Internationaal recht

Hebben we internationaal recht, of worden alleen schurkenstaten met een willekeur à la Donald Trump verplicht zich aan het internationaal recht te houden?

“Niets dat Ahed Tamimi heeft gedaan, kan de aanhoudende detentie van een 16-jarig meisje rechtvaardigen. De Israëlische autoriteiten moeten haar onverwijld vrijlaten.

“Door het vastleggen van de ongewapende tienermeisje-aanval op twee gewapende soldaten die beschermende kleding dragen, laat het beeldmateriaal van dit incident zien dat zij geen werkelijke dreiging vormde en dat haar straf overduidelijk onevenredig is.

“Ahed Tamimi’s daaropvolgende arrestatie en militaire proces onthult de discriminerende behandeling door de Israëlische autoriteiten van Palestijnse kinderen die durven op te komen tegen voortdurende, vaak brutale, repressie door bezettende troepen.

“Israël is duidelijk, schaamteloos zijn verplichtingen uit hoofde van het internationale recht aan het negeren om kinderen te beschermen tegen al te harde strafrechtelijke straffen.”

Of, zoals Magdalena Mughrabi, adjunct-directeur van Amnesty International in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, zei:

“Nothing that Ahed Tamimi has done can justify the continuing detention of a 16-year-old girl. The Israeli authorities must release her without delay.

“In capturing an unarmed teenage girl’s assault on two armed soldiers wearing protective gear, the footage of this incident shows that she posed no actual threat and that her punishment is blatantly disproportionate.

“Ahed Tamimi’s ensuing arrest and military trial exposes the Israeli authorities’ discriminatory treatment of Palestinian children who dare to stand up to ongoing, often brutal, repression by occupying forces.

“Israel is clearly, brazenly flouting its obligations under international law to protect children from overly harsh criminal punishments.”

Waar staan wij?
U?
Ik?

Bron: “Israel should release 16-year-old Palestinian activist, Ahed Tamimi” via Amnesty International UK op 15 januari 2018.

Een stuiptrekkende vakbond

Vandaag was ik bij het ‘FNV-offensief’, de in goed Nederlands Kick off van de Federatie Nederlandse Vakbeweging; weliswaar 30 jaar te laat, maar toch. Ik ervoer het als stuiptrekkingen van een vakbond-van-weleer. Een dagvoorzitter die blij is met de eerste die ‘actie’ scandeerde, nog blijer wanneer zo’n beetje iedereen ‘actie, actie, actie’ riep, waarbij de ‘actie’ beperkt bleef tot het ‘actie’ roepen. Wat een armetierige vertoning.

De voorzitter van de FNV had voor mij een weinig inspirerend verhaal. Ik koester al geruime tijd argwaan tegen deze vakbond, al ben ik er tot enkele jaren geleden wel altijd lid van geweest. In plaats van enige zelfkritiek deed hij net alsof ze daar bij de FNV na jaren intern gedoe onlangs eens een krant gingen lezen en toen vreselijk schrokken hoe arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en lonen voor werknemers intussen achteruit gehold waren. Hij probeerde stoer te doen met een herhaald ‘Dit pikken we niet’, waar ik liever niet dergelijke straattaal gehoord had. En zowel in de plenaire bijeenkomst als bij zijn nieuwjaarsspeech benadrukte hij dat de FNV maandelijks 4 à 5.000 nieuwe leden inschrijft. Over waarom ze ooit weggelopen waren geen woord. Bovendien, als succes teveel geëtaleerd wordt, krijg ik het idee dat het falen overschreeuwd wordt. Dat zal wel met mijn jeugd te maken hebben. Of met levenswijsheid. Toen ik in dat overvolle Tivoli/Vredenburg rondkeek, kreeg ik het vermoeden dat het aandeel laagstbetaalden wel erg groot was. Ik heb met die mensen te doen en realiseer me, vanuit de mensonwaardige behandeling van de flexwerkers bij een distributiecentrum van de HEMA, waar ik ook even toe behoorde: “Wat kunnen ze anders dan ‘actie, actie, actie’ roepen?”

Nee, dan Hans Hoek. Dat bestuurslid mocht de FNV-analyse uitleggen. Hij deed dat zonder papiertje waarvan hij voorlas “O ja, hier ben ik. Dit pikken we niet.” Hoek stelde kort en bondig dat we niet moeten praten over marktwerking zonder daarbij de rol van de politiek te benoemen:
Onze politici maakte payrolling, uitzenden en ZZP-werk in plaats van vaste banen mogelijk.
Onze politici stonden toe dat prijsverschillen ontstonden tussen flex en vast, doordat flexwerkers niet onder een collectieve arbeidsovereenkomst hoefden te vallen, flexwerkers hoefden niet verzekerd te worden, voor flexwerkers hoefden werkgevers geen pensioen af te dragen en flexwerkers ontvangen geen ontslagvergoeding. Stuk voor stuk besluiten die in de Tweede en Eerste Kamer genomen zijn.
Verder subsidieerde onze politici de MKB-aftrek, de startersafstrek en de zelfstandigenafstrek. Zo werd iedereen in Nederland, die nog geen ZZP-er was geworden, flexwerker.

