What’s in the name…

Het gebeurt niet vaak dat ik overdag een boek lees. Overdag is bij mij meer om ‘te doen’. Met het boek “De kanarie in de kolenmijn” van Ewald Engelen en Marianne Thieme ging dat anders. Afgelopen week las ik beide boeken met dezelfde titel overdag uit.

Het ministerschap in Nederland zou je kunnen zien als een stage om na afloop bij een grootbedrijf ver boven de Balkenende norm te kunnen incasseren.

Ik had het boek pas geleden gekocht tijdens een presentatie van de schrijvers in Utrecht. Thieme hield ons die avond voor dat een planeetbrede aanpak nodig is om de problemen, die veroorzaakt worden door te massale oogsten, uitputting van de aarde en omgevingsvervuiling, het hoofd te bieden. Zij vertelde erbij dat we daarvoor fundamenteel anders moeten gaan denken. Zo moeten we volgens Thieme bijvoorbeeld af van korte termijndoelen zoals groeicijfers, kwartaalcijfers en ad hoc overheids- en regeringsbeleid.

Terwijl ik deze week haar bijdrage aan ‘De kanarie’ las, werd het onderzoek van het RIVM gepresenteerd over de effecten van het verhogen van de maximum snelheid op Nederlandse snelwegen. Slechts 5,5% van de onderzochte trajecten, waar nu 130 km/u gereden mag worden, was vuiler dan in 2010, en op de overige 94,5% van de trajecten was de lucht schoner. Tot hier goed nieuws, zou je denken. In de toelichting viel het masker van minister Melanie Schultz van Haegen (VVD), die ook de baas van het RIVM is: doordat auto’s schoner zijn gaan rijden wordt het meer vervuilende effect door harder te rijden ‘onder de streep’ meer dan gecompenseerd. Doel is bij deze minister niet er ‘alles aan te doen wat we kunnen’ om de afspraken van de klimaattop COP21 in Parijs na te komen. Bovendien staan naar mijn mening tegenover de extra vervuiling door het verhogen van de maximumsnelheid alleen de winst dat Nederlandse automobilisten hooguit 5 minuten eerder op hun bestemming zijn: tijdwinst, ook zo’n korte termijndoel.

Engelen besprak in zijn bijdrage aan de avond de huidige politieke schizofrenie van aan de ene kant en in het klein goede en leuke initiatieven stimuleren en aan de andere kant in het groot meer van hetzelfde nastreven. Daaruit blijkt volgens hem (en mij) dat politici geen zicht hebben op de oorzaak van de problemen waarmee we kampen: het grote geld regeert, waardoor juist de grote problemen zoals verspilling en vervuiling niet aangepakt worden, maar ieder wel een waterbesparende douchekop wordt aangepraat. Politiek is te ver van burgers af komen te staan. Het ministerschap in Nederland zou je kunnen zien als een stage om daarna bij een grootbedrijf ver boven de Balkenende norm te kunnen incasseren. Zo zei Engelen het niet, maar zo begreep ik hem wel. Van ‘democratie’ zijn we in een ‘corpocratie’ terecht gekomen. Dat zei hij wel. En nog veel meer interessants.

‘De kanarie’ is een boek voor iedereen, die durft na te denken wat voor ons nageslacht juist is vandaag te doen.

Terwijl ik deze week zijn bijdrage aan ‘De kanarie’ las, werd Donald Trump gekozen tot 45ste president van de Verenigde Staten van Amerika (hier verder met ‘Amerika’ aangeduid). Achteraf logisch. Had Barack Obama 8 jaar geleden zijn presidentschap niet verworven met de belofte “Yes, we can”? Die droom is voor veel Amerikanen niet uitgekomen:
· 1 op de 6 Amerikanen, bijna 50.000.000 in totaal, leeft op of onder de armoedegrens van krap $ 500 per maand,
· Ruim 45.000.000 Amerikanen zijn in hun levensonderhoud afhankelijk van voedselbonnen,
· 1 op de 100 volwassen Amerikanen – een wereldrecord – zit in de gevangenis,
· 46 van de 50 Amerikaanse staten balanceren op het randje van faillissement,
· Amerika heeft met 17% van het bruto binnenlands product (bbp) het duurste zorgstelsel per hoofd van de bevolking,
· Amerikanen hebben samen ongeveer $ 1.800.000.000.000 aan studie- en creditcardschulden; de hoogste schuldenlast ter wereld,
· Amerika is economisch het meest ongelijke land van de Westerse wereld; de kloof tussen rijk en arm is zo groot dat de rijkste 1% 40% van de welvaart bezit,
· Amerika is met $ 900.000.000.000 dollar per jaar nummer 1 in wapenexport,
· Amerika telt meer wapens dan inwoners: 112 wapens per 100 inwoners,
· Het defensiebudget van Amerika is met $ 700.000.000.000 per jaar hoger dan dat van Afrika, Europa en het Midden-Oosten bij elkaar en
· Amerika is volgens de Wereldgezondheidsorganisatie nummer 33 in levensverwachting.
Is het dan vreemd dat mensen, die verandering zeggen te brengen, zoals Bernie Sanders* en Donald Trump, hoger scoren** dan mensen die meer van hetzelfde zullen brengen zoals Hillary Clinton? En dat geldt ook voor de dagelijks groeiende groep ontevredenen in de Europese Unie en in Nederland.

Ik bedoel hiermee te zeggen dat na 40 jaren gepropageerd neo-liberaal beleid door conservatieve, door linkse en door rechtse politieke partijen ook in Nederland het geduld opraakt. Terwijl voor multinationals, die hier actief zijn, al 40 jaren de wegen vrijgemaakt worden om onbelast en vrijelijk hun gang te gaan worden voor mensen als u en ik het leven duurder, perspectieven steeds onzekerder en de schulden hoger: hogere lasten en – zoals mij laatst vanwege het ‘eigen risico’ deed besluiten – verminderde toegang tot de gezondheidszorg. Uiteraard wensen steeds meer mensen een radicaal ander beleid. Hierin schuilt volgens mij het bij referenda afwijzen van de Europese grondwet, het afwijzen van het verdrag met Oekraïne en de Brexit. En bij verkiezingen: de winst van de polariserende Trump en de winst voor Wilders met zijn eenmanspartij.

