samen muziek maak, gedachten uitwissel, stilzit, slaap of mijn werk uitmuntend doe. Het gaat om ‘wat’: ‘Ik heb een steen verlegd,

in een rivier op aarde.
Het water gaat er anders dan voorheen.
De stroom van een rivier, hou je niet tegen
het water vindt er altijd wel een weg omheen.
Misschien eens gevuld, door sneeuw en regen,
neemt de rivier m’n kiezel met zich mee.
Om hem, dan glad en rond gesleten,
te laten rusten in de luwte van de zee.

Ik heb een steen verlegd,
in een rivier op aarde.
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten.
Ik leverde bewijs van mijn bestaan.
Omdat, door het verleggen van die ene steen,
de stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan’, zong Bram Vermeulen ooit. Dat is wat er voor mij toe doet: de steentjes, die ìk heb verlegd. Vandaag, gisteren en daarvoor.

Het vuur liet ik uitbranden tot het gloeide; tot het hier en daar nog gloeide. Ik schonk mezelf een glas witte wijn in, poetste mijn tanden na gerag en geflos, waste mijn nek en ik ging naar bed. Het glas wijn plaatste ik naast mijn bed.

Vanmorgen stond het er nog, net zo vol als ik het gisteren had ingeschonken.
Na opstaan, wassen, ontbijten en bellen dacht ik bij mijzelf: Welk steentje ga ik vandaag in welke rivier verleggen? Wat voor moois ga ik vandaag bijdragen aan de wereld inclusief mijn familie, vrienden en aan mijzelf?
“Wat voor moois nog meer? preciseerde ik.
Hi, hi.

Alweer ‘fake news’ doorgeprikt

In april 2017 liet de president van de Verenigde Staten van Amerika (VS), Donald Trump, ter vergelding van een Syrische aanval met het uiterst giftige, kleur- en reukloze Sarin-gas tegen haar eigen bevolking een aanval met 59 kruisraketten uitvoeren op een Syrische luchtmachtbasis. Natuurlijk moest de grootste en zwaarste bom waarover de VS beschikten ook gebruikt worden.

Tot mijn ergernis kreeg Trump applaus en bijval van nagenoeg alle Westers-georiënteerde regeringen, inclusief die van Nederland. Mijn ergernis bestond er uit dat de Verenigde Naties (VN) nog aan het onderzoeken was of de berichten over die chemische aanval juist waren, welke middelen precies gebruikt waren en wie daarvoor verantwoordelijk was en ik ergerde me er aan dat ‘begrepen’ en toegejuicht werd dat een lid van de VN op eigen houtje voor rechter en beul speelt. Welke andere reden dan de meest gevaarlijke president op aarde te paaien kunnen Westerse regeringen hebben (gehad) voor hun bijval? En welke buitenrechtelijke onbeschofte wereld oogsten zij daarmee op de lange termijn?

Afgelopen vrijdag deelde Jim Mattis, de defensieminister (defensie ?) onder Trump, mee: “De VS beschikt over geen bewijzen die de berichten van hulporganisaties en anderen bevestigen dat de Syrische regering het dodelijke chemische Sarin tegen haar eigen bevolking heeft gebruikt.”
Hij was niet duidelijk of hij enkel over het dodelijke incident in het plaatsje Khan Sheikhun sprak, waarbij 86 mensen zouden zijn omgekomen. Wel duidelijk is dat zo’n kruisraket $ 832.000 per stuk kost. Er is dus voor minstens $ 49.000.000 munitie afgeschoten louter op basis van een gerucht. De Raytheon Company, de Amerikaanse producent van kernwapens, heeft er dus een mooie cent aan verdiend (wat weer goed was voor het Amerikaanse bbp).

Irak was in 2003 al door toedoen van de VS met steun van andere landen, waaronder ‘politieke steun’ van Nederland, op basis van leugens en oorlogspropaganda in een eindeloze spiraal van geweld terecht gekomen.

Gelukkig maar dat bij de tientallen recente luchtaanvallen boven Irak en Syrië nog geen enkele dode is gevallen, voor wie het wil geloven.

Bron: “Pentagon: “Geen bewijs van Syrische gifgasaanval”” door Ludo De Brabander via DeWereldMorgen op 14 februari 2018.

Oordeel alleen met een gezond wantrouwen in de eigen gelederen

We praten over nepnieuws alsof er ‘objectief feitelijk nieuws’ bestaat. Dat laatste lijkt mij een arrogant-bedroevende overschatting van onze kennis over ‘de’ werkelijkheid. Vertel zelf maar eens een verhaal zonder positie te kiezen. Het lukt u niet!

