Iedereen op vakantie

Ik houdt nog even vakantie. Ik ben weliswaar door pech veel eerder ervan terug, maar geniet nu volop van mijn sociale contacten, van wat Utrecht me te bieden heeft en ik wandel extra veel. En ik verwonder me over nieuws dat ik volg: “In zeven Duitse steden waren volgens de organisatoren 320.000 mensen op de been. De politie houdt het op zo’n 180.000”. Dan gaat het over demonstraties tegen CETA, TiSA en TTIP.

Ik vraag mij ook tijdens mijn vakantie af hoe het komt dat in dat grote Duitsland zo weinig mensen iets doen tegen ontwikkelingen die mensen als u en ik momenteel het meest bedreigen.

Ik beschouw momenteel – naast veel goeds dat ons leven ons in dit deel van de wereld te bieden heeft – als grootste bedreigingen voor ons aller welzijn van ‘a’ tot ‘w’:
– de afkeer die de Europese Unie (EU) oproept bij mensen die te leiden hebben onder het beleid van deze unie (de door stemming gebleken EU-afkeer van de inwoners van Groot-Brittannië, de EU-afkeer van heel veel Grieken, Ieren, Italianen, Portugezen en Spanjaarden, en ook de EU-afkeer van veel mensen in alle andere unielanden).
– het gebrek aan politieke interesse, of het gebrek aan inzicht dat heel veel van onze belevenissen door de politiek ‘gestuurd’ worden,
– klimaatverandering,
– de (neo-)liberale koers die de EU gaat, die onherroepelijk tot allerlei maatschappelijke spanningen gaat leiden. Bovenstaande verdragen zie ik als bekroningen op 35 jaar neoliberaal uniebeleid, waarbij de macht van multinationals dan eindelijk wettelijk vastgelegd zal gaan worden,
– de ontwikkeling mensenrechten en bescherming van de privacy uit te hollen en los te laten waardoor schenders van mensenrechten in de ene staat door de elite in een andere omarmt worden en
– de walging die de EU oproept bij de mensen buiten deze unie.

Ik verwonder mij erover dat mijn zorgen niet alom gedeeld worden. Ik lees dus dat 180 tot 320.000 mensen in Duitsland de straat opgegaan zijn om ongunstig tij te keren. Dat betekent dat zaterdag jl. ruim 80.500.000 Duitsers – net als ik – andere dingen belangrijker vonden.

Ik denk steeds aan de luisteraars naar het orkestje op de Titanic; lekker doorfeesten met ons allen, ook al is mondiaal, maar voor ons meestal buiten gezichtsveld, 1 op de 120 mensen ontheemd.

Maatschappelijke spanningen nemen toe. Net als ongelijkheid. De macht van rijken op aarde wordt ongelimiteerd uitgebreid ten koste van de knechting van anderen. Ook van mensen zoals u en ik in geïndustrialiseerde rijke landen, en vooral ook van mensen in armere ontwikkelde landen en het meest nog overal buiten ons gezichtsveld.

Ik houd toch nog even vakantie, maar op 22 oktober ga ik de straat op. Tegen CETA, TiSA en TTIP.

Bron: “Protesten in Europese steden tegen TTIP en CETA” door de buitenland-redactie van NOS via http://nos.nl op 17 september 2016.

Freddie Vork

Ik draag contactlenzen. Tijdens mijn vakantie zag ik, nadat ik ze ingedaan had, oh schrik, met een oog niet scherp. De hoop dat mijn lens bij het indoen mijn tent ingewaaid was, liet ik varen nadat ik mijn tentje 3 keer ‘uitgekamd’ had. Gisteren bestelde ik in Utrecht een vervangende. Daarna dronk ik nog een biertje op de Neude.

