Kinderen moeten het doen met de ouders die zij hebben

Gisteravond in gesprek met mijn zonen benadrukte ik, misschien wel te sterk, dat in de wereld van vandaag de macht van grootbedrijven steeds verder toeneemt ten koste van mensenrechten, veiligheid en welzijn. Zo kan het gebeuren dat zelfs in ons rijke land een aanzienlijk deel van de mensen in armoede leeft en afhankelijk is van voedselbanken. Over heel de wereld hebben veel mensen aanzienlijke problemen door onrechtvaardige wetten of volslagen wetteloosheid. Over het algemeen sluiten ‘wij’ in dit rijke land onze ogen voor de problemen van die mensen.

Vooralsnog zitten multinationals met regeringen aan tafel om de inhoud van nieuwe wetten te bepalen en zelfs daadwerkelijk aan nieuwe wetten mee te schrijven. Ik heb een optimistische kijk op mensen die in ongeveer gelijke machtsposities met elkaar optrekken. Dat is mijn dagelijkse beleving. Echter, daar waar afhankelijkheid ontstaat, zie ik de posities van de machtigen exponentieel versterken en die van de afhankelijken tot humanitaire rampen dalen.

Voor ons zijn de vrijhandelsverdragen CETA* en TTIP**** de voorlopige eind-uitkomsten van wetgeving op basis van onze vermeende afhankelijkheid van ‘het grote geld’. De Britten boffen maar, wat dat betreft, omdat ze de Europese Unie (EU) net op tijd verlaten.

Met het vrijhandelsverdrag NAFTA** is al ruime ervaring opgedaan. Het is van kracht sinds 1 januari 1994. De positieve gevolgen voor gewone Canadezen laten nog steeds op zich wachten. Sterker, de Canadezen als u en ik hebben zich te weer te stellen tegen de negatieve gevolgen van dit megaverdrag. Hun ervaringen zijn ronduit negatief. Alleen grootbedrijven hebben er deze eerste 22 jaar baat bij gehad. In 1994 importeerde Mexico slechts 10% van zijn landbouwproducten. Nu importeert het 45% van wat er op Mexicaanse tafels komt. Veel inheemse Mexicanen en boeren zijn door NAFTA hun hele hebben en houden kwijt geraakt. Hen rest de keuze tussen tewerkstelling in de drugshandel of illegale immigratie naar de Verenigde Staten van Amerika (VS). Dat verklaart voor een deel de vlucht van miljoenen Mexicanen naar de VS.

Als Chili het vrijhandelsverdrag TTP*** met de VS goedkeurt, dreigt ook daar de aanwezige inheemse kennis te verdwijnen. Vrouwen zullen goedkope werkkrachten worden voor de grootbedrijven die de Chileense natuurlijke rijkdommen komen plunderen. Voeding is big business. En niet alleen ‘business’. Ook een manier om mensen in het gareel te krijgen en volksprotesten af te remmen. Kleine lokale landbouwers in Chili, Mexico en Peru zullen door TTP nog armer worden doorat multinationals vrij spel krijgen om hen weg te concurreren.

Bij ons is het vrijhandelsverdrag TTIP een beetje bekend geworden door Arjen Lubach die er op 4 oktober 2015 in ‘Zondag met Lubach’ aandacht aan besteedde. CETA is voor velen iets volstrekt onbekends. Wij, met onze good feeling-media, want gebaseerd op het doel hoge kijkcijfers te halen, maken ons niet graag druk om wat er aan engs op ons af komt. “Ga maar lekker slapen…

Je zult maar een vader hebben, die emotioneel is over en vol zit met zo’n kijk op de wereld waarin wij leven. Ik had voor mijn kinderen een gezelliger vader gewenst.

Bronnen: “Vrijhandelsakkoord TPP vernietigt lokale landbouw” door Orlando Milesi en Inter Press Service via http://www.dewereldmorgen.be op 25 augustus 2016, Voordracht van Sujata Dey van ‘The Council of Canadians’ in Pakhuis De Zwijger op 29 mei 2016.
____________
* CETA staat voor ‘Comprehensive Economic and Trade Agreement’ (Uitgebreide economische en handelsovereenkomst). Het ligt klaar ter ondertekening door de EU en de VS; EU-landen hoeven het niet te ratificeren, maar Jean-Claude Juncker (en niet het Europarlement!) besliste het wel ter ratificatie aan de lidstaten voor te leggen.
** NAFTA staat voor ‘North American Free Trade Agreement’ (Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst). Het is van kracht sinds 1 januari 1994.
***TTP staat voor Trans-Pacifisch Partnerschap; het vrijhandelsakkoord van een aantal landen rond de Stille Oceaan: Australië, Brunei, Canada, Chili, Japan, Maleisië, Mexico, Nieuw-Zeeland, Peru, Singapore, Vietnam en VS. De regeringsleiders van deze landen hebben TPP op 4 februari 2016 ondertekend. Om in werking te treden moet het verdrag nog worden geratificeerd door de parlementen van de betrokken lidstaten.
**** TTIP staat voor ‘Transatlantic Trade and Investment Partnership’ (Partnerschap over Transatlantische handel en investeringen). Hierover wordt nog in het diepste geheim onderhandeld.