In 1984 liep ik vanuit de Utrechtse universiteit stage bij het openbaar lichaam Rijnmond; de stadsprovincie in oprichting die nooit een zelfstandige provincie geworden is. Een van de projecten was de Tweede Maasvlakte. Op onze kamer, die ik met 3 andere medewerkers deelde, stond anderhalve meter aan rapporten daarover. Mijn stagebegeleider deed er schamper over, zoals hij zich vaak geringschattend uitliet over technocratische regels. Ik vroeg hem waarom hij neerbuigend deed over deze onderzoeksrapporten en wierp hem tegen dat het toch belangrijk is dat alle risico’s, tegens en voors geïnventariseerd worden?
Hij antwoordde dat het bij beleidsmakers en bestuurders ontbreekt aan visie op maatschappij, mens en natuur; het ontbreekt bij hen zelfs op al die vlakken aan basale kennis. Daarom onderzoeken ze van alles en nog wat, brengen die onderzoeken terug tot een half A4-tje en nemen op basis van emoties beslissingen. Hij vervolgde te vertellen dat nagenoeg heel deze anderhalve meter aan rapporten ongelezen de papierversnipperaar ingaat. Zelfs van de conclusies wordt hooguit slechts een regel gebruikt bij beslissingen.

Kortom niet feiten, maar verhalen vormen de drijfveer van elk maatschappelijk debat.

En of we het nu over Halbe Zijlstra hebben die erbij was toen Poetin zijn expansiedrift toelichtte; het is niet nieuw, het is niet oud, het is nooit anders geweest. Helaas kunnen we bestuurders, waarvan bekend is geworden dat zij eens anderen bedrogen, niet serieus nemen; ze zouden een voorbeeldig leven moeten leiden al denkt onze minister-president daar anders over. Kom er maar eens om. Zouden we de afscheidsspeech van de heer Zijlstra serieus nemen, dan roept dat de vraag op hoe hij het ambt van minister dan heeft kunnen aanvaarden. Tegelijkertijd doen regeringen de laatste decennia hun best alle uitkeringsgerechtigden door overheidsdienaren te laten wantrouwen, want zoals de waard is ….

We zouden ons bovendien moeten afvragen of het vertellen van een halve waarheid minder erg is dan het vertellen van leugens. Maar wanneer we ‘halve waarheden vertellen’ ook als reden tot ontslag van ministers en staatssecretarissen zouden opvoeren, welke enkelingen mogen er dan nog wèl besturen? Ook Alexander Pechtold, Arie Slob en Sybrand Buma geloven in de verhalen die ze vertellen, ook op die aspecten die strijdig zijn met de werkelijkheid van velen zoals het belang dat we hebben de dividendbelasting voor buitenlandse investeerders ten koste van ‘onze’ schatkist te verlagen. Overigens, u en ik geloven net zo goed in onze respectievelijke verhalen!

Hoe doen we dat: eerst stellen we de kenmerken van een groep vast: aandeelhouders, arbeidsongeschikten, flexwerkers, harde werkers (hetgeen een aanduiding is voor werkenden die daarvoor betaald worden), immigranten, jongeren, kinderen, mantelzorgers, ondernemers, ouderen, Russen, schuldenaren, starters op de arbeidsmarkt, studenten, vakbonden, verstandelijk beperkten. Vervolgens maken we een wij-zij-verhaal: arbeidsongeschikten kosten de samenleving zoveel euro, pensioengerechtigden kunnen langer doorwerken. Gaat het over mensen die deel uitmaken of ooit uitmaakten van andere culturen dan de Nederlandse dan worden de verhalen al snel gelardeerd met bijvoorbeeld ‘gewelddadigheid’ die toe te schrijven is aan brutaliteit, geloofsovertuigingen en ideologieën. Daartegenover wordt dan ‘onze eigen culturele en ideologische achtergrond’ als ‘geweldloos’ en ‘verlicht’ afgeschilderd. Allemaal halve waarheden als het al geen pertinente leugens zijn.

Omwille van ‘ons’ politiek-ideologische verhaal hadden we weinig aandacht voor de slachtoffers van Saddam Hoessein’s moordpartijen zolang Westerse landen hem zijn chemische wapens leverden. Zijn gruweldaden werden pas uitvoerig als genocide bestempeld toen hij plots onze vijand werd na zijn inval in Koeweit. Niet omwille van onze objectiviteit en ‘verlichtheid’ maar vanwege ‘ons’ politiek-ideologisch verhaal kregen we bijna niets te horen over de destructie van erfgoed in Irak door Westerse troepen, maar toen Daesh (ISIL, ISIS of IS) ten tonele verscheen en in Syrië heel wat erfgoed verwoestte, werd dat weer wel breed uitgemeten als een toonbeeld van hun waanzin.

Ik wil er maar mee zeggen: stop de hypocrisie en stel u met gezond wantrouwen ook in de eigen gelederen goed op de hoogte voor u tot een oordeel komt.

‘Eén van de meeste elementaire morele principes is dat van ‘universaliteit’:
de standaarden die we voor anderen hanteren moeten we ook voor onszelf hanteren – of zelfs strengere. Het is echter opmerkelijk in de Westerse intellectuele cultuur dat dit principe zo vaak genegeerd wordt en, indien het soms wordt vermeld, met wantrouwen wordt veroordeeld. Dit is nog beschamender wanneer men graag met de eigen Christelijke vroomheid te koop loopt en dus vermoedelijk op zijn minst al eens gehoord heeft hoe hypocrieten in de evangeliën omschreven worden.’
Naar Noam Chomsky in “Failed States: The Abuse of Power and the Assault on Democracy”(2006), waarin Chomsky bespreekt dat de Verenigde Staten een ‘mislukte staat’ worden en zo een gevaar gaan vormen voor de Amerikanen en de wereld.