Er kwam een soldaat aangefietst. Althans een man in legergroene kleren, groene schoenen, een groene fiets en een bruine bal. Midden op de Neude begon hij met die bal te spelen. Hij deed de meest onmogelijke dingen met die bal: hij liet hem op zijn tenen balanceren, op de wreef van zijn voet, op zijn scheenbeen, op zijn dijbeen en op zijn voorhoofd. Hij liet die bal stuiteren van de ene voet naar de andere, via zijn scheenbeen en liggend op zijn buik naar zijn hoofd en terug; van linker naar rechter schouder en terug; van linker naar rechter elleboog en terug. De bal hoog in de lucht zwiepend, ving hij hem op zo’n manier op dat de bal in een keer tot stilstand kwam op de wreef van zijn voet. Ik dacht nog: “Hij zal bij een voetbalwedstrijd toch je tegenstander zijn… Ik zou niet weten hoe hem de bal af te troggelen”.

Nadat ik van mijn biertje genoten had, liep ik langs hem en vroeg hoe lang hij op al deze kunsten geoefend had. “35 jaar”, was zijn antwoord. Hij bleek ‘freestyler’ Freddie Vork te zijn. Hij was geïnteresseerd in allerlei spirituele stromingen en stoorde zich aan de angst en onnadenkendheid van de mensen, die hij op straat ontmoette, “Wèl vanuit de verte videootjes maken, maar geen contact met mij durven leggen“. De Nederlands radiomaker, ‘spiegeloog’, tijdschriftenmaker, verhalenverteller en Fluxus-kunstenaar Willem de Ridder achtte hij ‘de meest wijze mens van Nederland’. Bij fluxus werden de grenzen tussen beeldende kunst en muziek opgeheven waardoor op 13 november 1964 in het Kurhaus in Scheveningen een Concert voor belegde broodjes en een Concert voor pakpapier opgevoerd kon worden. En zo hadden we nog een heel gesprek. En toen ik de volgende winkel voor een laatste boodschap bezocht, zette hij zijn balgoochelkunsten voort.

En wanneer u zelf zijn onmogelijke balkunsten wilt zien, klik dan hier, dan ziet u ook verschillende plekjes van Utrecht.

Daar word ik blij van

Gisterenavond rond 17 uur is het embargo opgeheven en vanmorgen kreeg ik formeel toestemming om dit blog van 9 juni jl. hier openbaar te maken. Dus hier is-t-ie dan:

Een nieuw aangemaakte groep op WhatsApp: “Uitnodiging etentje”. “Mijn dochter in de bocht, die maakt overal groepen voor aan”, dacht ik nog. En ja hoor, een uitnodiging volgde. In de groep zitten vriendin en tevens moeder van mijn kinderen, mijn dochter met haar vriend en ik. Op mijn herhaald vragen naar de aanleiding van dit etentje, schreef de vriend van mijn dochter: “Ja wel, dat is er, al eet niet aangelijnd een stuk makkelijker 😉”. Mijn dochter liet weten: “Het is koeienseizoen 🙂”. Ik dacht aan ‘oude koeien uit de sloot halen’. Daar had ik best zin in. Onlangs hadden we het gehad over garant staan, wanneer mijn dochter, haar vriend, hun kat en hun hond een nieuwe woning gaan betrekken. Ik had afhoudend gereageerd.

Vervolgens schreef mijn dochter “we nemen gewoon de hele kinderboerderij 🙂”. Ik begreep dat natuurlijk(?!?) niet. Ik ben het me gelukkig altijd bewust: via mail, sms en WhatsApp heb je geen contact met de ander, dus misverstanden zijn zo gemaakt. Via dergelijke media zijn onenigheden niet ‘uit te praten’, dus ik probeer dat ook niet. Dan pak ik de telefoon of ga langs. Later bleek de ‘Het is koeienseizoen’-aanleiding bedoeld te zijn als ‘over koetjes en kalfjes te praten’.

Gisteravond was het zover. Met de moeder van mijn kinderen fietste ik naar het huis van mijn dochter. En inderdaad, daar spraken we over koetjes en kalfjes. Een spitsvondige, betrokken moeder, een vrolijke, zorgzame dochter, een aardige, belangstellende dochters’ vriend; ik bevond me in prima gezelschap. Een aperitief, een smaakvolle tomatencrème, een heerlijke spinaziesoufflé en hemelse modder als nagerecht. Alles vers gemaakt. En maar praten over koetjes en kalfjes zoals ons ouderschap, het werk van de vriend en de plannen van mijn dochter.

