Wat we al niet kunnen maken en weten

Wat mij aan het nieuwsbericht het meest fascineert is dat ‘we’ weten dat ‘het’ er is, ook al is het zo ver weg dat het licht de tijd nog niet heeft gehad om de aarde te bereiken. ‘We’ weten het dus eerder dan ‘we’ het hebben kunnen waarnemen, want gehoord hebben ‘we’ het ook niet, en het is niet te proeven, te ruiken of te voelen:  ‘slechts’ 100.000.000.000 sterrenstelsels kunnen ‘we’ met de ruimtetelescoop Hubble traceren, de overige 900.000.000.000 zien ‘we’ nog niet. En toch weten ‘we’ dat ze er zijn.

Britse wetenschappers van de Universiteit van Nottingham weten dit door modellen te maken van wat ze wel waargenomen hebben. En dan; want daarom was het nieuws, blijkt het totaal aantal sterrenstelsels 20x zoveel als ‘we’ eerst dachten.

Bovendien hebben de wetenschappers een beeld gekregen van sterrenstelsels in verschillende periodes in de geschiedenis van het heelal. Hun onderzoek gaat terug naar meer dan 13.000.000.000 jaar. Dat is in de buurt van de oerknal die het heelal zou hebben gevormd. ‘Ze’ missen nog 6% van de geschiedenis van ons universum, te weten het allereerste stukje van zo’n 800.000.000 jaar.

Mensen zijn ook tot zulke indrukwekkende prestaties in staat.

Zo kunnen ‘wij’, die zelf tussen de 60 en 100 jaar oud worden, miljarden jaren terug bestuderen en een biljoen lichtjaren om ons heen in kaart brengen, terwijl ik het al bijzonder vind een zonsondergang, Noorderlicht of de planeet Venus te zien.

En dan – voor het evenwicht – nog even naar het overzichtelijke. Vandaag had ik hulp ingeroepen bij het vervangen van een batterij van mijn computer. Laatste is 9 jaar oud en de batterij, die de tijd bijhoudt als de computer uitgeschakeld is, was op. In de Roobolkapel, waar de batterij vervangen werd, hield ik een complete computer met een geheugen van 1 terrabite in mijn handpalm. Hij had de grootte van een klein luciferdoosje en het gewicht van een viltstift. De stekker in- en uitgangen waren het grootst, want zonder die zou de inhoud gelijk zijn aan alleen het omhulsel van een luciferdoosje.

Wat kunnen mensen een hoop ontdekken en maken.

Bron: “Universum bevat twee biljoen sterrenstelsels” door en via http://www.nu.nl op 14 oktober 2016.

Een vroeg avontuur

Vanmorgen liep ik door het natuurgebiedje “De Hoorneboegse Heide”. Die naam heb ik niet bedacht. Het natuurgebiedje zou vroeger “Hilveroord” of “Hornebok” genoemd zijn. Buitenplaats “De Hoorneboeg”, op het hoogste deel, is nu de naamgever van deze heide omzoomd door bossen. De naam is afgeleid van deze heuvel, die “Hoogenberg” of “Hoornboo” genoemd werd. Het is het hoogste punt en de heuvel heeft de vorm van een hoorn. Aan het eind van de achttiende eeuw ontstond de buitenplaats hier waarvan de naam later verbasterd zou zijn tot “Hoorneboeg”. Op de buitenplaats zijn onder andere twee herenhuizen te vinden waarin nu een conferentiecentrum van de Remonstrantse Broederschap is gevestigd. Daarvoor stonden vanmorgen veel geparkeerde auto’s, maar ik zag er niemand.

Ik was vroeg op, de zon scheen en ik bedacht even op de fiets te springen om daar, een kilometer of zes verderop, een wandeling te maken voor ik de dingen zou doen die ik vandaag van plan ben te doen. Het voelde een beetje als spijbelen, wat het niet was.

Net toen ik aan mijn wandeling begon, hoorde ik gerommel schuinboven mij. Daar was een grote bonte specht aan het hameren. Met zijn snavel maakte hij dat drumgeluid, dat je vaker in bossen hoort. Dat verbrak heel af en toe de stilte in het bos. En boven mij rommelde ook nog iets of iemand. Dit bleek een ander soort specht te zijn; de groene. Geen bijzondere waarneming voor vogelaars, maar wel voor mij. Een monter beestje met mooie groene veren en rood op zijn kopje. Het was kennelijk in de bast van een boom naar insecten aan het zoeken. Ja, het gaat er in de natuur voor prooidieren wreed aan toe.

Dit in dat stille bos mee te maken, maakte mijn hele dag zo vroeg in de morgen al goed. Hier waar niemand – behalve ik bij toeval – het merkt, gaat het leven door. Bovendien, de boom zal er niet veel last van ondervinden. De weggehapte insecten en spinnen des te meer. Wat zouden die ervan meekrijgen opgeschikt te worden door getimmer en gedrum alvorens evenplots opgegeten te worden? Beide spechten – denk ik – en ik beleefden er een mooie dag aan.

Misschien beleefden de inzittenden van de auto’s voor de buitenplaats “De Hoorneboeg” andere spannende avonturen. Bij gebrek aan gegevens kan ik daarover helaas niets zeggen.