Ik adviseer iedereen, die durft na te denken wat voor ons nageslacht juist is vandaag te doen, ‘De kanarie’ te lezen. Ik verklap er graag over dat wat mij bij het lezen ervan duidelijk werd, is dat – vrij naar Engelen in dat boek – de Partij voor de Dieren van Marianne Thieme en de haren geen single-issue-partij is, maar de largest-issue-partij die je maar kunt bedenken. Dat is anders dan de partijnaam doet vermoeden.

Bronnen: “Lezing Ewald Engelen + Marianne Thieme – Kanarie in de kolenmijn” op 27 oktober 2016 in ‘Molen de Ster’ te Utrecht, “De kanarie in de kolenmijn” door Ewald Engelen en “De kanarie in de kolenmijn” door Marianne Thieme, beide in 2016 als één boek uitgegeven door Prometheus in Amsterdam en “De status quo heeft gisterennacht grandioos de Amerikaanse verkiezingen verloren” door Rob Wijnberg in De Correspondent via https://decorrespondent.nl op 9 november 2016.

Klik hier voor meer informatie over het boek.

* Bernie Sanders is naar verluid tijdens het campagnevoeren zowel door zijn Democratische Partij als door de mainstream-media tegengewerkt. By the way degenen die dat deden zullen zich nu wel afvragen hoe goed zij daaraan gedaan hebben, maar als hadden komt is hebben te laat. Dat geldt ook ons. Nu!
** Ik besef dat dit ‘kort door de bocht’ is. Feitelijker is de formulering: Clinton verwierf meer stemmen en Trump behaalde meer kiesmannen aan zijn zij. Lees het dus als ‘hoger scoren voor wat betreft het aantal kiesmannen, hoewel beiden nagenoeg evenveel stemmen haalde; Clinton nèt iets meer.’ De gevolgde redenering, die er op neerkomt dat ‘wie wind zaait storm zal oogsten’, gaat hier wèl onverminderd op.

Selluf toen

Als kind had ik het al; en nu heb ik het weer eens klaargespeeld: het begon met een idee. In plaats van een bank, die zelden of nooit gebruikt wordt, wilde ik naast mijn bureau een werktafel in mijn werkkamer en wel eentje waaraan ik zowel staande als zittend kan werken.

De lengte en breedte van het werkblad maakten de aankoop van een bestaand exemplaar onmogelijk. Vandaar dat ik besloot het hout zelf te verlijmen. Na tekenen en aankopen veranderde mijn woonkamer in een werkschuur. Het lijmen was het probleem niet; het verwijderen van lijm op het bovenblad des te meer. En dat terwijl ik het paneel met de bovenkant naar boven had laten drogen.

Vervolgens bevestigde ik de dragende balken onder het werkblad en de constructies om de poten vast te maken. Het grote geheel, met een gewicht van 30 tot 40 kg, moest buitenom naar boven. Dat kon ik klaarspelen in combinatie met een schilderklus. De schilder wilde me wel een handje helpen. Dat ging bijna fout, toen de ladder waarop ik stond weggleed. Maar ‘bijna’ is niet helemaal. Het werkblad kwam ongeschonden op zijn plaats. Ik met een handgrote blauwe plek, de schilder met een scheut adrenaline in zijn lijf en mijn buren kwamen ‘met de schrik vrij’.

Daarna hielp een zoon van mij met het aanbrengen van de poten, het verstevigen van heel die constructie en het plaatsen van een onderblad. Op het onderblad kan ik dan in een ‘dode hoek’ onder het werkblad een printer en computertoebehoren kwijt. Onvoorziene omstandigheden waren dat de muren in mijn werkkamer geen van alle recht lopen en dat ook de vloer in het midden lager is dan aan de randen. Dat bleek goed oplosbaar doordat de 5 poten nog vastgemaakt moesten worden. Het veroorzaakte stof liet ik neerdalen en ik bereidde het aflakken voor. Op advies van de schilder gebruikte ik daarvoor wat in goed Nederlands ‘White wash’ genoemd wordt.

Vervolgens was het de beurt aan horizontale plinten voor een nauwe aansluiting van het werkblad op de ronde muren. Ik kocht een gebruikte barkruk, die in hoogte verstelbaar is, en een led-lichtsnoer voor verlichting onder de tafel. En nu is alles geïnstalleerd en in gebruik.

Alles bij elkaar was dit een project van 2½ week, waarin ik verspreid over 4 dagen zo’n 20 uur aan het blad gewerkt heb, mijn zoon 5 uur en de schilder 1, exclusief het consumeren van koffie en het zelfgemaakte appelgebak. En het is mooi geworden! Mijn woonkamer is daarnaast ook nog schoner dan toen ik aan dit project begon. En ik vind het echt leuk om van een plannetje te komen tot een tastbaar resultaat dat helemaal voldoet aan mijn wensen. Met dank aan de leveranciers, de schilder en mijn zoon natuurlijk.

Wat te leren van de hond, die J. van Viegen heet?

Er zijn nog steeds mensen die, net als mijn ouders toen zij nog leefden, het ‘8 uur journaal’ niet willen missen. Ik ken er enkele. Zij motiveren dat met de stelling dat ze graag weten wat er in de wereld gebeurt.
Laatst werd mij in het Utrechtse centrum een gratis ‘NRC of Volkskrant’ aangeboden. Ik mocht kiezen. Toen ik liet weten daarin geen interesse te hebben, reageerde de belanghebbende abonnementen-verkoper met de vraag of ik niet geïnteresseerd ben in wat er in de wereld gebeurt.

Hoe kom je er achter wat er in de wereld gaande is? Maak eerst zelf eens iets mee; iets waaraan media aandacht schenken. En kijk eens daarna wat media over die gebeurtenis berichten… Of probeer, zoals ik hier gewoon ben te doen, eens een objectief stukje te schrijven over iets wat u heeft meegemaakt. Zoals in de vorige zin, moet ik er al over nadenken het formele ‘u’ of het informele ‘je’ op te schrijven. Wat is objectief en hoe stem ik op u en jou af?