€ 47.831 per seconde voor economische groei

Elke seconde wordt er op onze Aarde $ 53.906,65 ofwel € 47.831,37 besteedt aan wapens en militairen. Afgerond $ 54.000 dollar of € 48.000. Per seconde! Per jaar is dat $ 1.700.000.000.000 ofwel zeer ruim € 1.500.000.000.000. Dat is goed voor economische groei op plaatsen waar verdiend wordt aan deze handel. Daar waar militairen de boel aan puin schieten pakt dit voor de economische groei van die plek eerst niet goed uit. Echter, zodra de boel ‘weder opgebouwd’ wordt, groeit ook daar de economie.

Uit recente rapporten van de organisaties Amnesty International, Control Arms, Forum on the Arms Trade, Human Rights Watch en andere ngo’s blijkt dat er nog steeds conventionele wapens verscheept worden in strijd met het internationaal recht. Echter, dat is daar waar verscheept wordt goed voor economische groei.

Een internationaal Wapenhandelsverdrag over het indammen van de handel in kleine wapens naar oorlogsgebieden en repressieve regimes, het zogenoemde Arms Trade Treaty (ATT), werd in december 2014 afgesloten.
Nu blijkt dat de lidstaten van de Europese Unie, die dit verdrag ondertekend en geratificeerd hebben, actief meedoen aan wapenhandel in strijd met dit ATT dat zij zelf promoten.
Net als de Verenigde Staten van Amerika (VS), die dit verdrag ondertekend hebben maar nog niet hebben geratificeerd.
Sterker nog, het blijkt dat de geleverde wapens voornamelijk uit landen komen, die achter dit verdrag staan. Dat is goed voor onze economische groei, en die van onze sterkste bondgenoten.

Zowel militaire analisten als mensenrechtenorganisaties stellen dat de VS en meerdere EU-lidstaten het ATT openlijk schenden. Deze landen hebben daar zo hun redenen voor. Oorlogen tussen landen, burgeroorlogen en mengvormen hiervan doen de economische groei van wapenshandelaren bloeien en dat is goed voor de economische groei en de groei van het bruto binnenlands product (BBP of bbp).

Helaas is in dit blog geen sprake van ironie of sarcasme.

Bronnen: “World military spending resumes upward course, says SIPRI” in SIPRI for the media via https://www.sipri.org op 5 April 2016 en “VS, EU schenden wapenverdrag dat ze zelf promoten” door Thalif Deen & Inter Press Service via http://www.dewereldmorgen.be op 24 augustus 2016.

Elke tijd zijn gedachten

Meneer V(…) uit het Sabuhuis probeerde uit te leggen hoe diep het bezuinigingsbeleid ingrijpt op zijn verzorging. Het bleek moeilijk konkreet te maken. Ontevreden was hij wel. Op een weinig zichtbare manier worden we doordrongen met gif.

Dit was mijn gedachte ‘516’ ergens in 1986, 30 jaar geleden. Door deze zonnige dagen thuis op te ruimen, kwam ik hem tegen in een boekje dat begint met gedachte 415.

Precies dezelfde gedachte had natuurlijk ook van latere of recente datum kunnen zijn, maar – en hier gaat het mij om – niet uit de periode 1950 – 1980.

Wat we van oude mannen kunnen leren

De idealisten van vandaag zijn de realisten van morgen”, zei prof. Jan Tinbergen in de 60-er jaren. Dat is een goed begin voor dit verhaal.

Het ‘Stockholm International Peace Research Institute’ (SIPRI) is al geruime tijd ‘hèt toonaangevende onafhankelijke onderzoeksinstituut naar mondiale veiligheid’. Uit haar laatste gegevens blijkt dat het militair-industrieel complex wereldwijd $ 1.700.000.000.000 opslokt. “Dat is 130 tot 140% van de uitgaven op het dieptepunt van de Koude Oorlog. In vergelijking met deze slokop besteden we een schijntje aan de bestrijding van de existentiële problemen waarmee mensen kampen: honger, ziekte, armoede. We zijn met de menselijke veiligheid dus wel heel verkeerd bezig”, constateert de inmiddels 92-jarige oud-diplomaat Edy Korthals Altes.