Ofwel, het ondernemersrisico werd zonder tegenprestatie van werkgevers door de politiek van werkgevers bij de werknemers verlegd: Is er geen werk, dan hoeft de flexwerker niet te komen. Is er wel werk, dan is de flexwerker verplicht wel te komen. Is er even geen werk, dan wordt de flexwerker dat ‘even’ niet doorbetaald.

Zie het voor je: 5 schilders werken aan de buitengevel van een mooi duur pand. De eerste is een flexwerker, de tweede heeft een tijdelijk contract, de derde is een uitzendkracht, de vierde is in vaste dienst en de vijfde is een ZZP-er. Ze krijgen alle vijf hetzelfde nettoloon. Deze schilders zullen vriendelijk voor elkaar zijn, maar werken slechts ogenschijnlijk samen: doordat hun werkgevers heel verschillende winsten overhouden van hun arbeid, hebben alleen de echt goed ondernemende ZZP-er en de flexwerker een grote kans op werkbehoud. Tot een van die twee kiespijn krijgt, natuurlijk.

Hoek stelde voor nu als uitgangspunt te kiezen:
1. Flex is prima voor piek en ziek (werkgevers)
2. Flex is prima voor vrij en blij (werknemers)
En het is prima dat werknemers het ondernemersrisico overnemen, maar alleen als dat beloond wordt:

Ad. 1. Beprijs flexwerk
Ad. 2. Beloon het risico dat werknemers nemen

Het ZZP-minimumtarief noemde Hoek een goede eerste stap.
Minimale pensioenafdrachten en AOV-plichten, verplichtingen aangaande de algemene oudersdom voorziening, zijn volgens hem de essentiële eerstvolgende stappen die nu gezet moeten worden. En het minimumloon voor flexwerkers moet van hem (en de FNV) omhoog: bij elk nul-urencontract, oproepcontract of tijdelijk contract en bij elke proeftijd moet het minimumloon naar € 15,= per uur.

Een FNV-voorzitter die pleit voor beter materieel voor defensie, dat ministerie dat nauwelijks nog iets met ‘verdediging’ te maken heeft maar met schendingen van humanitaire rechten op de Middellandse Zee en agressie in het kielzog van de Verenigde Staten van Amerika, diskwalificeert zich voor mij, maar…
Het is waar dat de materiële zekerheden sinds 1992 in Nederland voor veruit de meeste mensen in loondienst en voor de mensen die afhankelijk zijn van een uitkering systematisch zijn afgebouwd, lijkt me.
Het is waar dat de kwaliteit van werk sindsdien eveneens afgenomen is, lijkt me.
Het is waar dat ons uur-inkomen steeds lager wordt door bijvoorbeeld het verlagen van pensioenafdrachten en het afschaffen van seniorendagen, lijkt me.
Het is waar dat, terwijl buitenlandse aandeelhouders minder dividendbelasting hoeven te betalen, de publieke voorzieningen onverkort van ònze arbeidsinkomsten gefinancierd moeten worden, lijkt me.
Maar om hier nu allemaal nu pas mee te komen, aan de vooravond dat CETA ondertekend gaat worden, is wel super-last-minutwerk.

Nee, CDA, D66, Shell, VNO-NCW en VVD, alle vertegenwoordigers aan de onderhandelingstafel om het kabinetsbeleid te bepalen, zijn altijd wel eerlijk geweest over hun wensen ruim baan te geven aan het grote geld en de overheid te verzwakken waar ze maar verzwakt kan worden. Voor hen is een Nederlandse driekleur in de Tweede Kamer afdoend, ondernemerschap en concurrentie op de werkvloer een zegen zoals een vangnet voor kwetsbaren hen een vloek is en het enige dat echt telt is voor hen het vooruitzicht op banen waar ze na hun politieke stage als minister of staatssecretaris ver boven de Balkenendenorm uitbetaald gaan worden.
Nagenoeg alle Nederlandse politieke partijen ijveren nog steeds voor economische groei ook nu die groei al decennia niets oplevert voor mensen aan ‘de onderkant’ van de samenleving, integendeel, dat grotere bruto binnenlands product wordt bereikt door hen aan hun lot over te laten. Vrijwel alle linkse organisaties hebben er net zo goed een aandeel in gehad dat het zover als nu gekomen is, inclusief de FNV die in een dodelijke omhelzing met de PvdA verkeerde. Maar toch, dat verhaal van Hoek was voor mij de moeite waard.