Bij ‘nieuws’ wordt het navranter: In 1999 weigerde de Servisch president Slobodan Milošević de ‘Akkoorden van Rambouillet’ te ondertekenen. Volgens de mainstream Westerse media weigerde hij omdat hij de autonomie van Kosovo niet wilde aanvaarden. Nieuwsvolgers waren al snel op de hoogte van de ‘drammer’ Milošević.
Zelf verklaarde hij echter dat hij niet kon aanvaarden dat het akkoord de vrije toegang voor de NAVO in heel Servië inhield, dus ook buiten Kosovo, met inbegrip van het recht op de bouw van permanente basissen eveneens in heel Servië.
Later zei Henry Kissinger daarover in een interview in de Britse krant Daily Telegraph: “De tekst van Rambouillet, die Servië oplegde om NAVO-troepen in heel het land toe te laten, was een provocatie. Rambouillet was geen document dat een voorbeeldige Serviër kon aanvaarden. Het was een verschrikkelijk diplomatiek document dat nooit aan hen in die vorm had mogen worden voorgelegd.Het is slechts een voorbeeld van hoe we niet via maintream-media op de hoogte komen van wat er in de wereld gebeurt.

Met dat Oekraïneverdrag geldt hetzelfde: wat in onze media geframed wordt als ‘handelsovereenkomst’ is in dezen een verregaande EU-bemoeienis met nagenoeg alle beleidsterreinen die Oekraïne kent. Hoewel ik voor handel ben, stemde ik na lezing van de ‘overeenkomst’ met hart en ziel tegen dit verdrag.

Hoe komt ‘nieuws’ in de media? Het begint met een getuige, een persbericht, een verantwoordelijke of een woordvoerder. Die ontkomen geen van vieren aan ‘spinnen’. Het Engelse werkwoord ‘to spin’ betekent hetzelfde als het Nederlandse werkwoord ‘spinnen’ en verwijst wanneer het geen kat betreft naar ‘spinnen aan een weefgetouw’. Kort samengevat wordt de term ‘spin’ nu haast altijd gebruikt als omschrijving van een techniek om beelden, feiten, gebeurtenissen en woorden te becommentariëren en dusdanig in te kaderen dat het publiek – jij, u en ik – ze gaat interpreteren en lezen op een vooraf bedachte manier. ‘Nieuws’ op het 8 uur journaal, in kranten, op de radio, verder op TV en in sociale media licht daardoor niet meer dan een tipje van de sluier op: we krijgen slechts de rook te zien, maar blijven onwetend over welk vuur die rook veroorzaakt.

Ik wil er maar mee zeggen: maak u niet te druk om wat u door ‘het nieuws’ voorgeschoteld krijgt en dat geldt ook voor jou; volg uw en jouw eigen intuïtie en doe zelf onderzoek wanneer hetgeen we voorgeschoteld krijgen indruk maakt. We moeten ons vooral niet door onze media in de luren laten leggen: zoek zelf de bronnen op van wat ‘nieuws’ genoemd wordt. Dit advies en deze wijsheid is van alle tijden, dus sluit ik maar af met een oud gedichtje van Trijntje Fop, alias Cornelis Jan (Kees) Stip (1913 – 2001), met de titel ‘Op een hond‘:

Een hond wiens naam was J. van Viegen
zag vijf gevulde schotels vliegen.
De eerste schotel was gevuld
met zwezerik en zure zult.
De daaropvolgende bevatte
een portie Belgische patatten.

De derde schotel vloog voorbij
vol versgebakken balkenbrij.
De vierde schotel, de dichtbijste
was ook met brij, maar ditmaal rijste-.
En wat nu zoudt gij denken dat
er in de vijfde schotel zat?

Ach mensen, laat u niet bedriegen.
Een hond heet immers nooit Van Viegen.

Bronnen: “John Pilger over Clinton, Trump, propaganda, media en oorlog” door John Pilger en DeWereldMorgen Vertaaldesk via http://www.dewereldmorgen.be op 2 november 2016 en het gedicht “Op een hond” door Trijntje Fop (1955) uit ‘Ongerijmde rijmen’ (ongedateerd) samengesteld door Michel van der Plas, uitgeverij Het Spectrum n.v. in Utrecht en Antwerpen.

Klik hier voor het artikel van John Pilger, met onder meer deze alinea:

Datzelfde jaar (2003) filmde ik kort na de invasie (van Irak) in Washington Charles Lewis, een vermaarde Amerikaanse onderzoeksjournalist. Ik vroeg hem: “Wat zou er gebeurd zijn als de meest vrije media in de wereld op een ernstige manier zouden ingegaan zijn tegen deze later als rauwe propaganda ontmaskerde desinformatie?” Zijn antwoord was dat als de journalisten hun werk hadden gedaan: “Dan was er een zeer, zeer goede kans geweest dat we niet ten oorlog zouden zijn vertrokken naar Irak.”

De geschiedenis hoeft zich echt niet altijd te herhalen; maar daarvoor is algemeen politiek bewustzijn nodig

Dat mensen als u en ik nauwelijks een idee hebben van het internationaal verdragsrecht lijkt mij begrijpelijk. Onaanvaardbaar vind ik daarentegen de algemene onwetendheid over verdragen waarmee mainstream-media ons berichten. Daardoor krijgen u en ik geframede persberichten te horen en blijven onwetend over mogelijke en verwachte gevolgen en over wat er wel en niet gebeurd is bij de totstandkomen van verdragen. Zo krijgen degenen, die ons bij de opstelling, ondertekening en ratificering van verdragen vertegenwoordigen, volledig ‘vrij spel’ om te doen en te laten wat hen goed dunkt zonder de volgens de liberaal Thorbecke broodnodige ‘tegenmacht’.

Vanaf mensenheugenis tot het einde van de 19de eeuw zijn verdragen afgesloten zonder enige inspraak van de bevolking. De geleidelijke democratisering van de Europese natiestaten, die sindsdien in onze samenlevingen is ontwikkeld, heeft die inspraak beetje bij beetje mogelijk gemaakt. Zo is het parlementaire systeem – dat aan de democratie voorafging – geleidelijk onder invloed van de bevolking gebracht door uitbreidingen van het kiesrecht.