Bron: http://www.ivn.nl, http://www.wikipedia.org, beide op 13 maart 2015, en “Straatnamenboek van Hilversum: Hilversums historie vanuit de straatnaam” door A. H. Meijer (1988) ISBN 90-6550-317-X

Dit blog publiceerde ik eerder op de ter ziele gegane website http://www.gerardus.blog.com, dus het eerste woord ‘vanmorgen’ vond ruim anderhalf jaar geleden plaats. Heel die dag op 13 maart 2015 bleef ik overigens van dit avontuur nagenieten…

Nederland ontwikkelingsland

De politiek gaat bij ons weer even tot discussies leiden. Hebben we 3½ jaar politiek beleefd als amusement waarvan we weliswaar iets kunnen vinden, maar waar niets aan te doen valt, de politici zoeken zo langzamerhand de burger weer op. Immers er moet (overdrachtelijk) gevochten worden om de kiezersgunst. Degenen die in 15 maart 2017 de moeite gaan nemen om hun stem uit te brengen moeten verleid worden door
1.    stoere taal die niets te maken heeft met afgesloten internationale verdragen zoals de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (1954), het Verdrag betreffende de status van staatlozen (1954), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (1966), het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966), het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (1966), het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (1979), het Verdrag inzake de rechten van het Kind (1989) of het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (2006),
2.    harde maatregels tegen vermeend onrecht ook al is dat niet in lijn met het eerste artikel van onze grondwet, met wat een overheid vermag of de fundamenten van onze rechtsstaat,
3.    goede ideeën waar politici kennelijk een tijdlang niet opgekomen zijn waaronder het terugdraaien van eerdere wetgeving en
4.    meelevende retoriek.

Wanneer een politicus met een plan komt, wordt zijn of haar integriteit en persoonlijkheid in een kwaad daglicht gesteld in plaats van het gesprek aan te gaan wat voor wie juist zou zijn. We kopiëren de Amerikaanse omgangsvormen, kun je zeggen.

En ondertussen komen steeds meer mensen – ook in Nederland – in de problemen. Nederland telt volgens de meest recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek 421.000 kinderen in gezinnen met een laag inkomen. Dat is 1 op de 8 kinderen. Van hen groeien 131.000 kinderen op in een gezin waarin het inkomen langdurig laag blijft. Dat is 1 op de 25 kinderen. Ze lopen het risico dat ze onvoldoende eten en kleding krijgen, sociaal buitengesloten worden en een toekomst waarin zij altijd een laag inkomen zullen hebben. Armoede is dus het toekomstperspectief voor 4% van onze bevolking.

We zouden een politieke debat moeten voeren over wat er mis is in de politiek waardoor echte misstanden soms het resultaat zijn van ons overheidsbeleid.

Geen kind verdient het om aan de zijlijn te staan”, reageert Jetta Klijnsma; onze PvdA-staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het kabinet trekt jaarlijks € 100.000.000 extra uit voor de bestrijding van armoede onder kinderen, bleek op Prinsjesdag. “Zo kunnen die kinderen ook mee op schoolreisje en kunnen ze meedoen met sport en muziekles”, voegt Klijnsma toe. Geen woord erover dat dit niets nieuws is en dat het gevoerde beleid klaarblijkelijk dit gevolg heeft. Maar ja, ze reageert tenminste nog.

Ik vind het beschamend dat in een land met veel geld, zoals Nederland, kinderrechtenorganisaties als ‘Defence for Children’ en ‘Save the Children’ zich genoodzaakt voelen een oproep aan onze regering te doen voor concrete maatregelen om armoede van honderdduizenden Nederlandse kinderen te bestrijden. In plaats van extra geld ‘beschikbaar’ te stellen, zouden we het politieke debat moeten voeren over wat er mis is in de politiek waardoor dit de praktijk van ons overheidsbeleid is. Kom er maar eens om op TV of in een zaaltje…

Bron: “Concrete maatregelen nodig tegen armoede bij kinderen in Nederland” door het Algemeen Nederlands persbureau via http://www.nu.nl/binnenland, en https://mensenrechten.nl/internationale-verdragen; beide op 11 oktober 2016.

Tegengif

De nieuwe Engelen* is uit en ik las gisterenavond met rode oortjes dat CDA-minister van Financiën Onno Ruding in 1992 op de vooravond van het Verdrag van Maastricht zei: “Als we een economische en monetaire unie hebben, kan een land als Nederland niet meer vrijelijk de begrotingstekorten naar eigen genoegen opfokken (sic!). Brussel gaat opleggen wat kan en niet kan. Sommigen betreuren dat je die vrijheid kwijtraakt. Ik niet, ik juich dat toe. Natuurlijk versterkt dat de positie van de minister van Financiën. Je kunt Brussel gebruiken om ministers en parlement in het begrotingsgareel te houden.” Ofwel concurrentieverschillen kunnen in een Europese muntunie niet langer worden opgevangen door de munt te devalueren, maar vereisen verlaging van de arbeidskosten door de arbeidsmarkten te flexibiliseren, de rechts­bescherming van werknemers te ontmantelen en de verzorgingsstaat af te breken.