Daarna kregen de moeder en ik een cadeautje met de vraag het tegelijk open te maken. “Wat aardig”, dacht ik nog. Het bleek een spruit te zijn, een spruit in een sokje. Op mijn sokje stond het opschrift “I ♡ opa”. Op die van haar moeder “I ♡ oma”.

Dit blog schreef ik op 9 juni 2016. Toen begreep ik pas dat mijn dochter en haar vriend vooral over één kalfje wilde praten.

Ik beloofde dit blog pas openbaar te maken als het jonge stel hun andere dierbaren, hun vrienden en facebookvrienden het nieuws ook verteld had. Nu is het zover. En omdat we 3 maanden verder zijn, kan ik hieraan nu toevoegen dat moeder en foetus het goed maken, al wil het kindje nog wel eens schoppen. Mijn dochter en haar vriend verwachten hun kindje nog dit jaar op 31 december. Wat ben ik daar blij mee.

Keurig geklede mensen, maar gevaarlijk als wat

Ook mijn vakantie zit erop. Daarom heb ik vanmorgen 34 documenten gescand en 35 documenten ge-upload. Eén bestand stond er al op mijn computer. De correspondentie met de juristen, die mij helpen het mijne te krijgen, is daarmee na zo’n 3 uur computeren weer up to date. In de tijd dat nog niemand ervan wist heb ik met het geld, dat ik op dat moment niet nodig had, een paar woekerpolissen afgesloten. Van ‘Stad Rotterdam Verzekeringen’ wisten we toen alleen dat het de oudste Europese verzekeringsmaatschappij op het vasteland van Europa was. De naam van het oorspronkelijke bedrijf was “Maatschappij ter discontering ende beleening der Stad Rotterdam anno 1720”. Dat wekt toch wel vertrouwen. Ten onrechte dus. Door – de rechter mag te harer of zijner tijd zeggen of zij ‘vals’ waren – voorwendselen blijft de waarde van de polissen achter op mijn verwachtingen.

Voor mijn vakantie was ik aan dat scannen en uploaden niet toegekomen. Nu ik eerder van mijn bergtocht terug ben dan gepland, is er volop tijd dit soort van dingen op mijn gemakje te doen.

Vannacht had ik ook “De kleine Piketty” uitgelezen. Dat gaat zo’n beetje over hetzelfde: binnenwettelijk verplaatst geld zich van overheden en privé-personen naar enkele rijken. Naar van die mensen die om het hardst (laten) roepen dat vrije handel nodig is en dat belastingen op arbeid en vermogen not done zijn, omdat het juist voor mensen als u en ik nodig zou zijn dat geld vrij besteed kan worden; dat we een kleine overheid nodig hebben, nòg verdere versoepeling van het ontslagrecht, zo min mogelijk regels en dat alleen vrijhandelsverdragen als CETA, TTIP en regelingen als TiSA antwoorden bieden op economisch opkomende landen zoals China. Door de sinds 1980 tot stand gebrachte deregulering zijn er nu al mensen, die rijker zijn dan landen, maar dergelijke gigarupsen Nooitgenoeg zijn nog lang niet uitgegeten. Zij gebruiken hun mogelijkheden het maatschappelijk debat – voor zover dat niet over Moslims, Rusland of het uitsluiten van vluchtelingen gaat – over de meest bedreigende kapitalistische en liberale ontwikkelingen van deze tijd naar hun hand te zetten. Deze gigarupsen zijn niet rijk geworden door de arbeid die zij verricht hebben, maar – volgens De kleine Piketty – doordat kapitaal nu eenmaal harder groeit naarmate men er meer van heeft. Mensen zoals u en ik – ik kom als het ware ook in De Kleine Piketty voor – die geld voor ‘later’ wegzetten, hebben een grote kans dat hun geld nauwelijks nog wat waard is wanneer zij het gaan aanspreken. Bijvoorbeeld door woekerpolissen.