De generatie van Wellenstein en mij, die de oorlog, de haat en de vijandschap in Europa nog bewust heeft meegemaakt, is voor altijd doordrongen van de genia­le zet van Robert Schuman en Jean ­Monnet. Met hun initiatief tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de voorloper van de EU, normaliseerden zij voor het eerst in de geschiedenis de verhoudingen tussen Duitsland en Frankrijk, nota bene na die vreselijke oorlog. De grootste prestatie van de EU is welbeschouwd dat die haat en vijandschap niet meer in de herinnering zit van de generaties die het nu voor het zeggen hebben. Voor hen is het vanzelfsprekend dat je de grens tussen de Elzas en het Rijnland met honderd passeert“, zegt Korthals Altes. De in dit citaat aangehaalde Edmund Wellenstein was na de oorlog een pionier in de Europese integratie.

Korthals Altes vraagt zich met mij af: “Is het realistisch je voor te bereiden op een oorlog die niet gevoerd kan worden? Getuigt het niet van meer werkelijkheidszin het geld te besteden aan de problemen die de bron van conflicten zijn? Aan de honger, de armoede, het watertekort, de vernietiging van het leefmilieu?

Bron: “We zijn heel verkeerd bezig; Interview met Edy Korthals Altes, gezant buiten dienst” door Marcel ten Hooven in De groene Amsterdammer via https://www.groene.nl op 17 augustus 2016, “World military spending resumes upward course, says SIPRI” in SIPRI for the media via https://www.sipri.org op 5 April 2016 en https://nl.wikipedia.org op 23 augustus 2016.

Collectief de fout in…

Republikeinse oud-veiligheidsexperts, die onder presidenten zoals George W. Bush eraan hebben meegewerkt de wereld onveiliger te maken dan die al was, waarschuwen voor Donald Trump als aanstormende 45ste president van de Verenigde Staten van Amerika (VS). Ze zeggen dat Trump als president voor de nationale veiligheid van de VS ‘een gevaar’ is.

In een open brief, die is gepubliceerd door The New York Times, schrijven 50 Republikeinen dat ze vanwege dat ‘gevaar’ niet op Trump zullen stemmen. Onder hen is bijvoorbeeld oud-minister van Binnenlandse Zaken Michael Chertoff. Dat is degene die gezien wordt als het brein achter de omstreden Amerikaanse Patriot Act. Dit aangenomen wetsvoorstel schendt Amerikaanse burgerrechten, met name op privacy. Daarnaast is kritiek op deze wet dat het vooral mogelijkheden biedt om buitenlanders en immigranten het land uit te zetten. U weet vast nog wel dat in een beschaafd land ‘iedereen voor de wet gelijk zou moeten zijn’. Met het Patriot Act is deze basis onder het Amerikaanse rechtsbestel uitgehaald. Dat was onder George W. Bush, die toentertijd niet als ‘gevaar voor de wereld gezien werd, maar het wèl bleek te zijn. De 50 klagers, waaronder aantoonbaar karakterloze dienaars van list en bedrog schrijven onder meer: “Meneer Trump mist het karakter, de waarden en ervaring om president te zijn“.

Nu leven wij in België en Nederland en kunnen we dit gesteggel afdoen als interne VS-aangelegenheid. Niemand zal ontkennen dat de ontwikkelingen in de VS voor ons belangrijk zijn, gezien ons idee dat ze daar een voorbeeldig beleid hebben. In elk geval wordt wat daar wet is hier na 2 tot 10 jaar ook door onze Tweede en Eerste Kamer als Wet aangenomen. Momenteel heb ik geen voorkeur. De leugenachtige, grote gelddienares en machtspolitica Hillary Clinton en de arglistige multimiljonair Donald Trump zullen geen van beiden de wereldvrede dienen. Beiden zullen zij het leven over de gehele wereld voor mensen als u en ik moeilijker maken. En het leven voor de toch al immens rijke mensen in de maatschappelijke bovenlaag nog gemakkelijker. Er zit kennelijk geen bovengrens aan financiële schuldenlast en geen bovengrens aan materieel bezit.

Met elkaar kiezen steeds meer mensen in democratische landen voor degenen die andere mensen ‘voor de leeuwen gooien’. Voor mij zijn niet ‘de Clintons’ of Trump het echte probleem; dat is volgens mij de Amerikaanse kiezer: die helpt dit soort liberale materialisten – die het gelijkheidsbeginsel van mensen voor de wetgever een zorg zal zijn – aan hun macht. Zoals de Belgische ontevreden kiezer De Wevers macht vergroot en het Nederlandse gechagrijn Wilders’ macht en ga zo maar voort.

Bron: “Prominente Republikeinen waarschuwen voor Trump als president” door de Buitenlandredactie de Nederlandse omroepstichting via http://nos.nl op 9 augustus 2016.

Dit blog verscheen in grote lijnen eerder op mijn website http://www.gerardus.blog.com.

Er is genoeg geld, als het maar betaald werd

Soms lijkt het op straat, net als in een voetbalstadion, dat bepaalde overtredingen ‘toelaatbaar’ zijn.