Bron: “Niet feiten maar verhalen vormen de drijfveer van maatschappelijke debat” door Jonas Slaats via DeWereldMorgen op 6 februari 2018.

Over de kunst van oud worden

Het is alweer even geleden dat Eos veel aanbidders en minnaars had. Zij was een godin; de godin van de dageraad. Een van haar minnaars was Tithonus en hun liefde was wederzijds. Eos realiseerde zich dat zij een godin was en hij een sterveling wat betekende dat hij haar eens door de dood zou verlaten. Daarom vroeg ze aan Zeus om Tithonus onsterfelijkheid te verlenen. Dat deed Zeus en daarop leefden ze enthousiast in liefde samen. Eos schonk het leven aan een dochter en een zoon. Echter, Tithonus werd steeds ouder en ouder. Zij verzorgde hem totdat zijn stem verdween en zijn lichaam uitdroogde. Ze stond uiteindelijk elke ochtend heel vroeg op zodat ze hem meer niet zou hoeven zien.

Zo, de toon is gezet. Dit stukje gaat over de ‘kunst van het oud worden’, zoals de oud-Romeins advocaat, filosoof, politicus en redenaar Marcus Tullius Cicero (106 – 43 vChr) daar tegenaan keek. Hij zette over oud worden, net als over tal van andere aspecten van het leven, zijn gedachten uiteen; deze voor zijn vriend Titus Pomponius Atticus. Cicero wilde hem en zichzelf met zijn uiteenzetting ‘bevrijden van de last van het oud worden’. Immers, zo redeneerde hij, voor de meeste mensen is ouderdom een last die ‘zwaarder weegt dan de Etna’.

De meest geschikte wapens voor een prettige beleving van de ouderdom vindt Cicero ‘de vrije kunsten en de beoefening van deugden’. ‘Als je daaraan in elke levensfase veel aandacht hebt besteed dan zullen ze na een lang en intens leven de prachtigste vruchten voortbrengen’.

‘De naderende dood verdient geen aandacht, want hoewel de dood voor ouderen steeds dichterbij komt, is een oude man deerniswekkend als hij in zijn lange leven niet ingezien heeft dat we de dood moeten laten voor wat hij is. De optimale grens voor het leven is gewoon bereikt wanneer het door de natuur samengestelde werk weer ontbindt terwijl je geesteskracht nog intact is en je zintuigen niet wankelen’.

‘De mens heeft van de natuur, of van een godheid, niets prachtigers gekregen dan zijn verstand. En dat goddelijk geschenk, die gave, kent geen grotere vijand dan genot. En juist de ouderdom kent geen vormen van genot waar nog speciaal naar gehunkerd wordt: geen steeds bijgevulde bekers, geen luxe diners en afgeladen tafels, geen slapeloze nachten en moeizame spijsvertering. Genietingen hebben bij ouderen gewoon niet zo’n groot prikkelend effect meer en van hetgeen waarnaar je niet heel sterk verlangt, heb je ook geen last’.

‘De ouderdom ontneemt ons onze activiteiten, tenminste de activiteiten die horen bij jeugd en kracht. Wie zegt dat ouderdom en activiteiten niet samengaan heeft daarentegen volgens Cicero gèèn argumenten. Je moet gebruik maken van wat voorhanden is. Bij alles wat je doet moet je handelen naar je krachten en bij grote activiteiten tellen toch niet zozeer beweeglijkheid, fysieke kracht of snelheid, maar veel eerder gezag, oordeelsvorming en wijs beleid? En juist die kwaliteiten nemen als het meezit naarmate we ouder worden alleen maar toe’.

‘Voor mensen die van zichzelf niets hebben wat helpt om goed en gelukkig te leven is elke leeftijd bezwaarlijk. Maar, redeneert hij, zoek je alle goeds bij jezelf dan kan wat noodzakelijkerwijs van nature komt nooit iets slechts lijken. En nu net ouderdom is bij uitstek een natuurlijk gegeven: Iedereen hoopt een hoge leeftijd te bereiken’, Lang zal hij leven! ‘maar zodra die is bereikt, spreekt men er kwaad van’. ‘Een mens heeft genoeg geleefd, vertelt Cicero zijn vriend Atticus, wanneer hij al zijn interesses voldoende heeft gevolgd; niemand wil Tithonus’ voorbeeld volgen’.

En tenslotte heeft hij nog een tip voor ouderen: ‘De aarde weigert nooit een opdracht en geeft wat ze heeft ontvangen nooit terug zonder rente; altijd met extra opbrengst, soms klein en meestal groot. Vandaar dat het boerenbestaan dichtbij de levenswijze van een oude wijze komt’, adviseert Cicero.

Ik vermoed dat Cicero nog steeds niet is overtroffen; zeker niet in optimisme. Hij schreef dit boek overigens nadat hij bestuurlijk uitgerangeerd was en nadat zijn leven zelfs ternauwernood ‘gespaard’ bleef door Julius Ceasar. Eerst had hij toen op zich genomen om buiten Rome in Tusculum inzichten uit de Griekse wijsbegeerte naar het Latijn te vertalen (om herinnerd te worden met eeuwige roem). Vlak nadat zijn geliefde dochter Tullia was overleden begon hij, vlak voor zijn dood, aan dit boek dat hij op 62-jarige leeftijd voltooide.