Het doel van de euro lijkt een geheime agenda te zijn waarin een kleinere overheid met een geringere rol in de economie is opgenomen. Dit althans is de analyse van de gelauwerde Amerikaanse Nobelprijswinnaar econoom Joseph Stiglitz.

Hoewel de Britse econoom John Maynard Keynes in zijn magnum opus uit 1936, ‘The General Theory of Employment, Interest and Money’, al omstandig had uitgelegd dat salarissen, uitkeringen en zekerheid niet alleen een kostenpost zijn, maar ook koopkracht en dus consumptie en groei, lijkt ‘Europa’ dat vergeten. Stiglitz schrijft in zijn meest recente boek ‘De euro’: “De grondleggers van de euro werden geleid door ideeën over hoe economieën functioneren die weliswaar in de mode maar desalniettemin overduidelijk verkeerd waren. Zij geloofden heilig in de heilzame werking van markten maar hadden geen benul van hun beperkingen en wat er nodig is om markten goed te laten functioneren.” Waarbij ‘goed’ verwijst naar ‘goed voor iedereen’, in plaats van naar ‘goed voor het grootbedrijf’.

In 1919 zette het desastreuze Verdrag van Versailles een kettingreactie in gang die in 1933 leidde tot de machtsovername door de nazi’s en in 1939 tot de inval in Polen.

In twee woedende hoofdstukken laat Stiglitz in ‘De euro’ geen spaan heel van de 3 programma’s die de trojka Griekenland sinds mei 2010 heeft opgelegd. Volgens Stiglitz heeft de trojka zo ongeveer alles fout gedaan wat ze maar fout kon doen: procyclische bezuinigingen, verkeerd ontworpen lastenverzwaringen, noodfinanciering die in het Noorden werd geframed als steun voor ‘luie’ Grieken maar die in werkelijkheid terechtkwam bij ‘verwende’ Duitse en Franse bankiers, potsierlijke privatiseringsprogramma’s die de staat kostbare inkomsten scheelden, wel snijden in pensioenen en niet in de aanschaf van peperdure Duitse duikboten en te late en te geringe schuldafwaardering. “Doormodderen” is volgens Stiglitz “een uiterst gevaarlijk scenario waar hoge kosten aan zijn verbonden, zowel economisch, politiek als sociaal. In ‘De euro’ waarschuwt hij op het eind: “Ik heb een hervormingsagenda geformuleerd voor de structuur van de eurozone en voor het economische beleid dat de eurozone dient te volgen zodra een van haar leden in crisis verkeert. Deze hervormingen zijn economisch niet ingewikkeld; noch zijn ze institutioneel lastig te realiseren. Maar zij vereisen wel een modicum [lees: ‘een klein beetje’; GjH] aan Europese solidariteit – het soort solidariteit dat fundamenteel anders is dan het zelfmoordpact waar sommige Europese leiders om roepen.

Stiglitz is een kleinkind van de “Grote Depressie” in de jaren ’30 van de 20e eeuw. Daardoor is het zijn angst voor populistische fragmentatie, waarmee de dwingende kracht van de omstandigheden is omgeven, die hem heeft ingefluisterd met zijn ‘De euro’ een laatste poging te wagen Europese politici als PvdA-minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem op te roepen te luisteren naar hun betere zelf voor het te laat is.

We weten nu dat de roep van John Maynard Keynes in 1919 en 1936 vergeefs was. Het is een open vraag of dat nu anders zal zijn.

En dan nog wat tegengif voor economisch optimisme: uit de nieuwe editie van de jaarlijkse Global Competitiveness Index door het World Economic Forum (WEF) uit Davos blijkt dat Nederland de beste economie heeft van de Europese Unie en wereldwijd de 4de plaats inneemt. Dat lijkt voor iedereen goed nieuws maar is het niet. Het WEF meet slechts de gastvrijheid van landen voor multinationals. Gekeken wordt naar de kwaliteit van het onderwijs, de infrastructuur en het rechtsstelsel; hetgeen belastingbetalers mogelijk maken. Het kijkt naar de flexibiliteit van de arbeidsmarkt, want u en ik moeten gemakkelijk ontslagen en opgeroepen kunnen worden en de laagst mogelijke lonen moeten afgedwongen kunnen worden. Het kijkt naar de competitiviteit van het belastingstelsel, want slecht een ééncijferig percentage aan belastingen willen multinationals aan de fiscus afdragen. En het kijkt naar de omvang van het innovatiebeleid, hetgeen gaat over subsidiemogelijkheden die u en ik weer als belastingbetalers bijeen brengen.

Wanneer er een economisch vergelijkend rapport verschijnt over de stand van zaken in verschillende landen met als variabelen armoede, private schulden, de hoogte van salarissen, de leefbaarheid van uitkeringen, afhankelijkheid van voedselbanken, de kwaliteit en kwantiteit van werk en werkloosheid, het relatief aantal zelfmoorden en toegankelijkheid van de zorg scoort Nederland vast en zeker een stuk slechter. En dit zijn de variabelen waar u en ik dagelijks mee te maken hebben, tenzij lezers van dit blog leven van de aandelen in multinationale ondernemingen.