Een jaar of 5 geleden stond ik voor de strafrechter in Utrecht een cliënt bij wiens zoon was doodgereden. Ik vond dat tijdens de zittingen opmerkelijk veel tijd besteed werd aan de vraag met hoeveel kilometer per uur de veroorzaker van het verkeersongeluk de maximum snelheidslimiet had overtreden. Reed hij waar hij 80 km/u mocht 120, 110 of, zoals veroorzaker stelde, “slechts 10 km/u te hard”? Volgens mij moet een bestuurder volgens de verkeerswet zijn snelheid aanpassen aan de omstandigheden. De vraag welke snelheid de wegbeheerder maximaal aanvaardbaar acht en met hoeveel snelheid iemand harder reed, leek mij weinig relevant. Ik ben duidelijk geen jurist. Deze cowboy reed ‘gewoon’ en nog wel op zijn cruise control onverantwoord hard, nòg sneller dan toegestaan en had daardoor de dood van een ander mens op zijn geweten. De overledene had zich volgens getuigenverklaringen gedragen zoals van elke verkeersdeelnemer verwacht mag worden.

Wangedrag lijkt getolereerd te worden wanneer door de wetgever vastgestelde regels niet overtreden zijn. Het lijkt mij een dwaling van ons. Niet wij, ons individuele geweten of dat van de mensen die ons dierbaar zijn bepalen wat rechtmatig is. Voor zover we nog toetsen wat mag, zoals na een ernstig verkeersongeluk (wat niemand met opzet veroorzaakt), laten we de omlijning van wat mag over aan onbekenden: ministers, gedeputeerden en wethouders. Wanneer ik me dit bedenk, overvalt mij een gevoel van ledige mensenlevens, die hun denken uitbesteed hebben aan degenen die op enig niveau de dienst uitmaken.

Zo is het volgens mij ook met het wegsluizen van geld naar belastingparadijzen. Volgens – soms in ruil voor leningen afgedwongen – contracten met overheden mag het, volgens de wettelijke macht is het discreet en in de praktijk gaat het om ontduiking van de plicht om belastingafdracht te doen. Lees: om bijvoorbeeld 1% over de gemaakte winsten aan de Nederlandse fiscus te betalen in plaats van 13 tot 40% in een land waar de winst gemaakt is. Met wetten en contracten als denkraam. Keurig èn gewetenloos.

In België lijkt men op dat vlak net iets kritischer op zichzelf dan in Nederland. In elk geval weet ik door hun openheid dat wanneer de Belgische fiscus over winsten gewoon belasting zou innen hun overheid in 2014 minstens € 35.750.000.000 meer aan belastinggeld geïnd zou hebben dan nu, nu winsten zijn weggesluisd.

In deze berekening wordt niet uitgegaan van de normale 40% die In België fiscaal over winsten afgedragen zou moeten worden, maar over de slechts 13%, die overblijft na het toepassen van allerlei fiscale constructies die kennelijk ook al ‘geoorloofd’ zijn, door ‘ons’ denken uit te besteden om te kunnen doen wat nodig geacht wordt.

We schrijven dit in een periode dat de Belgische overheid op zoek is naar een minder dan 1/5 van de misgelopen belastinggelden: € 8.000.000.000.

En dan hebben we het alleen over de in 2014 naar belastingparadijzen weggesluisde € 275.000.000.000 waarvan we door een transparantiewet uit 2010 wéten dat het weggesluisd is: bedrijven, die meer dan € 100.000 overschrijven naar een belastingparadijs, moeten dat in België melden aan de fiscus. Ik ben erg benieuwd om welk fiscaal misgelopen bedrag het in Nederland zou gaan. En wat we met kennis over dat misgelopen bedrag aan discussies zouden krijgen over het betaalbaar houden van dit of van dat.

Ik stel vast dat het wrang is dat mensen als u en ik in ontwikkelingslanden, waar honger onder substantiële delen van de bevolking heerst, waar geen geld is voor schoon drinkwater, waar onvoldoende geld is voor onderwijs en er onvoldoende middelen zijn voor een adequate gezondheidszorg, met lede ogen aan moeten zien dat door multinationals die ook in België en Nederland ondernemen jaarlijks zeker zo’n € 100.000.000.000 legaal niet aan hun overheden wordt afgedragen. Dat is om en nabij de € 3.170,98 per seconde als u de snelheid van geldverdamping wilt weten.

Welke Belgische en welke Nederlandse politieke partij wil aan deze geldverdamping, die net als de klimaatproblematiek een mondiale welvaartsziekte is, na 40 jaar gepraat eens verandering brengen. Hoe kunnen we anders onszelf veroorloven ons denken aan wethouders, gedeputeerden en ministers uit te besteden?

Bron: “Belgisch geld op ‘legale wijze’ naar belastingparadijzen” door Guido Deckers via http://www.dewereldmorgen.be op 19 juli 2016 en “Belastingontwijking” via http://www.oxfamnovib.nl op 20 juli 2016.