Bron: dit is mijn samenvatting van “De kunst van het oud worden” (44 vChr) door Cicero, 95 door Vincent Hunink vertaalde pagina’s en in 2017 uitgegeven door Athenaeum – Polak & Van Gennep in Amsterdam.

Zonder zijn we niets

De heer Sales Abdeslam is in Brussel aangekomen om daar berecht te worden.

BinckBank wil stoppen de merknaam ‘Alex’ Te gebruiken.

Bitcoin is door een koersval € 37.000.000.000 minder waard.

De knallen van een explosie in een Chinese vuurwerkfabriek zijn ver weg te horen geweest.

Als achtergrond zie ik dat ik kan bekijken voor welke misdaden Willem Holleeder berecht wordt.

50 kopstukken uit het Belgisch bedrijfsleven willen niet dat Lufthansa ‘Brussels Airlines’ bij ‘Eurowings’ onderbrengt.

Gisteravond keken bijna 3.500.000 mensen in Nederland naar de televisieserie ‘De luizenmoeder’.

Nissan investeert in de verkoop van elektrische auto’s in China.

Het Internationaal Olympisch Comité heft de levenslange schorsing van 15 Russische sporters voor de komende Olympische Winterspelen niet op.

Hoewel minder tabak is verkocht heeft Primera toch een lichte omzetgroei bereikt.

Ons Kabinet wil de Eilandraad, het bestuur Sint-Eustatius, kunnen ontbinden vanwege geconstateerde wetteloosheid en financieel wanbeheer dat ten koste gaat van burgers en bedrijven.

Er moet volgens een privé detective onderzoek gedaan worden naar de omstandigheden waarin de Limburgse Ivana Smits in Kuala Lumpur van een balkon gevallen is.

Eagles won van Patriots waardoor ze de Super Bowl gewonnen heeft.

In Moskou ligt een recordhoogte aan sneeuw.

Er is een recordlaagte aan starters op de Nederlandse woningmarkt.

Het woningtekort in Nederland blijft tot 2020 toenemen.

Ik wil maar zeggen: wat zou ik in mijn leven van alledag,

waarin ik me was, ontbijt, een vuilcontainer aan de straat mag zetten, naar mijn werk ga over de openbare weg, relaties met allerlei mensen onderhoud en van alles doe wat wij allemaal in ons leven moeten, mogen en kunnen doen,

als een kip zonder kop ronddwalen over de aardbodem wanneer ik niet op de hoogte zou zijn van het nieuws, zoals dat aan ons verteld wordt.

Bron: alle nieuwsitems, met uitzondering van die welke onder ‘Sport’ gerubriceerd zijn, via nu.nl op 5 februari 2018 rond 10.10 uur.

Een bijzonder gesprek

Vorige week vrijdag was ik getuige van een bijzonder gesprek.

Het was koud en ik moest wat inkopen doen. Een neef is binnenkort jarig, zijn zoon ga ik binnenkort zien en zijn moeder is herstellende van een operatie. Ik zal ze alle drie zien. Dan vind ik het leuk iets mee te nemen. Voor het gebaar. Ik liep dus door Utrecht richting De Wijze Kater, want ik verwachtte daar of daar in de buurt wel te slagen. En zo geschiedde, dus tot zover niets memorabels.

Dat ik goed geslaagd was, was een reden om nog lekker ergens iets warms te eten en te drinken. Ik week af van mijn geijkte route en verdwaalde in de buurt van de Oudegracht. Ik weet dat ik vlak langs het water liep. Het was een smal pad met bomen ter hoogte van en aan de waterkant langs de Lijnmarkt. Daar was ik al lange tijd niet meer geweest. Er stond een deur open. Ik dacht van een horecagelegenheid. Daar ging ik naar binnen voor mijn traktatie aan mijzelf. Ik bevond me in een lange gang met ledverlichting aan een kant. De kleuren veranderden steeds. Ik nam een deur naar rechts en liep richting een brandende vintage schemerlamp. Die bleek een hal te verlichten met enkele deuren. Ik woon nu al sinds 1975 in Utrecht, maar dit heb ik nooit geweten. Vanaf de Lijnmarkt ga je de trap af naar het water van de Oudegracht en dan loop je naar rechts en neemt even verder een deur rechts. Er bevindt zich een wereld onder de Utrechtse binnenstad. Op goed geluk nam ik afgelopen vrijdag de vierde deur, want toen ik de derde deur opendeed was het daarachter pikdonker. Achter de vierde was het ook niet goed verlicht, maar ik kon de contouren van de gang redelijk zien. De gang kronkelde. Ik realiseerde me dat ik door het gekronkel mijn richtingsgevoel kwijt raakte. Ik liep naar beneden. Langs een brandende kandelaar. Na een tijdje langs nog een. Er waren soms keuzemogelijkheden waardoor ik me bedacht dat Theseus, door Ariadne met een zwaard en kluwen wol geholpen, de weg uit het labyrint wel zou vinden, maar dat ik hier weerloos dieper en dieper een gangenstelsel inging, zonder besef hoe er ooit weer uit te komen. Dat dat goed gekomen is, bewijst mijn verhaal dat ik u nu nog kan vertellen, maar op dat moment begon ik me onzekerder en onzekerder te voelen. Door nieuwsgierigheid net iets harder vooruit gedreven dan door angst terug liep ik verder. Ik hoorde gedempte stemmen van kinderen en volwassenen. Daaruit maakte ik op dat ik me wellicht ergens in de buurt van DOM-Under onder het Domplein bevond. Maar mijn tocht was nog lang niet ten einde. De stemmen dempten totdat ik ze niet meer hoorde. Ik vroeg me steeds serieuzer af wat ik aan het doen was. Af en toe liep ik langs een fakkel, en die werden brandend gehouden, wat me weer gerust stelde. Ik zag vaag een teken aan de wand. Een symbool voor vrouw, met onderaan het plusje twee vleugels en door de cirkel een veeg. In het midden van de cirkel een stip. Dat moest het teken van de Rozenkruisers zijn; een geheim genootschap zoals de Vrijmetselaars en de Orde van de Gouden Dageraad.