Voor de ingewijden: uit Piketty’s onderzoek blijkt: r > g, ofwel rijk wordt je alleen van bezit en vermogen; met werken kun je jezelf hopelijk van levensonderhoud voorzien; uitzend- en oproepkrachten misschien nèt. Dat komt mede doordat we steeds meer moeten betalen aan allerlei diensten, voorzieningen en zorg. Pas wanneer je met verdiend geld relatief risicoloos kunt gaan beleggen kun je rijk worden. Echt rijke mensen kunnen risico’s spreiden en dure juristen betalen voor advies of gewoon om haar of zijn zin te krijgen.

Voor de niet ingewijden: ‘r’ staat voor ‘rendement op vermogen’, ‘g’ voor ‘groei van het nationaal inkomen’ en ‘>’ voor ‘is groter dan’, ofwel van werken wordt men niet rijk en relatief steeds armer naarmate de tijd vordert… Bij werken vergroot men weliswaar het nationaal inkomen, maar door rendement uit eigendom oogst men veel meer profijt.

Ja, de vakantie zit erop; bij gebrek aan steenrijke ouders, ga ik toch maar weer eens aan het werk… om in mijn levensonderhoud te voorzien, dus.

Bronnen: “De kleine Piketty” (2014) door Wouter van Bergen en Martin Visser en uitgegeven door Uitgeverij Business Contact in Amsterdam en Antwerpen, en “Stad Rotterdam Verzekeringen” via https://en.wikipedia.org op 12 september 2016.

Van ‘uit’ weer ‘thuis’

Vorige keer schreef ik erover wat voor mij vakantie is. Ik deed dat aan de hand van een beschrijving van mijn laatste volle dag dit jaar in Italiaanse hooggebergte. Dit keer schrijf ik over mijn terugkeer naar de bewoonde wereld na zo’n ‘weg uit de wereld’-vakantie:

Ik bevond mij 6 september jl. op 2.285 meter hoogte op het Italiaanse Corno Bianco di Pennes-massief. Vanwege pech met mijn schoenen (de zolen lieten los) had ik besloten mijn tocht via ‘Noodplan 2′ af te breken. Zo begon ik ’s ochtend de laatste afdaling. Op een zeker moment zag ik het dal waar mijn auto stond beneden mij liggen. Het dorpje, waarin ik mijn auto geparkeerd had, zag ik niet. Dat lag om een hoekje in dat dal. Ik zag alleen nog de laatste nederzettingen in dat dal dat er uit zag als een goed gelukt schaalmodel. Daar moest ik langs om mijn auto te bereiken.

Dat ik afdalend steeds dichter bij de huisjes kwam, merkte ik nauwelijks. Ik had al mijn aandacht nodig om nogmaals steil naar beneden te klauteren. Een kudde dwerggeitjes kwam op mij afgerend van hoog boven mij totdat zij met hun allen om me heen stonden te blèren. Ik liep over gladde bergalmen. Door het gras op de berghelling moest ik uitkijken niet uit te glijden. Ik mocht ook nog een stukje over een via ferrata; een rotswand waarover een stalen ketting en wat later een stalen kabel gespannen is om wandelaars als ik te helpen ervan af (of erop) te komen. Daar genoot ik volop van. En dan ineens zag ik weer naaldbomen. Schaduw. Om me heen kijkend bleken ze verderop ook al boven mij te staan. En verder en verder afdalend stonden dan plots de huizen en schuren, die ik eerst als kleine gebouwtjes van bovenaf gezien had, aan het eind van een alm. Geen schaalmodellen meer, maar gewone gebouwen. Bij de laatste alm realiseerde ik me: Alleen nog over deze alm en ik ben weer in de gewone bewoonde wereld. Gelukkig zat mijn wandeling er daarmee nog niet op; ik moest nog zeker 3 uur gewoon wandelen voordat ik bij mijn auto arriveerde. Het eerste stuk over een beboste berghelling, later langs bospaden en onverharde wegen en het laatste stukje langs een tweebaans autoweg. Daar kwam ik eindelijk weer mensen tegen.