Dit blog verscheen eerder op mijn website http://www.gerardus.blog.com. Waarbij ik er nu graag aan toevoeg: wie van ons zou op een partij stemmen die van belastingontwijking en belastingontduiking een speerpunt zou maken?

Pappa loop toch niet zo snel* (1989 – nu)

Na een zondagse dagwandeling langs de Waal belandden we aan het begin van de avond in de moestuin van kasteel Neerijnen. De aangrenzende Nederlands Hervormde kerk dateert uit de 14de eeuw, het kasteel Neerijnen, dat dienst doet als gemeentehuis, uit 1720 en de moestuin waar wij waren van begin 20ste eeuw. Logisch dat deze omgeving als ‘beschermd dorpsgezicht’ is aangewezen, met ‘cultuurhistorische waarde voor de plaatselijke bevolking’. Toch bleek deze romantische omgeving verbonden met tragiek in zijn ergste vorm: kinderleed.

De inmiddels ontvolkte moestuin was aan het begin van deze avond nog voor ons toegankelijk en we konden genieten van de bloemenpracht en bijbehorende geuren. Dit is zo’n omgeving waarvan ik me niet kan voorstellen dat die ook aan verandering onderhevig is. Ergens is een schuur was iemand aan het werk. Na even kwam hij naar buiten in zijn buitenissige kleding: een zwart habijt van goede kwaliteit met keurige goede schoenen daaronder. Zijn witte baard contrasteerde mooi op zijn zwarte pij. Zijn verwilderde witte wenkbrauwen completeerden deze gestalte tot een zonderling. Hij had een kuiken verzorgd, vertelde hij. We raakten aan de praat en hij bevestigde al snel mijn vooroordelen door te vertellen dat hij ‘een kluizenaar’ is. Geïnteresseerd in dit vak, dat immers geen van mijn kennissen beoefent, vroeg ik hoe hij kluizenaar was geworden. Hij vroeg daarop of wij de tijd hadden.

Hij begon te vertellen over zijn carrière bij de periode van zijn leven dat hij poppenspeler was. Daarop reageerde ik met de uitroep dat hij dan ‘Jozef van der Berg’ moest zijn, de artiest die een van zijn voorstellingen begon met de openingszin: “Wie zit hier nou vast? U of ik?

Immers, wanneer het publiek 30 jaar geleden de Blauwe Zaal in Utrecht betrad, bracht ik in herinnering, zag het rechts stoelen; kennelijk bedoeld om op plaats te nemen. Links zag het voor een decor dat een kasteel voorstelde een man staan die was vastgeketend in een schandblok. Nadat iedereen had plaatsgenomen en de zaalverlichting doofde, wenkte de man met zijn vastgeketende handen en vroeg ons als publiek wat dichterbij te komen, ‘omdat de afstand zo groot was’. Het publiek bleef zitten. Ik ook. Daarop kwam de man met hoofd en handen vastzittend in het schandblok naar zijn publiek en plantte het schandblok vlak voor ons, vragend “Wie zit hier nou vast? U of ik?

Het daarop volgende verhaal van Jozef van den Berg ken ik uit kranten. Ik nam de gelegenheid te baat om hem ermee te confronteren dat hij, een artiest die zijn publiek naar mijn mening ‘wat te vertellen heeft’, ons zijn inzichten inmiddels 27 jaren heeft onthouden. En dat ik mij, nee, dat ik nu ik hem sprak hem afvroeg hoe hij aan zijn kinderen uitlegde dat hij hen verlaten heeft. Immers, op 12 september 1989 legde hij rondom het overlijden van zijn broer zijn toegestroomd publiek voor de nieuwe voorstelling “Genoeg gewacht” uit dat hij nooit meer zou spelen en dat het publiek het betaalde geld zou kunnen terugkrijgen bij de kassa, bracht Van den Berg in herinnering.

Hij legde ons in die geurige moestuin uit wat voorafging. Even rende hij er vandoor omdat moestuinkippen door een hond werden belaagd. Bij de try-outs van “Genoeg gewacht” ontving hij vingerwijzingen dat hij bijna op de juiste weg was, maar net niet helemaal. Hij voelde toen en voelt zich nog steeds door zijn god geroepen.

Misschien wel die ene van die aangrenzende Nederlands Hervormde kerk. Misschien de god die hoorde bij zijn Katholieke achtergrond. Zijn zoektocht eindigde 27 jaar geleden in het vinden van – naar zijn inzicht – ‘De Waarheid’. In dat geval zou hij een gids zijn. Maar wel een gids die zijn gehoor leidt naar een god, die van zijn kinderen het offer vroeg vaderloos op te groeien. Net als de god van Abraham deze man naar verluid vroeg zijn zoon te offeren. De aandacht van dat laatste verhaal gaat naar de menselijke hoofdpersoon. Mij valt op dat aan het trauma, dat Abraham zijn zoon Isaäk daarbij ongetwijfeld bezorgde, geen hoofdstuk, geen alinea, geen zin, geen woord wordt gewijd.