Bronnen: “Overal vingerafdrukken van het grootbedrijf, Joseph Stiglitz’ antiserum tegen het neoliberalisme” en “Tijdgeest, de economiecolumn”, beide door Ewald Engelen in De groene amsterdammer van 5 oktober 2016. Klik hier voor het artikel of hier voor de column van Engelen.

Klik hier om het deel van de TV-uitzending “Buitenhof” van 2 oktober jl. terug te kijken waarin Pieter Jan Hagens spreekt met Joseph Stiglitz.

_____________________
* Vanwege de voor mij kwalitatief substantiële bijdrage aan De Groene van deze week door Ewald Engelen noem ik hem dit keer ‘De Engelen’.

Een kudde beuken

Misschien wel het aardigst van wat ik onlangs las is het slot: “Weet je wat de leukste momenten zijn? Wanneer we rijkstrainees op bezoek krijgen die net van hun opleiding komen. Die hebben precies geleerd wat de industrie wil. Ze denken dat ze hier op bezoek komen bij een stel dromers die lange haren hebben en peace zeggen. We beginnen dan maar meteen met de berekeningen, op de eerste avond. We laten ze doorrekenen wat hun model oplevert en we vergelijken dat met ons model. Dan breekt het zweet ze uit. Omdat ze er in één klap achter komen dat ze in hun studie helemaal niets hebben geleerd.

Aan het woord was Peter Wohlleben (1964). Hij is boswachter. Na zijn studie bosbouw werd hij ambtenaar voor de deelstaat Rheinland-Pfalz en kwam hij te werken in Hümmel in de Eifel; nog geen anderhalf uur rijden van Heerlen. In zijn bosbouwstudie leerde ook hij bomen te beheren als losse exemplaren van een plantensoort: beuken, eiken en sparren. Tijdens zijn werk veranderde zijn inzicht en – tegenwoordig lijkt dat het enige dat telt – dat legde zijn bosbeheer geen windeieren. Zijn uitgangspunt: Geen veehouder zou het in zijn hoofd halen om zijn hele kudde in één keer te verkopen en dan te wachten tot de jonkies groot genoeg zijn voor productie. En ook niet om de populatie ‘gezond’ te maken door de sterkste dieren te slachten en door te fokken met de zwakste. Wohlleben beheert inmiddels geen bosakkers meer, maar kuddes. Een kudde beuken, een kudde eiken en een kudde sparren. Hij heeft de bomen stuk voor stuk leren kennen door er jarenlang voor te zorgen.

In zijn studie was hem geleerd dat bomen altijd concurreren met elkaar, vooral om zonlicht en water. In de loop der jaren als bosbeheerder heeft hij een voor zijn docenten verborgen wereld ontdekt. Bomen beconcurreren elkaar helemaal niet altijd. Ze kunnen elkaar ook helpen. Oude beuken dienen jonge beuken, die onder onder hun bladerenkroon leven, bijvoorbeeld suiker toe waardoor zij zonder voldoende zonlicht toch in leven blijven.

Nog zoiets: “Wanneer een beuk een zwaar jaar gehad heeft doordat er onvoldoende water beschikbaar was, verandert hij het jaar daarop zijn watermanagement. Vanaf het volgende jaar gaat hij minder verbruiken in de lente, zodat hij reserves opbouwt voor in de zomer.” Kortom ‘beuken inneren’ en op basis van herinnering passen zij hun overlevingsstrategie aan. Dat heet cognitie en was lang alleen voorbehouden aan dieren, aan hersenen. Volgens onderzoekers moet de cognitie van planten grotendeels in de wortels worden gelokaliseerd.

Een eenvoudige maïsplant kan 0,1 gram nitraat al detecteren op 20 meter afstand. De wortels zullen die kant opgroeien, ook al zullen ze het nitraat nooit bereiken. Daar komt nog bij dat wortels andere wortels kunnen herkennen. Als ze in de buurt van een verwante soort komen, gaan ze veel minder om voedingsstoffen concurreren dan wanneer de wortels niet verwant zijn.

Wohlleben verraste de Duitse bestsellerlijsten met zijn boek ‘Het verborgen leven van bomen’, waarin hij de leek inwijdt in enige geheimen van het bomenbestaan

Nog een laatste voorbeeld: In het rationele bosbeheer wordt bosgrond gezien als bodem waarop het niet uitmaakt wat we er doen. Door die manier van werken worden de verrassende ondergrondse ontmoetingen, waarover Wohlleben spreekt, verstoort. Dat gaat ten koste van de vitaliteit van de hele kudde. Zo blijken er nog allerlei geheimen van bossen te onthullen.

We kunnen respectvoller omgaan met deze levensvormen, die vaak al volwassen waren toen wij nog geboren moesten worden. En we kunnen een respectvolle werkwijze ontwikkelen, waarbij we niet steeds kinderen met het badwater weggooien. Wohlleben verraste de Duitse bestsellerlijsten met zijn boek ‘Het verborgen leven van bomen’, waarin hij de leek inwijdt in enige geheimen van het bomenbestaan, zoals dat bomen insecten kunnen herkennen, temperatuurschommelingen onthouden, voedingsstoffen delen en met elkaar communiceren.