Toch zijn er 3 beleidsterreinen, die grotendeels aan de controle en inspraak van de bevolking ontsnappen:
buitenlandse zaken,
defensie en
de troon.
Zo komt het dat van onderhandelingen met buitenlandse mogendheden, waartoe ik hier ook de Europese Unie reken, de verdragen die daaruit voortkomen en de gevolgen van die afspraken inhoudelijk nagenoeg geheel aan de mainstream-media-aandacht ontsnappen. Hooguit wordt een ministerieel persbericht plichtsgetrouw samengevat voorgelezen.

Degenen die wél informatie over verdragsonderhandelingen vinden en wél te weten komen wat de inhoud en mogelijke impact van toekomstige verdragen is, komen vaak zeer bezorgd of uiterst ontstemd in beweging.

De neoliberale voorstanders van de actuele ‘verdragen ter bescherming van exclusieve rechten voor buitenlandse investeerders tegen elke mogelijke inmenging door maatschappelijke en openbare organisaties, overheden en parlementen’ – ik doel op CETA, TiSA en TTIP – deden er alles aan om gèèn media-aandacht te krijgen. Zij bereikten dat door 7 jaren strikte geheimhouding toe te passen en beraadslagingen te organiseren in hermetisch van de buitenwereld afgesloten ‘achterkamertjes’. Alleen door de – al dan niet zo bedoelde – actie van de Waalse gewestregering werd CETA door de mainstream-media en politici ‘ontdekt’; tot voor kort onbestaande media-aandacht zag even het licht. Ineens werden de ingenomen standpunten van de zo goed als passieve politici bekend en zichtbaar. Zelfs de grotendeels onwetende publieke opinie pikte wat informatie over CETA op.

Misschien heeft verzet tegen dit soort verdragen door deze aandacht nu een vaste plaats verworven in de media; ‘hoop’ is hier de vader van mijn gedachten. In elk geval was verzet – naast het als ‘belachelijk’ afdoen van het Belgisch staatsrecht* en hoe daarmee omgegaan is – voor velen even de toon: “Gaat het in CETA daarover!?! Dat klink niet best.

CETA is nu door Canada en alle EU-lidstaten ondertekend en moet nog geratificeerd worden. Wanneer minstens één EU-lidstaat CETA niet ratificeert, vervalt het gehele verdrag.

ACTA in 2007 en MIA in 2006 waren indertijd een zelfde lot beschoren. Om te bereiken dat minstens één lidstaat CETA niet ratificeert, is het nodig dat het maatschappelijk verzet ertegen onverminderd en zelfs geïntensiveerd doorgaat.

Ik hoop van harte dat de komende tijd voldoende maatschappelijk bewuste mensen effectief hun geluid zullen laten horen, want ik vrees na de EU-verdragen van Maastricht en Lissabon, die voor het alledaagse leven van heel veel EU-inwoners slecht uitpakken (waar mainstream-media en politici zelden of nooit aandacht aan schenken), dat CETA, TiSA en TTIP jarenlang een neoliberaal en pijnlijk litteken in ons maatschappelijk verkeer zullen veroorzaken. TiSA zelfs voor altijd, wat dat ook is.

Misschien is het zelfs nog erger: zoals het verdrag van Versailles (1919/1920) uiteindelijk 19 jaar later geleid heeft tot de Tweede Wereldoorlog (1939), zouden we momenteel met ‘Maastricht’, ‘Lissabon’, ‘Griekenland’, CETA en binnenkort TiSA en TTIP bezig kunnen zijn de geschiedenis, die in de eerste helft van de vorige eeuw plaatsvond, te herhalen**. Iets wat niemand indertijd wilde en iets wat niemand nu wil.

Laat het niet gebeuren!

Bron: “Verzet tegen CETA blijft ook na ondertekening even zinvol” en “Wallonië en CETA of de neoliberale nachtmerrie van democratische inspraak in de economie”; beide door Lode Vanoost van De Wereld Morgen via http://www.dewereldmorgen.be op respectievelijk 30 oktober 2016 op 21 oktober 2016.

* Lode Vanoost legt in zijn artikel van 30 oktober haarfijn uit hoe de ‘Conventie van Wenen over het verdragsrecht’ (1969) ertoe leidde dat uiteindelijk deelparlementen in België voor een hoop reuring over CETA zorgden. Klik hier voor dat artikel met een link naar de tekst van bedoelde Weense conventie. Een conventie die na de Tweede Wereldoorlog tot stand kwam om de mislukte vredesverdragen van na de Eerste Wereldoorlog voortaan te voorkomen. Want die mislukte verdragen zetten een reeks gebeurtenissen in gang met uiteindelijk de Duitse inval in Polen (1939) als gevolg.

** Zie voor deze waarschuwing mijn blog “Tegengif” van 7 oktober jl.. Daarin haal ik de gelauwerde Amerikaanse Nobelprijswinnaar econoom Joseph Stiglitz aan, die ons in zijn nieuwe boek “The Euro: How a Common Currency Threatens the Future of Europe” wijst op herhaling van een geschiedenis die niemand wil: Hier kunt u voor dat blog klikken om dan te scrollen naar 7 oktober 2016.

Het einde van de wetenschap

In een discussie, die ik in De Groene Amsterdammer van deze week las, werd geopperd dat ‘ons dieet’ onze nieuwe religie is. Trends volgen elkaar daarbij in hoog tempo op. De teneur, die ik uit dat artikel haalde, was dat nieuwe diëten te weinig wetenschappelijk onderbouwd zijn. Maar wat is wetenschap nog, vraag ik me dan af.

Sinds 32 jaar is er veel veranderd aan de Nederlandse universiteiten. In die tijd zijn universiteiten in plaats van ‘onafhankelijk onderzoek’ steeds meer ‘Derde geldstroom-onderzoek’ gaan doen. Bedrijven bepalen daardoor de richting van onderzoek, wat wel en niet gepubliceerd wordt en in welke bewoordingen gerapporteerd wordt.