Zo ook in het verhaal van Van den Berg, die mij desgevraagd over zijn kinderen vertelde van hen te verlangen om ‘te wachten’. Inmiddels dus 27 jaar. Je zult maar een artistieke, oprechte, sensitieve, wijze vader hebben die je in de steek laat. Of zo’n partner. Of zo’n familielid. Of zo’n vriend. Of als publiek zo’n idool. Wat doen sommige ouders hun kinderen een leed aan zonder dat ik daarvoor enige noodzaak zie. Nee, volgens mij kàn het besluit van Van den Berg niet juist zijn. De uiteindelijke vraag is: “Wie zit hier nou vast, hij of ik?

Bron: “Monumentenlijst” van de gemeente Neerijnen over kadestraalnummer ‘D340 Waardenburg’.

Dit blog schreef ik op 19 juli 2016. Hij stond eerder op de voorloper van deze website ‘www.gerardus.blog.com’.
________________________
* Naar Herman van Keeken (1971): (…)
’t Was voor beiden beter dat ik weg zou gaan
Ik keek nog even om halverwege het station
‘k Zag m’n dochtertje. Ze vloog achter me aan. Ze snikte

Pappie loop toch niet zo snel
Pappie loop toch niet zo snel
Loop wat zachter, toe
Want ik ben al zo moe
Pappie loop toch niet zo snel
(…)

Ongemakkelijke bedragen

Gisteren bespraken we naast veel meer aan het eten dat we zoveel niet weten over wat er op de wereld gebeurt. Dus even wat cijfers:

Wereldwijd zullen 750.000.000 meisjes voor 2030 als kind worden uitgehuwelijkt. 167.000.000 kinderen zullen tot 2030 in extreme armoede leven en 69.000.000 jonge kinderen zullen voor 2030 overlijden door ziekten die te voorkomen zijn. Oké, dat zijn prognoses en is dus nog niet gebeurd. Wat er dan wel vandaag de dag gebeurt, waarvan we geen weet hebben:

Het leven en de toekomst van miljoenen kinderen is in gevaar. Over de hele wereld, zijn kinderen de helft van de bijna 900.000.000 mensen die moeten leven van minder dan $ 1,90 per dag. Die 900 miljoen zijn al 1 op elke 8 mensen op de Aarde; wat weten wij in België en Nederland hiervan? Wat betreft die 450 miljoen kinderen: hun families worstelen om hen van voeding te voorzien, om hen basisgezondheidszorg en een goede start voor hun leven te geven. “Honderden miljoenen kinderen een eerlijke kans in het leven onthouden, doet meer dan alleen hun toekomst bedreigen. De achterstand gaat over op volgende generaties. En brengt de toekomst van samenlevingen in gevaar“, zei Unicef-directeur Anthony Lake deze zomer. Dat was bij de presentatie van het Unicef-rapport ‘The State of the World’s Children’.

Uit dit rapport blijkt het aantalsmatige beeld voor kinderen nergens somberder dan in Afrika ten zuiden van de Sahara. Daar leven 247.000.000 kinderen (2 op de 3) in ‘multidimensionale’ armoede. Hen wordt onthouden wat ze nodig hebben om te overleven en zich te ontwikkelen. Ongeveer 124.000.000 kinderen volgen op dit moment geen lager of middelbaar onderwijs. Bijna 2 van de 5 kinderen maken de basisschool niet af en kunnen niet lezen, schrijven of (eenvoudige) rekensommen maken. Bijna 60% van de 20 tot 24-jarigen van de armste 20% van de bevolking heeft minder dan 4 jaar onderwijs gehad. 160.000.000 jongeren werken maar leven ondanks dat toch in armoede en meer dan 70.000.000 jongeren zoeken er momenteel werk. “Door jeugdwerkloosheid en gebrek aan waardig werk wordt menselijk kapitaal afgewaardeerd. Dat heeft een aanzienlijke negatieve invloed op de gezondheid, het geluk, het sociale gedrag en de sociaal-politieke stabiliteit. Het beïnvloedt het huidige en toekomstige welzijn in onze maatschappij“, schreef Azita Berar-Awad deze maand. Zij is directeur van het tripartite VN-agentschap ‘Departement Werkgelegenheidsbeleid van de Internationale Arbeidsorganisatie’ (ILO).

Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de Verenigde Naties (VN), vatte onlangs de situatie voor velen in onze toekomstige generatie als volgt samen: “Kinderen worden nog steeds gemarteld, verminkt, gevangengezet, lijden honger, worden seksueel misbruikt of vermoord bij gewapende conflicten. In landen als Irak, Nigeria, Somalië, Zuid-Soedan, Syrië en Jemen leven kinderen in een hel.”