Wohlleben heeft diep respect gekregen voor de kuddes in zijn bosgebied. En hij heeft zijn respect over kunnen dragen op veel Hümmelaren, die hem financieel en door mee te werken steunen. Hij verwacht dat mensen bossen nooit helemaal zullen doorgronden. Nee, hij is geen bomenknuffelaar, hij heeft geen lange haren en zegt niet voortdurend ‘peace’. Hij is een gewone boswachter in de Eifel. Zijn boswachterij wordt aan het eind van het jaar door de Hümmelaren gewoon afgerekend op het geld dat hij aan de houtoogst heeft verdiend. Het mag duidelijk zijn dat zijn benadering van die oogst hem bijzonder maakt. Zijn hele bosbeheer en zijn oogstmethodiek zijn anders dan we nog steeds in bosbouw-opleidingen leren; respectvol en winstgevender.

Bron: “Bomen helpen elkaar” door Frank Mulder uit het thema ‘De bezielde natuur De geheimen van het woud’ in De Groene Amsterdammer van 4 juni 2016.

Dit blog verscheen eerder op de opgeheven website http://www.gerardus.blog.com.

Toegeven aan driften

Vanaf het betreden van de zaal waren we eergisteren getuige van een orgie. We zien drie vrouwen en een man. Evgenia Brendes danst daarbij continu en onnavolgbaar lenig. Ze houdt dat bewegen en dansen overigens heel de voorstelling vol. Hoewel haar doorlopende vertaling van het verhaal niet te verstaan is, blijft ze heel de voorstelling boeien door overtuigend toneelspel. Maar nog even terug naar het begin. De orgie gaat maar door en ik begin me af te vragen of we er wel goed aan gedaan hebben om hier naartoe te gaan.

Dat hebben we. De hedendaagse vertaling van Euripides’ “De Bacchanten” van ‘Le mouton noir’ wordt voor mij boeiender naarmate de tijd vordert. Eerst die orgie, dan worden flarden van de Griekse mythologie uitgebeeld en voorgedragen. Bijvoorbeeld het verhaal dat Pentheus, gespeeld door Bas Zemering, die tijdens de jacht zijn eigen kind aanziet voor een leeuwenwelp. Hij neemt de leeuwenkop of zo u wilt het mensenhoofd als jachttrofee mee naar huis. Wanneer hij achter de waarheid komt, is het te laat. Flarden verstaanbaar en onverstaanbaar volgen elkaar op totdat een ongewone vreemdeling (in werkelijkheid de god Dionysos, en in nog werkerlijkerheid heel mooi vertolkt door Khadija El Kharraz Alami) vanuit Azië in Thebe aankomt. Dionysos staat aan het hoofd van een menigte vrouwelijke volgelingen, de Bacchanten, waartegen koning Pentheus zich heftig afzet. Hij licht het publiek in over de in zijn ogen immorele trekken van wat voor de Bacchanten gewoon is. En hij wil er niets van weten wanneer later Bacchant Scarlet Tummers het publiek het andere verhaal van de Bacchanten vertelt. Dat lijdt wanneer hij haar door het publiek achtervolgt om haar de mond te snoeren tot komische taferelen. Wanneer Pentheus uiteindelijk hardhandig wil optreden tegen de “uitspattingen” van de Bacchanten, geeft de vreemdeling uit Azië hem de raad om ongezien de orgieën bij te wonen. Wanneer hij dat doet, wordt Pentheus door zijn eigen Bacchant-moeder Agave en andere Bacchanten wreed verscheurd. Zijn moeder zag hem – in haar extase – op haar beurt ook aan voor een wild dier. En wanneer daarna de acteurs, die heel de deels geïmproviseerde voorstelling van een ontspannen professionaliteit getuigen, de voorstelling stil leggen, blijkt dat de opmaat voor een voor mij overweldigend schouw- en luisterspel.

Wie is uw Dionysos? Wat is uw roes?

“De Bacchanten” laat een strijd zien tussen chaos, culturen, families, gezag en orde. We willen stuk voor stuk geluk, veiligheid en vrijheid, maar de manier waarop we die proberen te bereiken is door opsluiten en buitensluiten. ‘Le mouton noir’ (Het zwarte schaap) doet een wat mij betreft geslaagde poging een verhaal te vertellen dat de brute strijd tussen verschillende waarheden overstijgt. Deze Bacchanten brengen ons een actuele blik op cultuur, geloof, riten en viering, vertelt het programma. Een viering als masker voor de innerlijke onrust die in ons leeft. Wat mij betreft maken de 4 jonge acteurs deze belofte waar.

Tot 24 oktober a.s. nog te zien in Rotterdam en Leiden. Klik hier voor hun agenda.

Bronnen: “De Bacchanten” van ‘Le mouton noir’ via https://www.theaterkikker.nl en diverse treffers via https://nl.wikipedia.org; allemaal op 30 september 2016.

Kijken, opwinden en verder zappen

Het televisieoptreden van maandag 26 september jl. met de twee wereldleiders in spe heeft veel belangstelling: een harde mannelijke miljardair kreeg all over the world zendtijd met een zachte vrouwelijke miljardair. Verschillende mensen hadden het er gisteren over. Dat “De Amerikanen zullen moeten kiezen tussen een gek en een oorlogsstoker” zeiden zij niet, want dat werd de Fransen via RTS-Info voorgekauwd.