Uit onderzoek van het – in goed Nederlands – “Teaching Lab” van de Onderzoeksredactie van de Groene Amsterdammer blijken verontrustende cijfers. Zo heeft 83% van de hoogleraren nevenfuncties. Van 25% is de lijst van nevenfuncties niet kompleet en 21% van die hoogleraren vermeldt niets over hun werk voor bedrijven. De werkgevende universiteit weet dus niet welke petten hun hoogleraren op hebben. Slechts 30% van de hoogleraren met nevenfuncties zegt onderscheid te maken tussen universitair werk en nevenwerk. Zeker 17% van de hoogleraren met nevenfuncties verdient aan hun bedrijfsactiviteiten meer dan € 25.000 per jaar.

Wanneer wij horen of lezen, zoals in het ‘dieet-artikel bepleit wordt, dat ‘de wetenschap’ iets heeft uitgewezen hebben we geen idee meer of we een wetenschapper horen of een hoogleraar in haar of zijn functie van woordvoerder voor een bedrijf. Die hoogleraar kan dan best in zijn of haar vrije tijd aan een universiteit werken; voor de boodschap betekent het dat die besmet is. De kans blijkt in elk geval groot dat een universitair onderzoeker, die in de media iets vertelt, geldelijk belang heeft bij een bepaalde beeldvorming en/of onderzoeksresultaten. “Wij van Dentaid adviseren Dentaid”.

Melk is inderdaad goed voor elk“, luidde een persbericht dat de Universiteit Wageningen in 2008 de wereld inzond. De onderzoeker, bijzonder hoogleraar zuivelkunde Toon van Hooijdonk, bleek tevens directeur van melkfabrikant Campina.

Academici blijken vaak de uitvoerders te zijn van andermans vragen. De verzakelijking is mede het gevolg van Nederlands overheidsbeleid, dat nadrukkelijk streeft naar sterkere banden tussen het bedrijfsleven en universiteiten. Toegejuicht wordt dat met innovatiesubsidies (ons belastinggeld) de Utrechtse universiteit bijvoorbeeld het private Danone sponsort om patenten te verwerven, zodat andere zuivelfabrikanten de universitair onderzochte methodes niet kunnen gebruiken. Met name het universitair onderzoek moet meer en meer zichzelf financieren door hun resultaten te gelde te maken. Tussen 2000 en 2010 is de eerste geldstroom van de universiteiten – het deel voor onderzoek en onderwijs dat door universiteiten vrij te besteden is – gekrompen van 52 naar 45% van hun budget. Tegelijkertijd groeide de onderzoeksfinanciering door bedrijven, de ‘derde geldstroom’, en bepaalde het rijk dat ook de ‘tweede geldstroom’ – de publieke financiering van onderzoeksprojecten via de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) – voor bijna de helft (rond € 275.000.000 per jaar) moet worden besteed in zogenoemde topsectoren; samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, de overheid en universiteiten. Minister van Onderwijs en Wetenschap Jet Bussemaker (PvdA) liet deze kabinetsperiode weten aan te sturen op ‘nog sterkere interactie tussen ­universiteiten en samenleving’. In een brief aan de Tweede Kamer noemde ze het grote aantal nevenwerkzaamheden een uiting van het succes van dit beleid. De richtlijn waarin is opgenomen dat hoogleraren hun werkzaamheden op hun persoonlijke profielpagina’s vermelden, vond ze voldoende. Méér transparantie was voor haar niet nodig…

Het toont volgens mij aan dat het Nederlandse politieke beleid sterk beïnvloed wordt door lobbyisten en dat de overheid geenszins meer zichzelf tot doel stelt om de zwakkeren in de samenleving, degenen die zich bijvoorbeeld afvragen wat wel of niet gegeten kan of moet worden, tegen bedrijfspropaganda te beschermen. Sterker nog, het lijkt mij zo langzaam maar zeker raadzaam zogenaamde wetenschappelijke adviezen in de wind te slaan.

Bron: “Ons dagelijks brood, maar dan wel glutenvrij graag!; Dieet als religie voor ongelovigen” door Sanne Bloemink, “De juiste yoghurt; Onderzoek Danone en de ondernemende overheid” door Karlijn Kuijpers & Casper Thomas en “Ondernemende professoren; Nevenfuncties van hoogleraren leiden tot belangenverstrengeling” door Marcel Metze, Nanouk van Gennip, Adriana Homolova, Sjors Koevoets, Karlijn Kuijpers, Casper Thomas, Betto van Waarden; alle drie in De Groene Amsterdammer van respectievelijk 26 oktober 2016, 2 maart 2016 en 26 november 2014.

Aanvulling op het Nederlandse nieuws

Het is zaterdagavond 21 uur en pas een uur geleden nam ik de tijd me van het wereldgebeuren op de hoogte te stellen. Wederom las ik in de Nederlandse media niets over de grote dingen die op stapel staan; wel over allerlei kleinere en middelgrote zaken. Boeiend, fijn, erg, interessant, saai of tijdverspillend. Wederom vond ik pas bij onze zuiderburen artikelen met relevantie. Bijvoorbeeld wat er nu wel en niet door Ministre-Président de la Wallonie Bourgmestre de Charleroi Paul Magnette en de zijnen veranderd is aan CETA, dat volgens mij ten onrechte in alle media geframed wordt als een vrijhandelsverdrag.

In de eerste plaats is er niets veranderd aan de 1.598 pagina’s CETA-tekst. Voor het afstemmen van invoer- en uitvoertarieven zijn zoveel pagina’s echt niet nodig.

CETA gaat ook over zaken waar een weldenkend mens tegen kan zijn. Zaken als arbeidswetgeving, gezondheidszorg, kapitaalstromen, milieuzorg, patenten en een speciale rechtbank voor multinationals, waar zij het alleenrecht hebben om overheden aan te klagen terwijl in CETA is opgenomen dat nationale wetgeving dan niet telt. Én buiten nationale wetten om miljoenen, zelfs miljarden uit nationale schatkisten proberen te krijgen zodat hun winstverwachtingen linksom of rechtsom gehaald worden.

Het mag duidelijk zijn wie de lasten te dragen krijgt wanneer ExxonMobil, dat met – in goed Nederlands – Royal Dutch Shell een joint venture onder de naam Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) is aangegaan, 13 miljard claimt ter compensatie wanneer zij in de toekomst niet meer rond de Waddeneilanden mag boren.