Bij een volgende fakkel rustte ik even uit, maar naarmate ik mij meer realiseerde hoe kwetsbaar ik was, werd ik banger in plaats van dat ik tot rust kwam. Aangezien ik nimmer de weg terug zou vinden, besloot ik mijn nieuwsgierigheid dan maar te bevredigen. Ik liep door. Merkwaardig toch, zo’n hele onbekende wereld te betreden onder de stad die ik wel redelijk ken. Nu kwam ik door een aantal hallen met deuren. Ik zag in een van die hallen stro waarop kennelijk geslapen was. Er lagen wat kledingstukken bij. Ik kwam in een mooie hal met een fontein, waar vers brood op een bankje lag. Ik nam er een stukje van. Verderop lag een hond aan de ketting. Het beest gromde of blafte niet, maar hield me goed in de gaten. Ik was blij met die ketting. Toen kwam ik in een gang rondom een mooie hal, met hier en daar open vensters tussen de hal en de gang. Verderop in die gang, ze hadden mij niet gezien, liepen twee vrouwen in lange gewaden met dienbladen. De ene had bekers op haar dienblad en de ander een bergje van iets. Zij betraden de hal waar kennelijk vergaderd werd en bleven aan de kant staan. Een man stond en sprak, de anderen zaten. Ik kon iets van hun bovenlichamen waarnemen. Ze waren duidelijk in conclaaf.
“… vijf dagen vooraf gegaan, waarin alles werd gemaakt, maar dat is minder van belang voor ons onderwerp“, vertelde de staande man voordat hij ging zitten.

Het bleef geruime tijd stil.

“Dank Daniël”, sprak een witgeklede man met een witte baard. Door een venster zag ik de vrouwen met hun dienbladen nu hun nering uitdelen aan de mensen in de hal. Daarna at en dronk iedereen; enkelen fluisterden met elkaar.

“Atho”, sprak de witbebaarde man na even.

Het bleef weer even stil.

“Dank”, sprak toen de man, die kennelijk ‘Atho’ heette nadat hij opgestaan was, “Dank voor uw uitnodiging en dat ik hier het woord mag voeren enzovoort, enzovoort.”
“Er zijn natuurlijk verhalen over mensen die voortkomen uit planten of zaden, of mensen die voortkomen uit de aarde zelf, die dan ‘Moeder Aarde’ genoemd wordt, maar daarmee zijn wij niet groot gebracht.”

“Wij zijn ermee grootgebracht dat mensen uiteindelijk voortkomen uit twee boomstammen. Deze boomstammen werden door de goden omgevormd tot een man en een vrouw. U moet weten, dat er eerst een Oerreus was, vergelijkbaar met de oerknal waar tegenwoordig door de mensen over gesproken wordt. Die oerreus heette Ymir. Hij was alleen als reus op de aarde en schonk daarom het leven aan de Vorstreuzen. Dat was op aarde de eerste gemeenschap buiten het planten- en dierenrijk. Zij hadden het goed met elkaar maar leefde zoals reuzen doen, niet in overeenstemming met hun omgeving. Er was iets anders nodig voor de aarde, waardoor de goden geboren werden. Het antwoord op de vraag hoe dat gegaan is, moet ik u allen schuldig blijven, want over de oorsprong van de goden hebben wij geen verhaal. Echter, zij leefden pas nadat de Vorstreuzen niet in overeenstemming met de hen omringende natuur leefden. De goden schiepen op hun beurt dwergen die de hemel vasthielden. En toen dat alles voltooid was en goed werkte, schiepen de goden de mens dus uit twee boomstammen.”

Het bleef geruime tijd stil. Ik vond het een mooi verhaal en maakte wat aantekeningen om belangrijke details te kunnen onthouden.

“Dank, Atho”, sprak de wit bebaarde man, “U heeft mooi gesproken. Wie wil er nog iets eten of drinken?” Enkelen wilden dat en de vrouwen kwamen weer met beladen dienbladen langs. Ik zag ook een man met een leeg dienblad, die de lege bekers, borden en het gebruikte bestek meenam.