Het ‘debat’ werd ingeleid door 84.000.000 Amerikanen vals voor te lichten. De als ‘onpartijdig’ voorgestelde (non-partisan) ‘Commission on Presidential Debates’ is wel degelijk partijdig. Het doet alsof wat niet Democratisch of Republikeins is in de Verenigde Staten van Amerika (Amerika) niet bestaat. Ongemerkt werd tijdens het ‘debat’ onder andere Jill Stein, presidentskandidaat voor de US Green Party, uit de zaal gezet. Ook onvermeld in de berichtgeving over het ‘debat’ waren de betogingen voor ‘Black Lives Matter’ (BLM) door studenten van de universiteit, waar de uitzending geregistreerd werd. BLM is de beweging die strijdt tegen de moorden op zwarte Amerikanen door de Amerikaanse politie.

De thema’s zouden zijn: ‘Amerika beveiligen’, ‘de richting voor Amerika’ en ‘welvaart bereiken’.

Wat niet aan bod kwam: armoede, abortus, belastingontduiking door multinationals, drugsbeleid, gezondheidszorg, immigratie, toenemende inkomens- en vermogensongelijkheid, klimaatverandering*, milieu, het minimumloon, ontwikkeling van de derde wereld, de rechten van homofielen, lesbiennes, transgenders en travestieten, de oplopende schulden voor studenten, het recht op privacy, voedselveiligheid en de weg naar wereldvrede. Clinton kreeg geen vragen over haar duurbetaalde toespraken voor bedrijven en grote banken, laat staan over het feit dat de inhoud van die toespraken geheim worden gehouden. Er werden ook geen vragen gesteld over de macht van de grote Amerikaanse bedrijven over de economie en over de politiek.

Wat wel aan bod kwam: banen, de belastingaangifte van Donald Trump, belastingen voor de rijken, cyberaanvallen vanuit Rusland, het erkennen van de verkiezingsuitslag, de e-mails van Hillary Clinton, het geboortecertificaat van Barack Obama, Clintons uiterlijk, Islamitische Staat, wie al dan niet de oorlog in Irak had gesteund en ras.
* Klimaatverandering kwam even aan bod, omdat Clinton er een keer naar verwees, niet omdat de moderator er naar vroeg.

Trump blijkt als uitkomst van dit ‘debat’ voorstander te zijn van een “No-first-use-policy”, de beleidskeuze om nooit als eerste kernwapens in te zullen zetten in een conflict. Clinton is (net als Obama) wel bereid als eerste kernwapens af te vuren.

We kijken met elkaar naar zo’n live televisiedrama, of naar de hoogtepunten er uit (wat feitelijk dieptepunten zijn) en nemen voor kennisgeving aan wat er gezegd wordt. We denken er in onwetendheid het ‘onze’ van. En we zijn vervreemd van het gevoel dat het voor het leeuwendeel van de mensheid dieptriest is dat net deze twee mensen in het zadel gehesen zijn. Een minderheid van de Amerikanen, want een hoge opkomst wordt niet verwacht, gaat straks uit deze twee mensen een wereldleider kiezen die elk op hun eigen manier de status quo in onze wereld zullen verdedigen.

Bron en doorverwijzing: “Waar het debat Clinton-Trump niet over ging” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be op 28 september 2016; Klik hier voor het gehele artikel met allerlei links naar alternatieve berichtgevingen over dit ‘debat’.

Heel veel dat net goed gaat

Terwijl ik net wel gebruik kon maken van mijn NS-abonnement, waarmee ik op werkdagen pas na 9 uur kan inchecken was ik ruim op tijd op Schiphol. Zo ruim dat ik, voordat ik door de paspoort-controle ging, nog even op mijn gemakje iets ging drinken. Dat had ik achteraf beter niet kunnen doen.

Na mijn gemakje werd ik met een hoop andere mensen op weg naar de paspoort-controle tegengehouden. Het was er zo druk, dat we er op gewezen werden dat we ook bij de terminal voor intercontinentale vluchten de paspoort-controle konden passeren. Ik bleef waar ik was. Terecht bleek later, want ook in de andere terminal was het een drukte van belang met lange wachtrijen.

Eenmaal door de controle zette ik me aan de lange wandeling naar British Airways aan het eind van terminal D. Vijf minuten voordat mijn vliegtuig zou vertrekken sloot ik achteraan aan op de lange rij boardende passagiers. De twee passagiers, die naast mij een stoel hadden gereserveerd, hadden meer pech. Die moesten een ander ticket kopen om in Gattwick te komen. Ik daarentegen had de ruimte.

De Britten zijn ‘verry polite’; in het verkeer gaat heel veel maar net goed.