Aangezien ik vooral behoefte had aan vers fruit en yoghurt, kocht ik dat voordat ik mijn spullen bij mijn auto neerzette. Die stond er gelukkig nog net zo zoals ik hem aan het begin van mijn tocht had achtergelaten. Het zat er op en ik was vooral blij dat ik weer heelhuids en met een hoop fijne ervaringen in de gewone wereld van u en mij was teruggekomen. Ik kon weer contact maken met andere mensen; mensen groeten die ik tegenkwam en bellen, chatten en sms-en met familie en vrienden ver weg.

Na verloop van tijd kwam ik zelfs toe aan het nieuws dat ik gemist had. En het kan toeval geweest zijn, maar het viel me weer op dat via Belgische nieuwsbrengers als ‘De Wereld Morgen’ en ‘Trends’ ik interessanter nieuws over Nederland en het wereldgebeuren vond dan via Nederlandse nieuwsbronnen. Hoogleraar financiële geografie en publicist professor Ewald Engelen is het ook opgevallen dat Nederlands nieuws gaat over meningen en andere items die slechts voor hoge kijkcijfers zorgen. Onaangenaam nieuws, dat het leven van u en mij diepgaand beïnvloedt, wordt als te ingewikkeld beschouwd en van informatie daarover blijven we “verschoond”.

Hoewel ik het liefst direct naar huis wilde, wist ik dat het niet verstandig was dat gevoel te volgen. Eerst nam ik 7 september nog een rustdag waarop ik Bressanone (of Brixen) verkende. Ik kon op een terras weer van een Italiaanse espresso genieten. Dat deed ik daarom ook. Deze rustdag kon ik ook op mijn gemak mijn spullen herschikken en voldoende energie opdoen om de benodigde kilometers ‘te vreten’ om thuis te komen. Op 8 september onderweg at ik als extraatje nog in de oude binnenstad van het Zuid Duitse Kempten. En vannacht om 4 uur was het dan zover. Toen zette ik mijn wasmachine aan. Het gewone leven neemt weer zijn aanvang. Gelukkig kan ik daarvan doorgaans ook genieten. Zeker na weer zo’n geweldige bergtocht gemaakt te hebben als waarover ik gisteren schreef.

Klik hier wanneer u het zeer lezenswaardig verhaal van Ewald Engelen tot u wilt nemen.

Tussen gras, gruis en stenen

Het regende dus ik draaide me nog even om voor een hazenslaapje. Wat later werd ik wakker, misschien wel van de stilte. Ik ritste mijn cabine open en zag dat mijn tent nog nat was. Opnieuw draaide ik me om, maar nu om verder te lezen in De Groene Amsterdammer van 1 september jl.. De regen was kennelijk opgehouden. Na geboeid een of twee artikelen gelezen te hebben vond ik het tijd om mijn spullen in te pakken.

Zo gedacht zo gedaan. Het bleek buiten ijzig koud. Het landschap zag er fenomenaal uit. Ik stond dan ook met mijn tentje op 2.320 meter hoogte bij de twee ‘Steinwandseen’ die deel uitmaken van het massief ‘Corno bianco di Pennes’. Onder de wolken was het helder, zodat ik uitzicht had op de bergen ver weg. Boven mij hing nog een zwarte wolk die aan het optrekken was. Ik besloot mijn winterkleding aan te trekken. En dat in Italië op 5 september 2016.

Nadat alles ingepakt was inspecteerde ik de omgeving waar mijn tent gestaan had en rondom ‘mijn’ kooksteen even verderop aan een beginnend riviertje. Ik had niets achtergelaten, dus kon vertrekken. De dag daarvoor had ik zonder bagage al verkend hoe ik via een mooie route de weg naar het pad terug kon vinden. Deze verkende weg nam ik. Sentimenteel of niet, voor mij is het elke keer ‘afscheid nemen’ van zo’n mooi plekje. Alleen de herinneringen er aan en de foto’s er van neem ik mee.