“Tenzin”, sprak de witbebaarde man.

“Dank”, sprak toen de man, die kennelijk ‘Tenzin’ heette, “Dank voor uw uitnodiging en dat ik hier het woord mag voeren enzovoort, enzovoort.”

“Er zijn natuurlijk veel verhalen en wij tasten in het duister over de eeuwige waarheid. Wat wij onze kinderen vertellen en wat wij gehoord hebben van onze ouders, die het weer van hun ouders vernamen is het volgende.”

“Gesar is bij ons een belangrijke historische figuur, die geboren is uit de leider van de stammen in Gling, dat ook wel Ling genoemd wordt, en de naam ‘Seng blon’ droeg en een nagaprinces uit de onderwereld die uitgezocht was door Padmasambhava. Laatste is een god, die de taak op zich nam het volk van Gling te bevrijden van demonen en kwade krachten, nadat de goden smeden de opdracht hadden gegeven om vogeleieren te openen. Uit deze vogeleieren zijn de zes stammen van ons volk voortgekomen.”

Het bleef weer geruime tijd stil. De witbebaarde man mompelde: “Dank, Tenzin”, en vervolgde, “mag ik uw verhaal samenvatten met ‘Uit vogeleieren, die door smeden in opdracht van goden zijn geopend’?”

“Er is meer over te zeggen, maar u heeft de kern uitstekend samengevat, Baniti”, sprak Tenzin.

Na een stilte nam de witbebaarde man, die kennelijk ‘Baniti’ heette, het woord:
“Ik stel voor direct het woord te geven aan Raisha.”
Er werd instemmend gemompeld, waarop Baniti luid sprak: “Raisha.”

De donkere vrouw in het gezelschap stond op en ging er goed voor staan voordat zij begon te spreken. Haar benen iets van elkaar en met een rechte rug schraapte zij haar keel.

“Dank voor uw uitnodiging en dat ik hier het woord mag voeren, enzovoort, enzovoort.”

“Wij geloven dat mensen voortkomen uit de onderwereld. Echter, om vanuit de onderwereld de aarde te bevolken is haast onmogelijk. Eerst is er de weg naar de bovenwereld, hier boven ons. Dan is er nog de andere wereld van de aarde waarin de mensen uit de onderwereld niet kunnen overleven. Onze schepper, de spin-grootmoeder, is er één keer in geslaagd om mensen vanuit de onderwereld naar het Zuidwesten van ons continent te leiden en hen onderweg te leren om te gaan met alles wat de aarde ons biedt.”

“Helaas kan ik u bij gebrek aan gegevens niets belangwekkends vertellen over de onderwereld.”

Het bleef weer geruime tijd stil.

“Dank, Raisha”, sprak Baniti, “U heeft mooi gesproken. Wie wil er nog iets te eten of te drinken?” Enkelen wilden dat.
“Laten wij ons ook vertreden”, sprak Baniti en iedereen stond op en liep zwijgend in alle rust kriskras door de ruimte om even later weer ergens, kennelijk op een willekeurige plaats, aan de tafel plaats te nemen. De vrouwen kwamen weer met beladen dienbladen langs en de man met een leeg dienblad, die weer in alle rust de lege bekers, borden en het gebruikte bestek meenam.

“Jiba”, sprak Baniti.

Een andere donkere vrouw stond op en sloeg haar ogen neer.

“De regenboogslang is onze oergod, maar laat mij u allereerst bedanken voor de uitnodiging hier het woord te mogen voeren enzovoort, enzovoort. Deze regenboogslang slikte eerst de mensen in, om ze later op het land uit te braken, waarna zij het land bevolkten.”

Vervolgens nam zij weer plaats.

“Dank Jiba, u heeft geen woord teveel gezegd en toch alles verteld wat wij wilden weten. Nestor, wat is uw verhaal?”

Een jongeman stond op en begon al te praten, voordat hij goed en wel stond, maar ik kon hem goed verstaan.

“In een onzer verhalen heeft Promethuis mensen uit klei gemaakt. Hij had het voorrecht om uit klei mensen te scheppen van Zeus ontvangen, dat was of is de zoon van Kronos die door de nieuwe goden verslagen was.”

“Echter, onze historische dichter Hesiodos wist ons te vertellen dat het iets meer om het lijf had. Zowel Kronos als Zeus schapen opeenvolgende rassen onder de mensheid: zo werd in de IJzertijd het menselijk geslacht geboren om te zwoegen. Gezinnen vielen uiteen onder al dit lijden en het kwade overwon het goede.”

“In de Heldentijd daarvoor werden de helden geboren uit menselijke moeders en goddelijke vaders. Velen van hen sneuvelden in de strijd. Voor enkelen van hen was dit een goede ruil, omdat zij na hun dood kwamen te leven op de Eilenden der Gelukzaligen. Daarvoor nog werd ontdekt hoe van stenen brons te maken en te bewerken. In de Bronstijd voerden mensen voortdurend oorlogen met elkaar tot zij bijna allemaal ten onder gingen aan hun gezamenlijk geweld tegen elkaar.”