Ruim een uur later nam ik de trein naar de Engelse zuidkust, vandaar een trein naar Rye en vandaar mocht ik meerijden naar Camber Sands. Daar wachtte een verrassing. Doen de huizen in Sussex mij denken aan rood bebaksteende speelgoedhuisjes naar Charles Dickens en voor de jongeren onder ons: naar J.K. Röwling, wij hadden een ruim oud-nieuwbouw appartement met grote, lichte kamers, direct aan de duinen. De verry polite buurman, alle mensen die we ontmoetten waren zo polite, maakte ons wegwijs wat betreft regionale bezienswaardigheden, het parkeren in de buurt en de betere restaurants. De mensen zijn aan de dikke kant en kleden zich weinig modieus. Middeleeuwse kastelen, kerken en poorten – en meestal de overblijfsels daarvan – herinneren aan een rijke Britse historie. Het koningshuis is in kerken nadrukkelijk aanwezig. En tradities worden meer in ere gehouden dan wij hier gewend zijn. Uiteraard genoten we in een Tearoom op een pier in de zee van een Light afternoon tea, zo’n Engelse thee met een wolkje melk (en die dan nog niet te pruimen is), met scones, aardbeienjam, boter en clotted cream. Het glooiende, kleinschalige landschap voelt overzichtelijk en aangenaam. Er doorheen wandelen is andere koek: een footpath bleek een lange route – niet een pad – dwars over haast eindeloze akkers te zijn. En dat glooiende is verraderlijk: wordt overal gewaarschuwd voor wat eventueel in een zeker geval fout zou kunnen gaan “Mind the gab between the train and the platform; bij de Seven sisters ‘Bailey’s Hill’, ‘Brass Point’, ‘Flagstaff Brow’, ‘Haven Brow’, ‘Rough Brow’, ‘Short Brow’ and ‘Went Hill’ houdt het glooiende landschap onaangekondigd op om na een diep ravijn van hoge krijtrotsen verder te gaan als op de kust en een vuurtorentje beukende zee.

Onder de indruk was ik ook nog van de goede organisatie rondom de Kanaaltunnel. En wat mijn bezoek aan Kent en Sussex nog wel even zal bijblijven: hier werd ik gewaar hoe gevaarlijk we met elkaar in het verkeer doen. Niet gewend aan links rijden, merkte ik tal van gevaarlijke situaties op: de hoge snelheden waarop auto’s elkaar en fietsers passeren. Terug op het vaste land ben ik dat gevoel al snel weer kwijt, maar in Engeland merkte ik door mijn onwennigheid op dat in het verkeer heel veel maar net goed gaat.

Nieuws van prinsjesdag dat er wel toe doet

Terwijl wij in Nederland de glazen koets, hoeden, jurken, kleding en het doen en laten van ons koningspaar, onze oud-vorstin en het troonrede-gezwets van huiskamercommentaar voorzagen – en de intellectuelen onder ons ook nog de miljoenennota over waar ons belastinggeld in gestoken gaat worden en de rituele parlementaire dans van de nieuwsmakers, politieke partijen en trendwatchers daaromheen becommentarieerden – was er ook echt nieuws. Niet in Nederlandse media, maar in Belgische: Het Trade in Services Agreement (TiSA) gaat regelrecht in tegen de besluiten van de klimaattop COP21 van Parijs.

Uit de analyse van de TiSA-documenten door Greenpeace Nederland/(notabene) blijkt:
– dat drinkwaterbedrijven, energiebedrijven en onderwijs-instellingen voor altijd winstbejagende ondernemingen moeten blijven,
– dat democratisch gekozen parlementen minder, en bedrijven meer invloed op de wetgevende macht krijgen,
– dat er geen onderscheid meer mag worden gemaakt tussen meer en minder schadelijke fossiele brandstoffen, waardoor beperking van het gebruik van de meest schadelijke brandstoffen, zoals bruinkool, schaliegas, steenkool en teerzandolie, onmogelijk wordt gemaakt,
– en dat last but not least deze regels en wetten niet meer veranderd mogen worden (‘stand still’).

Kortom, met TiSA vereeuwigt het kapitalisme met steun van conservatieven, liberalen en zelfs met steun van sociaal-democraten zijn greep op maatschappelijke keuzes. Hiermee eindigt de democratie. Terwijl tegelijkertijd de democratie met de onetische CETA- en TTIP-verdragen eveneens afgeschaft wordt, maar dat wisten we al; of konden we al weten…

Google en Facebook horen niet te beslissen over privacyrechten,
banken horen zichzelf niet te reguleren,
en de sector van de fossiele brandstoffen macht geven over het milieubeleid van overheden is net zo absurd als de tabaksindustrie het gezondheidsbeleid laten bepalen
”,
aldus ‘internationaal campagneleider TTIP’ Susan Cohen Jehoram over TiSA. En wie zou het niet met haar eens zijn? Antwoord: onze politiek verantwoordelijken die ruim baan krijgen van het electoraat, hun kiezers die zich alleen door amusementsprogramma’s als De wereld draait door, het Journaal of Pauw laten informeren, en die zich zwaar laten beïnvloeden door de lobbyïsten voor grootbedrijven zoals banken en multinationals.

Maar u bent gewaarschuwd: oriënteert u verder dan via Nederlandse media wanneer u wilt weten waar onze politiek verantwoordelijken echt mee bezig zijn.