De reeds bestaande ‘interpretatie’ aan CETA is de afgelopen dagen onder invloed van de Belgische ‘dwarsliggers’ verder uitgebreid. De juridische status van deze ‘interpretatie’ is onduidelijk. In elk geval zegt een jurist, die het Waalse deelparlement adviseerde: “Iedere keer [wanneer; GjH] de interpretatie in strijd zal zijn met het verdrag, zal het verdrag voorrang hebben.

Door het verzet van het Brusselse en het Waalse deelparlement werd in de ‘interpretatie’ opgenomen dat die rechtbanken, die zich bijvoorbeeld over de nog niet ingediende claim van Exxonmobil buigen omdat de NAM zijn gang nog mag gaan, anders samengesteld zullen worden: rechters zouden onafhankelijker worden en een ethische code opgelegd krijgen.

In CETA is opgenomen dat alle overheidsdiensten geliberaliseerd mogen worden, tenzij ze op een ‘zwarte lijst’ staan. De ‘interpretatie’, die daar nu aan is toegevoegd, is dat staten zelf mogen definiëren wat een openbare dienst is.

Er komt een nieuwe vorm van samenwerking tussen Canada en de Europese Unie waarin, buiten elke democratische controle om, speciale expert-groepen normen en standaarden voor voedselveiligheid zullen bepalen.

Zo’n 80% van de grootbedrijven in de Verenigde Staten van Amerika heeft een dochterbedrijf in Canada. Zo’n dochtertje van een Amerikaanse multinational krijgt via CETA toegang tot de Europese markt met alle daarbij behorende privileges. Magnette’s akkoord eist nu een ‘echte band met Canada’ van bedrijven om de CETA-privileges te krijgen.

Wat overigens 7 jaar lang niet kon, kon in oktober ’16 opeens wel: een breed debat waarin alle actoren, zelfs ik op het Museumplein in Amsterdam, hun stem konden laten horen. Dàt, eigenlijk alleen dàt is vooralsnog wat ik zie als winst van de Brusselse, Franstalige en Waalse opstelling.

Opeens hield het Europese establishment heel even wel (twee woorden) rekening met de bezwaren van consumenten- en milieuorganisaties, vakbonden en Belgische zorgverzekeringen. Tot op de Kaapverdische eilanden schreven kranten over de keerzijden van dit akkoord. In Amsterdam en Berlijn werd steun betuigd aan de Brusselse, Franstalige en Waalse opstelling. In Canada en Duitsland stapten burgers naar het Hooggerechtshof.

Maar de educatie was van korte duur. In Nederland is CETA geen nieuws meer; zojuist hoorde ik op de radio dat Max Verstappen weer een hot issue is. Hij heeft morgen op de Grand Prix in Mexico de derde startplek.

Bron: “Hoe nieuw is ‘Le nouveau CETA’?” door Line De Witte en Peter Mertens via http://www.dewereldmorgen.be op 28 oktober 2016.

Klik hier voor het artikel van Line De Witte en Peter Mertens.

Zo lang de zon schijnt…

Op 22 oktober jl. bevond ik mij op het Museumplein in Amsterdam om met 6 tot 8.000 anderen te tonen tegen ondertekening van ‘het vrijhandelsverdrag CETA’ te zijn. Een demonstratie heet zoiets. Tevoren had ik nog even met een vriend in de Van Baerlestraat koffie gedronken. Het Museumplein oplopend was overduidelijk dat de Socialistische Partij aanwezig was; dichterbij de massa bleek het een gemêleerd gezelschap van ex-Auschwitz/Birkenau-gevangenen, Foodwatch, Greenpeace, Milieudefensie en vakbonden en van Groenlinks, enkele vertegenwoordigers van de Partij van de Arbeid, de Partij voor de Dieren, als vermeld de Socialistische Partij en enkele politieke partijen die nog niet in de Tweede kamer zitten. En mensen zoals ik die namens zichzelf daar ‘protesteerden’.

Wat doen die oud-Auschwitz/Birkenau-gevangenen daar?” vraagt u zich misschien af. Zij waarschuwden voor mogelijk kwalijke uitwassen van marktdenken en kapitalisme door er op te wijzen dat het I.G. Farben-industriecomplex Buna indertijd achter de dwangarbeid van de gevangenen zat: tegen de laagst mogelijke kosten, te weten fysiek net in leven gehouden worden en overgeleverd aan volstrekte rechteloosheid en willekeur, leverden de gevangen hun arbeid voor dit bedrijf en andere bedrijven. Deze ex-gevangen zien parallellen met CETA en TTIP, waarin eveneens arbeidsrechten (beloning, ontslagrecht en uitkeringen) omwille van ongebreidelde winsten voor multinationals ingeperkt worden.

Lode Vanoost hekelt de term ‘vrijhandelsverdrag’ voor CETA en TTIP. Een meer accurate omschrijving vindt hij: ‘Verdragen ter bescherming van exclusieve rechten van buitenlandse investeerders tegen elke mogelijke inmenging door openbare overheden, parlementen en maatschappelijke organisaties’.

Dit vast redactielid van De wereld Morgen vindt het ook wel wat lang, maar zo’n titel dekt de lading van de 1.598 pagina’s tekst juister dan een term die riekt naar gemakkelijker handel.

Ik vrees dominantie van grootbedrijven over economie en politiek, doordat overheden hun mogelijkheden opzeggen om arbeiders, dieren, gewone mensen, klimaat, milieu, (tarieven voor medicijnen en binnen de -) gezondheidszorg en de zwakkere mensen in de samenleving tegen knechting, misleiding en uitbuiting te beschermen. Sterker, onder dreiging van miljardenboetes door grootbedrijven, die zelf nauwelijks belasting afdragen, beschermen die bedrijven zich met CETA, TiSA en TTIP tegen wat zij ‘onbetrouwbare overheden’ noemen; maar wat overheden zijn die het – wellicht op basis van voortschrijdend inzicht – opnemen voor wat van ‘algemeen belang’ is. Wanneer die boetes betaald worden, resteert nòg minder geld voor het algemeen belang dan nu al onder het Verdrag van Maastricht mogelijk is.