Voor Nederland geldt dat één op de elf huishoudens (dat zijn er 700.000) volgens het Armoedefonds in armoede leeft, en één op de acht kinderen. Het Cetraal Bureau voor de Statistiek houdt het op 10% van de Nederlandse bevolking.

En wij weten er niets van. Mijn ouders konden zich niet voorstellen dat Duitsers na de Tweede Wereldoorlog en masse de waarheid spraken als zij zeiden “Ich habe es nicht gewusst?” Wat doen wij met de kennis die er is, maar die in media verdrongen wordt door ons welvaartsnieuws?

Bronnen: “Armste kinderen wacht sombere toekomst” door Baher Kamal en Inter Press Service via http://www.dewereldmorgen.be op 17 augustus 2016, “One Humanity? Millions of Children Tortured, Smuggled, Abused, Enslaved” door diezelfde Baher Kamal via http://www.ipsnews.net op 16 augustus 2016 en “The State of the World’s Children 2016” door UNICEF via http://www.unicef.org op 18 augustus 2016 en – nagekomen – “Arme buren” door Dirk Bezemer in de rubriek ‘Economie’ van De groene Amsterdammer via http://www.groene.nl op 17 augustus 2016.

Met de kennis van nu

Gisteren zag ik een fotootje van onze premier die als privé-persoon een krans ging leggen bij het Indische monument. Ik vroeg mij af wat hij als privé-persoon off the record wel kon zeggen tegen de daar aanwezigen. En of hij dat gezegd heeft. Zonder microfoon valt het niet mee om tersluikse boodschappen op te vangen.

Mij lijkt het ongemakkelijk deze bevrijding van Indonesië mee te vieren wanneer je in het dagelijks leven minister of premier bent van ons land. Met de kennis van nu weten we dat onze voorvaders snel na die bevrijding een oorlog tegen Indonesië begonnen om het land opnieuw te koloniseren. Een oorlog inclusief een bezetting en het nadoen van wat de Duitsers en hun kompanen de Nederlandse bevolking vlak daarvoor nog hadden aangedaan, toen de Japanners dat de Indonesiërs aandeden. Mij lijkt het ongemakkelijk te weten dat onze voorvaders vlak na de herdachte bevrijding naar schatting 150.000 Indonesiërs gedood hebben. Naast alle trauma’s en schade die deze oorlog veroorzaakte in de eerste plaats bij de Indonesische bevolking. Op de voet gevolgd door de schade en trauma’s bij de militairen die daar niet uit vrije wil zaten en verderop gevolgd door de andere militairen. Off the record: wat een moed van de dienstweigeraars, indertijd! Zij namen een juiste beslissing zonder trauma’s op te lopen – wel frustratie – en door anderen geen trauma’s aan te doen.

Over de indirecte schade door miljoenen te investeren in die oorlog, in plaats van in de veelvuldig bezongen wederopbouw van ons land, ga ik het hier niet hebben. Dat is net zoiets als ons veel te trage economische herstel na de crisis van 2009 door een te groot geloof in neo-liberale economische modellen, waar het Internationaal Monetair Fonds nu van zegt dat het onjuist is geweest. Voor u en mij, de Grieken, de Ieren, de Portugezen en de Spanjaarden is of lijkt dat niet meer dan een gegeven situatie is. Zo was het toentertijd hier tijdens de wederopbouw ook. Men deed het met het geld dat ter beschikking was en de middelen die er waren.

Mij lijkt het ongemakkelijk bij de bevrijdings-herdenking van Indonesië als privé-persoon aanwezig te zijn, als je tegelijk premier bent van een kabinet dat nog steeds het laatste woord over deze beschamende periode niet gesproken heeft. Al ben je in 1967 geboren is en sta je buiten elke verdenking aan medeplichtigheid, door niet te erkennen wat we inmiddels allemaal (kunnen) weten word je alsnog medeplichtig aan alle toen gepleegde onrecht.

Tegelijk denk ik bij zo’n fotootje aan al de komende herdenkingen van de oorlogen die nu uitgevochten worden. Ooit zullen die stoppen en dan zien we dezelfde soort van herdenkingen. Ook dan waarschijnlijk nadien met alle kransen, de onbereidheid aan financiële genoegdoening te doen en met alle ongemak.

Wie wil er geen wereldvrede?

Naar een oud Nederlands gezegde zouden we de wereld kunnen verbeteren door bij onszelf te beginnen. Dat klinkt begrijpelijker dan het is. Want waar begin ik dan?