Dat woord ‘onetische’ gebruik ik omdat door bedrijven, die op grote schaal belastingen ontduiken en dus niet naar behoren bijdragen aan het geld dat overheden te besteden hebben, miljardenboetes opgelegd kunnen worden wanneer parlementen wetten aannemen waardoor zij minder winsten maken dan verwacht; terwijl in CETA en TTIP overeengekomen wordt dat nationale bepalingen, regels en wetten op die claims geen enkele invloed hebben.

Klik hier voor het gehele artikel dat ik hierboven in eigen woorden samenvatte. En van waaruit ook ander aanverwant onappetijtelijk leesvoer uit betrouwbare bronnen genuttigd kan worden.

Bron: “Greenpeace Nederland lekt teksten TiSA vrijhandelsakkoord” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be/ op 20 september 2016.

Niet te missen films

Vorige week zag ik dat er in Utrecht 2 films draaiden die vanwege de regisseur mijn interesse hebben: “Café Society” van Woody Allen en “Julieta” van Pedro Almodóvar. Dit weekend bezocht ik ze beide.

Wat een verschillen en welk een overeenkomsten. Beide films gaan over ‘het gewone leven’, over familiegeheimen, over gebeurtenissen die ons allemaal zouden kunnen overkomen en – waarschijnlijk op een of andere manier – misschien wel overkomen zijn. Hoe om te gaan met een onbeantwoorde liefde. Helpt het een ander te trouwen? Hoe om te gaan met schaamte? Doen alsof er niets beschamends is gebeurd? Ben je werkelijk in staat om je reactie te kiezen? Wat kiezen we en wat overkomt ons?

Voor een oppervlakkige gezellige avond zou ik ‘Café Society’ adviseren. Ik vond het een echte Woody Allen-film. Een kijkspel met heerlijk druk gepraat. Contacten die geen contacten zijn, net als wij dagelijks meemaken. Wonderlijke en toch geloofwaardige wendingen. En uiteindelijk – haast zonder het te benadrukken – geeft Allen aan ons als kijkers mee dat we stuk voor stuk niet alleen zijn met onze onverteerbare gevoelens. Misschien maakt Café Society sentimenten los, waarvan we al niet meer wisten dat we ze vakkundig ooit weggestopt hadden. Het gewone leven met als hoofdvraag: “Wie zou ik nou toch eigenlijk zijn?” Of om het dichterbij te brengen zonder de clou weg te geven: wanneer u, lezer, in Elburg geboren en getogen zou zijn, zou u dan dezelfde ‘u’ zijn als wanneer u heel uw leven in Groningen of Amsterdam had doorgebracht?

‘Julieta’ heeft naar mijn idee het hoge niveau van Almodóvars ‘Hable con Ella’, ‘Tie Me Up! Tie Me Down’ en van zijn ‘Volver’

Met ‘Julieta’ voegt Pedro Almodóvar volgens mij een nieuw genre toe aan zijn prachtige, maar buitenissige oeuvre. Julieta is een gewoon mens zonder de theatrale grenzenloosheid in veel van zijn eerdere films. Dit keer is de hoofdrolspeelster niet iemand die in coma ligt, geen overledene, geen transseksueel en geen drugsverslaafde non. De emoties van Julieta zijn alleen zichtbaar in haar lichaamstaal; klein gehouden en zo overtuigend dat het benauwend voelt. Hoe – bovendien – een haast onbenullig toeval onze levensloop drastisch kan veranderen, wanneer we daardoor weer gaan voelen wat er te voelen valt. Hoe ‘hoop’ ons energie geeft en de moed om door te gaan. Natuurlijk zijn er buitenissige elementen in ‘Julieta’, maar nu slechts als garnering; het gaat Almodóvar er met deze film volgens mij om ‘herkenbaar te tonen hoe iemand kan omgaan met wat ondraaglijk is’ en wat de gevolgen zijn van hoe Julieta dat doet. Het gewone leven; Almodóvar brengt het overtuigend en dat voelt ongemakkelijk.

‘Julieta’ heeft naar mijn idee het hoge niveau van Almodóvars ‘Hable con Ella’ (2002), wat ik beschouw als een superieure film-uitwerking van al onze liefdesrelaties. Van ‘Tie Me Up! Tie Me Down’ (1989), wat de weg van een gewone man naar een beroemde vrouw laat zien; een weg die absoluut not done is maar waar ik toch sympathie opbreng als ik me in die man verplaats. En van zijn ‘Volver’ (2006), wat het onmogelijke en toch geloofwaardige verhaal vertelt van overdraagbare lotgevallen die grootmoeder, moeder en dochter overkomen. “Wij zijn niet gelukkig met de keuze van onze mannen”, zegt de grootmoeder al als ze in Volver de helft nog niet weet… Ook de familieverhalen in ‘Julieta’ zitten zo in elkaar dat bepaalde gebeurtenissen lijken te kleven aan opeenvolgende generaties binnen een en dezelfde familie. Mij spreekt deze invalshoek aan.

Nee, niet voor een ontspannen avond, maar wel voor als u open staat voor nieuwe overdenksels, zou ik u ‘Julieta’ aanraden. Als levensles zouden de 40-plussers onder u, omdat die inmiddels kunnen terugkijken op hun leven, deze film volgens mij echt niet mogen missen. En ‘Café Society’s’ humor met een boodschap ook niet.