Veel mensen hebben geen idee over wat CETA, TiSA en TTIP inhouden en laten zich leiden door de misleidende naam die naar vrijhandel verwijst en door de schamele mededelingen over dit soort verdragen via onze media. Net zo min hebben zij een idee erover hoe ons dagelijks leven beïnvloed wordt door het Verdrag van Maastricht (1992) en het Verdrag van Lissabon (2007). Zolang de zon schijnt, smaakt een biertje buiten in de tuin of op het terras lekker.

Ik maak mij zorgen, ondermeer over dit soort onethische verdragen. Ik maak mij zorgen, omdat kennelijk zelfs zulke maatregels door onze volksvertegenwoordigers niet resoluut van de onderhandelingstafel geveegd zijn.

Voor mij is het dus geruststellend dat de Franstalige deelparlementen de afgelopen dagen dwars zijn blijven liggen. Het is de vraag of zij dat tot donderdag, de dag dat het verdrag door ‘Canada’ en ‘de EU’ ondertekend zou worden, volhouden. Steekhoudend leek mij de opmerking van de minister-president van het Franstalige deel van Wallonië Paul Magnette, die het ondemocratisch vindt om zijn regering zo onder druk te zetten. In de ogen van ‘zijn’ minister van Energie, Huisvesting, Lokale Besturen en Steden Paul Furlan is een deadline geen manier van onderhandelen. En het fijne weet ik er natuurlijk ook niet van, maar voor degen die denken dat ‘de Walen’ dan eerder aan de bel hadden moeten trekken: de socialistische regeringspartij PS zegt dat hun vragen over het verdrag al twee jaar onbeantwoord blijven.

Bronnen: “Wallonië en CETA of de neoliberale nachtmerrie van democratische inspraak in de economie” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be op 21 oktober 2016 en “Walen blijven bij hun ‘nee’ tegen vrijhandelsverdrag” door de buitenlandredactie van de Nederlandse Omroepstichting via de app van http://www.nos.nl op 24 oktober 2016.

Donald vs Hillary is geen entertainment

Vanmorgen ontving ik rond 7 uur tijdens mijn ontbijt, dat ik in alle stilte genoot, een push-bericht van de Nederlandse Omroepstichting, beter bekend als ‘NOS’. Ik las er 5 redenen om naar fragmenten te kijken van de derde en laatste televisieconfrontatie tussen de twee grootste kanshebbers voor het Amerikaanse presidentsschap. Alle vijf verleidden ze mij niet hiernaar te kijken. Ik ontbeet verder in stilte.

Ik bedacht al kauwend dat in plaats van een gedegen analyse of een waarheidsgetrouw beeld te geven van de Amerikaanse TV-uitzending, NOS zich verlaagt tot het Volkskrant-niveau van ‘Dit moet je weten over…”.

Op dit niveau kan iedereen iets van het ‘nieuws’ vinden. Misschien wordt zo’n item wel trending toppic, terwijl de kern van de ernst van deze vertoning onbelicht blijft. Iedereen blij en niemand gewaarschuwd.

Nee, dan het nieuws dat bijvoorbeeld ‘De Wereld Morgen’ brengt. Stuk voor stuk onderwerpen die ons in meerdere of mindere mate aangaan. Niet leuk, een entertainment-gehalte van niets, maar wel teksten waarvan ik wèl wijzer kan worden; ‘diepgang’. Terwijl ik dit schrijf, zijn dit de laatste 14 koppen op deze nieuwssite (in alfabetische volgorde):

· 1966-2016 Black Panther Party werd 50 jaar geleden opgericht
· 2016 warmste jaar sinds bestaan klimaatmetingen in 1880
· De zwarte kant van Bob Dylan: zijn steun aan Israël
· Dit beleid is niet eerlijk, niet doelmatig en niet geloofwaardig
· Driekwart vluchtelingen in Italië slachtoffer van misbruik
· Een miljard mensen hebben werk en zijn toch arm
· Greenpeace proces tegen Noorse olieboringen aan Noordpool
· Land Invest Group en voormalig kabinetschef De Wever willen Apache.be censureren
· Minister Reynders u bent toch niet tegen een kernwapenverbod?
· Monsanto Tribunaal: ecocide moet erkende misdaad worden
· Nick Srnicek: “Het kapitalisme creëert geen jobs meer. Dat is de crisis van vandaag.
· Shadow world: Oorlog is big business
· Zapatisten willen meedingen naar Mexicaans presidentschap
· Zonder einde van blokkade geen volwaardige VS-Cuba relaties

Heeft u sinds dinsdag jl. over een van deze onderwerpen iets via de Nederlandse nieuwszenders gehoord? Zonder enig ander belang dan zelf te willen weten wat er aan belangrijks in de wereld om mij heen gebeurt, raad ik iedereen aan om zelf ook internet af te zoeken naar wat er echt gebeurt dat u en mij aangaat. Ons ‘Journaal’ en ‘Het nieuws’ is dat allang niet meer toevertrouwd.

Klik hier voor de site van het Belgische ‘De Wereld Morgen’.

Belangrijke aanvulling bij het nieuws

Gisteren, vrijdag 15 oktober jl., werden we ’s avonds op het 8 uur journaal weer eens onjuist ingelicht, althans onvolledig. Het ging over het Waalse afwijzen van het voorliggende CETA-Verdrag. Nou is het voor Nederlanders, die gewend zijn door één parlement geregeerd te worden, ook wel wat veel gevraagd de staatsinrichting van onze zuiderburen te snappen. Toch had daar verteld moeten worden dat de Brusselse, Franstalige en Waalse deelparlementen zich verzetten tegen het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) tussen Canada en de Europese Unie (EU). Ook de voorgeschiedenis wordt nimmer juist verteld, alsof onze media-journalisten er baat bij zouden hebben een eenzijdig en onvolledig verhaal te vertellen.

‘Eufemisme’ is een manier van zeggen waarmee iets mooier, vriendelijker en/of minder onaangenaam wordt voorgesteld dan het in werkelijkheid is.