Na een tijdje klimmen kwam ik terug op ‘het pad’ dat ik gevolgd had voordat ik naar de meertjes afgedaald was. Daar was duidelijk meer gelopen. Het pad voerde me verder en verder het bergmassief op tot ik over de berg heen kon kijken het volgende dal in. Dat is voor mij altijd ook een bijzonder moment tijdens zo’n tocht. Ja, dit soort tochten zit voor mij vol bijzondere momenten. Op een bergrug haal ik een doel en kijk plotseling een volkomen nieuwe wereld in. De markeringen op deze bergrug brachten me in verwarring. Moest ik die volgen of niet? Had ik misschien ergens een afslag gemist? Met mijn kaart bekeek ik ‘Giogo d Frane’, de plek waar ik was, van verschillende kanten. Ineens begreep ik hoe de kaart juist was en de markeringen ook klopten. Mijn handschoenen konden onderhand wel uit; mijn wintermuts bleef op.

Ik volgde een steile afdaling waarin ik 210 meter daalde over 300 meter afstand. Dat bleek zo steil dat de zolen van mijn bergschoenen aan de voorkant er los van raakten. Nog zo’n 500 meter afdalen verderop, daar waar ik weer zou gaan stijgen, besloot ik mijn ontbijt of lunch te gaan gebruiken: water, brood en kaas. Ik berekende waar ik zou overnachten, gezien de hoeveelheid dag die blijkens de stand van de zon nu nog restte. Uiteindelijk bleek dat ik onverwacht 3 kilometer eerder een fantastisch mooi plekje met stromend water tegenkwam. Daar besloot ik mijn tentje op te zetten. Die steile afdaling hakte er niet alleen voor mijn schoenen, maar ook voor mij in. Ik ben dan ook geen 16 meer. Ik zou nu slapen op 2.285 meter hoogte.

Heel de dag was ik geen mens tegengekomen. Ik rustte, verkende de omgeving, die ik klaarblijkelijk deelde met wat geiten, ik genoot van de stilte en mijn nieuwe uitzicht over gebergten en ik genoot van mijn avondmaaltijd. Wegens pech met mijn gastoestel bestond die uit pinda’s, brood, kaas en chocola toe. Een nacht met harde windvlagen, afgewisseld door perioden van stilte zou volgen.

Dat is voor mij vakantie.

Ga nog even niet rustig slapen

Zoals steeds weer op 21 november was ik ook in 1981 op 21 november jarig. Dat is al bijna 35 jaar geleden. Voordat er die dag bij mij thuis feest gevierd zou worden toog ik toentertijd eerst naar Amsterdam. Samen met 419.999 anderen. We deden dat om tegen kernwapens te demonstreren. Leuzen als ‘ban de bom’ en ‘raketjes zijn niet netjes’ kwamen veelvuldig op de spandoeken voorbij.

Ook toen, ik heb het in me, was ik me ervan bewust dat veel van mijn medestanders andere motieven hadden dan ik. De uitkomst van hun redenering was weliswaar ‘Tegen kernwapens’, maar hun beweegredenen waren vaak anders.

En daar moet ik aan denken als ik over een van de grootste bedreigingen voor Europese democratieën nadenk: de zogenaamde ‘vrijhandelsverdragen’ CETA en TTIP. Ook al zou het waar zijn dat de onderhandelingen over TTIP in het slop zitten, degenen die hun bedenkingen tegen deze verdragen hebben doen er goed aan nog geen “Victorie!” te kraaien. En vooral niet op hun lauweren te rusten.

In de eerste plaats verschillen de motieven van de Duitse vice-kanselier en minister van economie Sigmar Gabriel en ook die van de Franse president François Hollande wezenlijk met de werkelijke bedreigingen voor het kunnen blijven functioneren van onze Europese democratieën. Gabriel en Hollande hebben er geen enkel bezwaar tegen dat grootbedrijven, die door democratisch vastgestelde wetten winsten denken mis te lopen, een miljoenengreep of miljardengreep kunnen doen in de potten met door ons allen bijeengebrachte belastinggelden. Zo zijn de winsten van grootbedrijven verzekerd en zo zie ik de in deze vrijhandelsakkoorden opgenomen arbitrage. Het zijn ISDS-verdragen; voluit Investor State Dispute Settlement-verdragen. Alleen al een dergelijke arbitrage-procedure als agendapunt voorleggen zou voor mij een gegronde reden zijn het gehele onderhandelingsprogramma af te breken. Het is een misdadig voorstel, maar Gabriel en Hollande hebben geen enkel bezwaar tegen deze economische misdrijven.