“Daarvoor, in de Zilvertijd, genoten mensen van een lange kindertijd, maar eenmaal volwassen veronachtzaamden de mensen de goden en zij zijn daarom door Zeus zowel geschapen als vernietigd. De mensen uit de Goudtijd voor de Zilvertijd, die het prettig hadden met elkaar, zijn ooit door een aardbeving of overstroming weggevaagd van de aarde.”

Daarna bleef het weer stil en de jongeman ging zitten. Ik begon honger te krijgen en besloot de rest van de verhalen niet af te wachten. Hoe ik na een lange tocht – dat weet ik wel – in Utrecht teruggekomen ben, weet ik niet meer. Ik ging een deur door en stond ineens in de Domkerk. Ik keek achterom en zag geen deur, maar een altaar. Ik wist toch zeker dat ik daardoor in de kerk terecht gekomen was, maar kennelijk was de deur alleen een uitgang.

Overigens bleek mij later dat Atho het verhaal over de oorsprong van de mens vertelde uit de Noords/Germaanse historie, Tenzin het Tibetaanse verhaal, Raisha dat van de Noord-Amerikaanse Hopi-indianen, Jiba het Australische Aboriginal-verhaal en de jonge Nestor dat van de oude Grieken.

Wat mij, na dit alles meegemaakt te hebben, nog steeds ontroert was een groep mensen gezien te hebben, die naar elkaar luisterden. Wat een mooie ervaring was dat.

Goed nieuws (dat het nieuws niet bereikte)

Enkele duizenden mensen die in de bittere, natte koude een mensenketting vormen rond het Maximiliaanpark om een razzia te vermijden vormden zondagavond een ongezien hoogtepunt van een krachtige solidariteitscampagne.

Dat Maximiliaanpark ligt in de Noordwijk van Brussel. Tijdens de zomer van 2015 streken er veel migranten/vluchtelingen neer. Maandenlang al slaagt een netwerk van gewone burgers er iedere nacht opnieuw in om de honderden migranten rond het Noordstation een slaapplaats te bieden. Ze organiseren zichzelf via sociale media en slagen waar de overheid op schrijnende wijze faalt: het voorzien van een dak, een bed en een minimum aan comfort voor wie letterlijk in de kou staat.

Belgische families ondersteunen deze families-zonder-papieren in alle stilte. Scholen en onderwijzend personeel zetten zich in voor leerlingen-zonder-papieren en Belgische kerken organiseren al jarenlang opvang en hulp. Nog steeds zijn tal van Belgen in alle stilte actief in de regio’s rond Calais en Duinkerken om migranten te helpen waar mogelijk. In België bestaat een robuust netwerk van solidaire burgers die hulp organiseren voor migranten.

Dat dit solidariteitsnetwerk een sterke mobilisatiekracht heeft, werd zaterdag, twee weken geleden bewezen. Toen kwamen 8.000 mensen de straat op om het beleid van Theo Francken, staatssecretaris voor Asiel en Migratie en belast met administratieve vereenvoudiging, aan te klagen en zijn ontslag te eisen. Dat dit netwerk er een week later opnieuw in slaagt om enkele duizenden mensen op de been te brengen op een gure zondagavond, is op zich al indrukwekkend te noemen. Aangezien het doel was de politie te beletten een razzia uit te voeren, een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid, maakt het voorval indrukwekkender. Hoewel de intentie van de actievoerders volstrekt vreedzaam was, maakte het risico dat de politie gewelddadig zou ingrijpen dit gebeuren tot een hoogtepunt van een krachtige solidariteitscampagne.

Dit robuuste solidariteitsnetwerk zal zeker een doorn in het oog van politieke krachten zijn die een gespierd beleid tegenover de minst bedeelden voorstaan. In ieder geval houdt deze groeiende solidariteitsbeweging rekening met mogelijke tegenzetten van de overheid en de politiediensten. Ongetwijfeld zullen er pogingen ondernomen worden om hun solidariteit te breken. Dat zal vooral gebeuren door migranten en activisten te proberen te criminaliseren, want zo gaat het dit tijdsgewricht, zwichtend onder communicatiedeskundigen, altijd. Echter, voor we verzanden in normaal nieuws; tot de vorige alinea het goede.

Bron: “Ongeziene solidariteit: duizenden burgers weten grootscheepse razzia te vermijden” door Thomas Decreus via DeWereldMorgen op 22 januari 2018.

Wachten op trickle-down

Het gaat goed met de economie. Dat zal fijn zijn. Ik ken ook mènsen met wie het materieel goed gaat. De vraag als we iets uit het nieuws vernemen is daarentegen niet wat het nieuws is, maar wat daarvan de betekenis is. Zo ook met berichten over consumentenvertrouwen en dat het goed gaat met de economie en huizenverkoop.

Het Nibud, het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting, waarschuwt vandaag: de koopkracht van de meeste Nederlanders neemt dit jaar amper toe ook al gaat het veel beter met de economie. Producten en diensten gaan duurder worden. Wie een baan heeft, gaat er op vooruit al naar gelang het inkomen dat daaruit gegenereerd wordt, mensen met een aanvullend pensioen zien hun koopkracht dalen en voor degenen met een bijstanduitkering verandert er vrijwel niets. Degenen die niet van overheden afhankelijk zijn hoeven zich nog steeds geen zorgen te maken.