Het begint volgens mij met informatie. Geen mens is vrij van invloed door wat hem of haar voorgespiegeld wordt over wat er in de wereld aan belangrijke gebeurtenissen voorvalt. En met jarenlange ervaringen op het gebied van public relations is elke organisatie tot de tanden gewapend. Wat een overheid of bedrijf ook doet, in de media zullen en moeten positieve berichten over het bedrijf of die overheid verschijnen. En er zijn talloze manieren om de waarheid te spreken, en kwalijke gebeurtenissen of ernstige negatieve gevolgen toch onderbelicht te laten. Of media-aandacht te beperken door er het zwijgen toe te doen. Zo wordt u en mij een valse wereld voorgespiegeld met halve waarheden, leugens en waargebeurde verhalen. Hoe kan ik in zo’n doolhof er aan bijdragen de wereld te verbeteren? Ik geloof dat we het kunnen! We beschikken immers over ‘een geweten’. We hebben immers gevoelens over ‘rechtvaardigheid’. Dat zijn ook een aspecten aan het mens-zijn.

In mijn ‘Achtergrond’ op deze website (klik hier om er een kijkje te nemen) schrijf ik pacifist te zijn; ijveraar voor wereldvrede. Met ‘verbeter de wereld en begin bij jezelf’ schiet wereldvrede natuurlijk niet erg op. Al tijdens de Tweede Wereldoorlog werd dat inzicht breed gedeeld: het idee voor een permanente alliantie, die wereldvrede als belangrijkste doel heeft, kwam voort uit de zogenaamde ‘Verklaring van Moskou’. Deze verklaring werd in 1943 door ‘de geallieerden’ getekend. Hieruit ontstond later de Verenigde Naties (VN). Vrijwel elk internationaal erkend, onafhankelijk land is nu lid van deze organisatie, die 193 lidstaten kent.

Helaas is met die Verenigde Naties een en ander mis. Tijdens vredesmissies beperkt een logge bureaucratie het doen wat gedaan moet worden. Er is een cultuur van volledig naar de letter van een mandaat handelen. Elk bevel dat vredesmilitairen van de VN krijgen, wordt eerst overlegd met de eigen regering. Het probleem met die regeringen is dat die koste wat kost geen lijkzakken teruggestuurd willen krijgen en verbieden daarom vaak gevaarlijke operaties of nachtelijke patrouilles. Daardoor worden de vredesmilitairen vaak gezien als ‘slap’ en hun missie als ‘een grap’. Geweld om burgers, die bedreigd worden, te beschermen wordt met te grote terughoudendheid ingezet. Vredesmilitairen gedragen zich al doende meer als een overbodige gast, dan als orde-handhaver. Er heerst een alomtegenwoordige angst om te zeggen waar het op staat. Missieleiders zijn bang voor de gevolgen van een slechtnieuws-rapport aan het hoofdkantoor in New York. Zij zijn bang voor hun eigen carrière en bang voor de politieke gevolgen van kritiek op troepen uit een bepaald land. En slechts een schamele 4,2% van de militairen op vredesmissie is vrouw, terwijl om geruchten op te vangen en om eerste hulp te verlenen juist vrouwen nodig zijn. Daar waar geweld tegen vrouwen een van de grootste problemen is, heb je vrouwen nodig om met slachtoffers te spreken.

Bovendien vindt de VN, dat afhankelijk is van geld dat donorlanden ter beschikking stellen, structureel slechts een dekking van 25 tot 30% voor haar projecten. Met uitschieters tot 46% (Burkina Faso) en 0% (Ethiopië). De Europese Unie is wel van plan € 8.000.000.000 de komende 5 jaar te besteden aan Europees ‘antimigratiebeleid’; voor wereldvrede niet, maar daarvoor is wel geld beschikbaar.

Kortom, hoewel het geen zoden aan de dijk zal zetten, zit er toch niets anders op zelf te doen wat ik kan om wereldvrede te bereiken.
Wat doet u?

Bronnen: http://www.europa-nu.nl en https://nl.wikipedia.org op 14 augustus 2016, “Wereldvrede begint met een klap in het gezicht (en de ballen om die uit te delen)” door Maite Vermeulen in De Correspondent via https://decorrespondent.nl op 12 augustus 2016 en “De verkeerde mensensoort, Het failliet van de internationale hulpverlening” door Linda Polman in De Groene Amsterdammer via http://www.groene.nl van 22 juni 2016.

___________________________________
* In hoofdstuk I ‘Doelstellingen en beginselen’ van het ‘Handvest van de Verenigde Naties’ bepaalt Artikel 1 samenvattend:
· De internationale vrede en veiligheid te handhaven.
· Tussen de naties vriendschappelijke betrekkingen tot ontwikkeling te brengen.
· Internationale samenwerking tot stand te brengen bij het oplossen van internationale vraagstukken van economische, culturele, humanitaire of sociale aard, alsmede bij het bevorderen en stimuleren van eerbied voor de rechten van de mens en voor fundamentele vrijheden voor allen, zonder onderscheid naar geslacht, godsdienst, ras of taal.
· Een centrum te zijn voor de harmonisatie van het optreden van de naties ter verwezenlijking van deze gemeenschappelijke doelstellingen.