Sinds – zover ik kan nagaan – het Verdrag van Maastricht ijvert de Europese Unie (EU) om een ongebreidelde vrije markt van grootbedrijven aan de wereld op te leggen. Het dit jaar bekritiseerde Oekraïne-verdrag is er een goed voorbeeld van. Net als eerdere wetgeving, die de EU bijvoorbeeld in het Verdrag van Maastricht al in 1992 aannam, beperken deze ‘vrijhandelsverdragen’ nog veel meer mogelijkheden voor nationale parlementen een eigen koers te gaan waar het gaat om een verbod op fracking, de uitstap uit kernenergie, verplichte labeling van ingrediënten, leefmilieunormen en last but not least arbeids- en sociale wetgeving.

Én: al zou TTIP stranden, dan hebben we als we even niet opletten met CETA het paard van Troje al binnengehaald.

De mond vol over ‘transparantie’, blijken de huidige Europese bestuurders over zaken met uitermate verstrekkende gevolgen volstrekte geheimhouding in het belang van de besluitvorming te vinden. Het geldt voor de ‘vrijhandelsverdragen’, voor de discussies erover en voor de arbitrageprocedures waaraan gesleuteld wordt en ook zodra die ingesteld zijn: geheimhouding blijft van alles wat ter zake doet ‘troef’. En dan is er nog het Trade in Services Agreement (TiSA) dat de privatisering van zowat alle overheidsdiensten wil organiseren van gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer tot post. Dit zijn geen verdragen tussen ‘staten’, maar gewoon afspraken tussen machtige economische elites die alles voor hun winsten doen, ongeacht de gevolgen voor alles (echt alles) en iedereen (afgezien van miljonairs, die gezien worden als onze redders). Deze verdragen worden enkel gesteund door een machtige lobby van een economische toplaag die alle heil ziet in de overname door hun bedrijven van de nationale Europese economieën.

Kortom, ga nog even niet rustig slapen en blijf met de politie ‘waakzaam en dienstbaar’. De kritiek, die nu vanuit Duitsland en Frankrijk komt – en niet van Nederlandse regeringsleiders – is niet gericht tegen de aard van deze zogenaamde vrijhandelsakkoorden, maar slechts tegen enkele specifieke onderdelen in één van de 3: TTIP.

Bronnen: “Duits-Franse TTIP-kritiek is tactisch spel om verzet te verwarren” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be en http://www.isgeschiedenis.nl; beide op 31 augustus 2016.

Breken en bouwen

Begin juli kreeg ik het boek “Breken met banken” dat door auteur, biograaf, co-auteur, copywriter, ghostwriter en lifewriter Siebe Huizinga geschreven is. Afgelopen nacht las ik het uit.

Ik heb dat vaker met boeken, en dit keer weer, dat ik naarmate ik dichter bij het eind kom moeilijker kan stoppen met lezen. Het wordt steeds spannender. “Breken met banken” gaat over de start-up ‘Project X’ die eindigt in de nieuwe Nederlandse bunq-bank. De start-up start in het boek op 19 juli 2012 aan een tafeltje in een restaurant. Het eindigt op 25 november 2015 met – binnen een week – de aanmelding van de 10.000ste klant.

Wanneer ik snel doorschrijf ben ik nog bij publicatie van dit blog de laatste nieuwe klant, want zojuist meldde ik mij aan. Wat me van deze app-bank aanspreekt, is dat deze bank aan haar service tracht te verdienen. De bank bestaat dan ook voornamelijk uit een app en een server. De bank belegt geen geld, wil met mijn geld geen geld maken, heeft geen ‘top’ die bonussen ontvangt, laat staan giga-bonussen, en handelt transparant. Eigenlijk dus zoals het volgens mij altijd zou moeten zijn als we iets kopen: gericht op dienstverlening.