In Nederland werden we met elkaar in een jaar $ 53.000.000.000 rijker. Nederland kent inmiddels 10 miljardairs, die samen een vermogen hebben van $ 31.600.000.000. Echter, deze toename van welvaart is volgens Oxfam Novib geen teken van een bloeiende economie, maar juist een symptoom van een falend economisch systeem: de mensen die onze kleren en telefoons maken en ons voedsel verbouwen, worden gebruikt (misbruikt?) om een stabiele toevoer van goedkope producten te garanderen en de winsten te vergroten van grote bedrijven en miljardairs.

Het vermogen van alle miljardairs wereldwijd steeg met $ 762.000.000.000. Met dat geld zou 7x een einde gemaakt kunnen worden aan alle extreme armoede in de wereld. Maar goed, wij wachten al 40 jaar op het trickle-down effect, waardoor het voor iedereen beter wordt als we aandeelhouders, grootbedrijven en de allerrijksten financieel ten koste van de gemeenschappelijke schatkist bevoordelen en de armsten prikkelen gewoon meer inkomen zelf te genereren. Onze ‘verzorgingsstaat voor iedereen’ is in die 4 decennia verworden tot een ‘ruziënde afrekenstaat’; en al die tijd hoefden degenen die niet van overheden afhankelijk zijn zich als enigen géén materiële zorgen te maken; integendeel.

Bij ons is het allemaal nauwelijks nieuws; cijfers over armoede, honger, langdurige armoede, lonen, secondaire arbeidsvoorwaarden, slavernij, sociale zekerheid, de toereikendheid van de gezondheidszorg en het onderwijs, voedselbanken, zorgkosten, maar in Griekenland ligt dat nu anders. Daar weten ze er alles van. Daar was het dagenlang frontpaginanieuws dat PvdA-er, en toenmalig minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep Jeroen Dijsselbloem onlangs op de Nederlandse televisie bekende dat de zogenaamde ‘reddingsprogramma’s voor Griekenland’ in werkelijkheid de Duitse, Franse en Nederlandse banken heeft gered. Een bekentenis, die zou moeten lijden tot een complete herziening van het EU-beleid ten aanzien van de Griekse bevolking en hun land, een herziening van het hele trojkabeleid, maar in de media en politiek kreeg de nu doorgeprikte zorgvuldig geframede leugen ‘de (als ‘lui’ gekwalificeerde) Grieken tegemoet te komen’ geen aandacht. Het gaat dan ook al een tijd niet meer om de Grieken of hun land, maar om elk verzet tegen de neoliberale wensen van de Europese Unie te frustreren. Wie in het zadel zit, moet daar blijven: aandeelhouders, grootbedrijven en de allerrijksten moeten, te beginnen in Griekenland, zo snel als mogelijk alle gemeenschapsbezit kunnen exploiteren. Naar verluid onderzoekt KPNG in Amstelveen welke overheidsdiensten binnen de Europese Unie nog meer vermarkt kunnen worden. Al loopt Griekenland leeg, al kost het doden, koste wat kost wordt over de rug van de Grieken Eurosceptische partijen in andere landen voorgehouden hoe misdadig de EU zal optreden als zij aan de macht komen. In een 8-delige serie over Europese beschaving heb ik hierover van 11 tot 19 december vorig jaar een en ander in detail besproken.

Het leven voor de gewone Griek is materieel even bedroevend gebleven als het was: niet leven maar overleven. Voordat Syriza en Alexis Tsipras in januari 2015 de verkiezingen wonnen, kon het regeringsbeleid samengevat worden als snijden in alle overheidsuitgaven zonder terug te betalen. Sindsdien is daar dat terugbetalen en allerlei afgedwongen overheidsbeleid bijgekomen (wanneer jullie het niet mogelijk maken Nederlandse melk op de Griekse markt als ‘verse melk’ te verkopen, krijgen jullie de volgend tranche niet).

De enige buffer, die de Grieken nog helpt te overleven, is de familie. Veel Grieken hebben de steden verlaten en zijn met hun kinderen terug in de dorpen gaan wonen bij de grootouders, wanneer de mogelijkheid om te vertrekken naar Australië, België, Canada, Duitsland, Nederland, Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten van Amerika of door zelfmoord te plegen geen optie was. In dorpen is het leven wat goedkoper en kunnen ze samen overleven met het pensioen van oma en opa. Die zien echter hun spaargeld verdwijnen en steeds weer moet de regering van de trojka verder besparen op de pensioenen. 1 op de 3 Grieken leeft nu onder de armoedegrens van € 700 per maand.

En terwijl de Griekse failed state voor wie kijkt steeds beter zichtbaar wordt, blijven degenen die aan de touwtjes trekken maar wachten op het trickle-down effect.

Bronnen: “Grieken nog steeds uitgeperst ten bate van dezelfde banken” door Lode Vanoost via DeWereldMorgen en “82 procent van welvaartstoename naar rijkste 1 procent” en “Koopkracht blijft achter door stijgende prijzen, zegt Nibud”, beide door de Economieredactie van NOS op 22 januari 2018.