Onze TV-persoonlijkheden doen het steeds weer voorkomen alsof dit voorliggend verdrag alleen gaat over een minder ingewikkelde handel tussen gewone bedrijven in Canada en de lidstaten van de EU. Lode Vanoost daarentegen vult in ‘De wereld morgen’ het hiaat dat Nederlandse media zij aan zij willens en wetens niet vullen. Slechts in 4 A4-tjes legt hij uit hoe het zit. Ik vind dat zeer lezenswaard voor wie wil begrijpen wat zich in onze wereld afspeelt.

Vanoost legt veel uit in een kort bestek, en wat ik er het meest belangrijk aan vind – om het hier kort te houden – is het volgende:

Uiteindelijk gaan CETA, TiSA en TTIP over een keuze tussen twee modellen voor onze toekomst:
1. het behoud van een parlementaire democratie die de maatschappelijke keuzes vastlegt en het kader van de economie en de politiek bepaalt of
2. de economische en politieke macht overdragen aan een kleine groep mensen die grote bedrijven vertegenwoordigt.

Welke beslissing u ook neemt, we dringen er bij u op aan niet te bezwijken voor dezelfde tactieken die werden gebruikt om de Canadese bevolking te misleiden en af te schrikken, om zo onze democratie te ondermijnen ten voordele van buitenlandse investeerders”, schreven een aantal Canadese academici het deelparlement van Wallonië op 17 oktober jl.. Zij zeggen te beschikken over uitgebreide gemeenschappelijke expertise over de regeling van disputen tussen investeerders en staten (ISDS) en verwante aangelegenheden in handels- en investeringsakkoorden van Canada. Immers, Canada heeft met NAFTA, het North American Free Trade Agreement tussen Canada, Mexico en de Verenigde Staten van Amerika sinds 1994 al een geschiedenis met zo’n verdrag als CETA. Hun conclusie op basis van die ervaringen is dat CETA het overheidsbeleid onmogelijk zal maken op gebieden als arbeidsrecht, tarifering van geneesmiddelen, gezondheidszorg, landbouw, openbare aanbestedingen en openbare diensten.

Na een eventuele ondertekening van het CETA-verdrag op 21 oktober aanstaande blijft volgens mij verzet tegen deze eufemistisch aangeduide “vrijhandelsakkoorden” even zinvol als ervoor. Degenen die dit met mij eens zijn, zie ik graag op 22 oktober vanaf 13.00 uur op het Museumplein in Amsterdam.

Klik hier voor het artikel waarin Vanoost de staatsinrichting in België kort uitlegt en de voorgeschiedenis van CETA en TTIP overzichtelijk beschrijft, inclusief de context waarbinnen deze verdragen zijn opgesteld.

Klik hier voor het artikel van Vanoost over de brief van Canadese academici aan het deelparlement van Wallonië. Dit artikel bevat ook een link naar bedoelde brief van 2 A4-tjes met 3 A4-tjes aan bijlagen met namen, gegevens en verwijzingen naar andere documenten.

Klik hier of bijvoorbeeld hier voor meer informatie over het verzet tegen CETA, TiSA en TTIP op 22 oktober aanstaande.

En voor wie beter geïnformeerd wil worden dan volgens mij door Nederlandse media mogelijk is, probeer de Nederlandstalige ‘De wereld morgen’, ‘Knack’ of ‘Trends’ van onze zuiderburen eens…

Bronnen: “CETA-verdrag tegenhouden is TTIP-verdrag tegenhouden” en “Wallonië krijgt steun uit Canada tegen CETA” door Lode Vanoost via http://www.dewereldmorgen.be respectievelijk op 14 en 17 oktober 2016,

Wat we al niet kunnen maken en weten

Wat mij aan het nieuwsbericht het meest fascineert is dat ‘we’ weten dat ‘het’ er is, ook al is het zo ver weg dat het licht de tijd nog niet heeft gehad om de aarde te bereiken. ‘We’ weten het dus eerder dan ‘we’ het hebben kunnen waarnemen, want gehoord hebben ‘we’ het ook niet, en het is niet te proeven, te ruiken of te voelen:  ‘slechts’ 100.000.000.000 sterrenstelsels kunnen ‘we’ met de ruimtetelescoop Hubble traceren, de overige 900.000.000.000 zien ‘we’ nog niet. En toch weten ‘we’ dat ze er zijn.

Britse wetenschappers van de Universiteit van Nottingham weten dit door modellen te maken van wat ze wel waargenomen hebben. En dan; want daarom was het nieuws, blijkt het totaal aantal sterrenstelsels 20x zoveel als ‘we’ eerst dachten.

Bovendien hebben de wetenschappers een beeld gekregen van sterrenstelsels in verschillende periodes in de geschiedenis van het heelal. Hun onderzoek gaat terug naar meer dan 13.000.000.000 jaar. Dat is in de buurt van de oerknal die het heelal zou hebben gevormd. ‘Ze’ missen nog 6% van de geschiedenis van ons universum, te weten het allereerste stukje van zo’n 800.000.000 jaar.

Mensen zijn ook tot zulke indrukwekkende prestaties in staat.

Zo kunnen ‘wij’, die zelf tussen de 60 en 100 jaar oud worden, miljarden jaren terug bestuderen en een biljoen lichtjaren om ons heen in kaart brengen, terwijl ik het al bijzonder vind een zonsondergang, Noorderlicht of de planeet Venus te zien.

En dan – voor het evenwicht – nog even naar het overzichtelijke. Vandaag had ik hulp ingeroepen bij het vervangen van een batterij van mijn computer. Laatste is 9 jaar oud en de batterij, die de tijd bijhoudt als de computer uitgeschakeld is, was op. In de Roobolkapel, waar de batterij vervangen werd, hield ik een complete computer met een geheugen van 1 terrabite in mijn handpalm. Hij had de grootte van een klein luciferdoosje en het gewicht van een viltstift. De stekker in- en uitgangen waren het grootst, want zonder die zou de inhoud gelijk zijn aan alleen het omhulsel van een luciferdoosje.

Wat kunnen mensen een hoop ontdekken en maken.

Bron: “Universum bevat twee biljoen sterrenstelsels” door en via http://www.nu.nl op 14 oktober 2016.