Na Joris Luyendijks‘ boek “Dit kan niet waar zijn; onder bankiers” uit februari 2015 biedt deze app-bank mij een oplossing voor de door hem aangeroerde problemen met banken. Bijkomstig en prettig voor mijn portemonnee is dat de dienstverlening voor niet-zakelijke rekeninghouders deels gratis is. Te weten zo lang het om betalingen van en naar andere Europese rekeninghouders gaat. Verdiend wordt er door de bank aan pinbetalingen per transactie en pinpas.

Wanneer u wilt weten waar de naam ‘bunq’ vandaan komt: de founding father vindt ‘beeld’ belangrijker dan ‘klank’. ‘Bright Bank’ viel na verloop van tijd af vanwege het ordinaire en al meer gebruikte ‘bright’, dat vertaald kan worden naar ‘fel, helder, pienter en vrolijk’. De alliteratie werd alom gewaardeerd en de eerste helft spiegelt de tweede: bu/nq. Wie over dit alles nog meer wil weten kan hier klikken voor het boek of hier voor de bank.

Wij zitten hier goed

Laatst sprak ik over het aantal conflicten in de wereld. De vraag was of de tendens is dat er steeds minder conflicten zijn, een gelijkblijvend aantal of steeds meer.

Een zeer kort onderzoekje leverde me deze website op als interessante informatiebron. Een ‘buienradar’, ‘knmi’, ‘meteo’ of ‘weer’ geeft inzicht in waar het hagelt, onweert, regent of wolkt. Deze website geeft met pictogrammen inzicht in de plaatsen en soorten van conflictgebieden tussen groepen mensen in onze wereld. Om inzicht te krijgen in het aantal ontheemden dat deze conflicten voortbrengt, adviseer ik wat lekkers klaar te maken en deze website te openen.

Mocht u dit alles teveel moeite zijn, de conclusie luidt: Er zijn zolang er mensen op Aarde rondlopen nog nooit zoveel ontheemden geweest als nu. We zitten hier in België en Nederland goed; voor de weinig zichtbare ‘zij’ tussen Mexico, Peru, Angola, Kenia, Sri Lanka, Filipijnen, Noord-Korea, Kirgizië, Georgië en Kosovo geldt dat – volgens de conflictenteller – niet.

Familie, kinderen, ouders

We ontmoetten elkaar voor haar nieuwe woning. Mijn schoonzus was na allerlei weg-avonturen net eerder dan ik gearriveerd. Misschien wel dankzij het oponthoud dat ik had gehad door 2 bruggen die net openden toen ik er aan kwam. Friesland en waterverkeer gaan nu eenmaal hand in hand. Toen we aan de koffie zaten, voegde haar zoon, mijn neef, zich bij ons.

Ik bespeurde een zekere honger van beiden naar wat grove schetsen over mijn kijk op mijn ouderlijk nest; het gezin van ooit waarin ik ben opgegroeid. Ik deed mijn uiterste best om de verbale krijtstrepen vanuit mijn hart te trekken. Zo besprak ik even in vogelvlucht de zorg die ik had gehad, mijn jeugdproblemen en het begrip dat ik nu beter kan opbrengen, dan als jong volwassene.

Het is fijn dat er familie is, zodat men niet alleen van een moeder of vader over ooit kan horen. Immers, zo’n beetje alle kinderen willen weten over hun ouders weten wie zij zijn, waar zij vandaan gekomen zijn en wie zij zijn geweest.

En, mijn schoonzus en neef vroegen het niet, maar wanneer u mij vraagt of er volgens mij wezenlijk veel veranderd is in de relatie tussen mijn ouders en mij-als-kind en mijn kinderen en mij-als-vader, zou ik u antwoorden dat ook in dit tijdsgewricht kritiek en waardering hand in hand gaan, zoals Friesland en water. Misschien heeft elke relatie tussen mensen wel zijn plussen en zijn minnen.