Mijn reis

Wanneer ik mijn reis begonnen ben, weet ik niet meer. Ik herinner me een huis met mijn ouders, broers en zusters. Ik herinner me schoolklassen. Ik herinner me mijn andere familieleden bij ons op bezoek of wij daar. Ik herinner me een strand met vriendjes en vriendinnetjes. Misschien was toen al… In elk geval herinner ik mij van daarna alleen mijn voettocht.

Ik denk dat ik bij wijze van spreken wel alle paden in ons koninkrijk bewandeld heb, van alle uitzichten heb ik genoten, alle weertypes heb ik meegemaakt, heel veel van ’s konings onderdanen heb ik ontmoet. Velen wandelden dagen met mij mee. Enkelen jaren. Sommigen van hen zijn goede vrienden geworden. Anderen boden me te eten of te drinken aan, of een slaapplaats uit de wind. Er waren er die me hebben bestolen, dat is waar. Dat vond ik niet erg. Onderweg vond ik voldoende te eten en te drinken. Tegen wat werk ontving ik nieuwe kleding als de oude op was of, wat nog wel het meest belangrijk was, nieuwe zolen voor onder mijn schoenen.

Ik kreeg er nooit genoeg van en wandelde in cirkels en over denkbeeldige rechte lijnen. Telkens weer een verrassend nieuw dal tegemoet. Telkens weer een nieuwe wereld betredend. We hebben dan ook een prachtig koninkrijk. Dat vind ik.

Totdat ik, inmiddels zesenhalf jaar geleden, aan het begin van een indrukwekkende boulevard aankwam. Een brede weg door een immens groot bos met in de borders prachtige oude beuken waarachter struiken een zoom tussen het bos en de weg opvulden. Die weg besloot ik in te gaan. Ik liep anderhalve dag over deze bijna rechte oprijlaan en had tussendoor op het gras en onder de struiken geslapen. Daarna arriveerde ik op die door mij gehate dag, of was het een schone dag?, zeker is dat het geen gewone dag was toen ik aankwam bij een grote poort. Er stond een wachter bij. Een lange man, die klein leek onder die poort. Ik wist met zekerheid dat ik was aangekomen bij de grens tussen ons koninkrijk en het koninkrijk, of keizerrijk, of hertogdom, in elk geval bij het land grenzend aan ons koninkrijk waar ik de weg zo goed meende te kennen.

Ik herinner me alles van dat eerste uur. Ik keek langs de wachter dat nieuwe land in. Door de wachter kon ik helaas niet alles evengoed zien. Hij stond fier midden onder de poort. Na geruime tijd liep ik terzijde van de weg om door de poort een zo goed mogelijk zicht op het oosten te krijgen. Daarna liep ik naar de andere kant van de weg om zo veel mogelijk van het nieuwe land in het noorden te zien. De wachter begroette mij toen vriendelijk. Ik trad op hem toe en kon nu, onder de poort, pratend met de wachter, zoveel mogelijk van dat nieuwe vreemde land zien. Het fascineerde me mateloos.

Na een lang gesprek vroeg ik de wachter of het goed was wanneer ik in de poort op de grond ging zitten. De wachter vroeg of ik niet liever een stoel wilde om op te zitten.
“Dat zou helemaal super zijn”, antwoordde ik hem.
“Dan haal ik een stoel voor u”, antwoordde hij. En dat deed hij. Nu stond ik alleen onder de poort. Twijfel maakte zich van mij meester.
“Zal ik?”
“Wat zou er gebeuren als ik?”
Ik keek dat indrukwekkende land nog eens in en maakte een plan hoe ik vooreerst tot mijn ogen reikten zou lopen.
Ik keek de andere kant op naar waar de wachter uit mijn zicht verdwenen was om te zien of hij er alweer aankwam. Dat was niet zo.
Een warme bries blies tegen mijn gezicht vanuit ons buurland, dat mij fascineerde.
Ik vroeg mij af welke taal de mensen in dat land zouden spreken. Wellicht wist de wachter dat. Op school hadden we daarover nooit iets geleerd. Daar ging altijd alles over ons koninkrijk. Over onze gewoonten. Wij, als kinderen en daarna, vroegen ons niets af over wat er daarbuiten zoal zou zijn, op een enkele zonderling na. Misschien, bedacht ik, zou de wachter mij ook kunnen vertellen of ze daar hetzelfde schrift hebben als in ons koninkrijk. Ik bedacht hoe lastig het zou zijn wegwijzers te moeten lezen, als ze die daar ook hebben, als ik ze niet kan lezen en besloot te wachten op de wachter. Mijn twijfel ebde weg. Dit is wel een leuke zin over die vervloekte dag: ‘ik wachtte op de wachter’. Daar hoorde ik zijn voetstappen en even later stond hij bij mij met een onverwacht comfortabele stoel. Hij plaatste die tegen een wand onder de poort en gebaarde dat ik mijn gang kon gaan. Zelf nam hij weer plaats midden onder de poort. Ik bood hem van mijn eten aan. We praatten nog wat. We zwegen. Hij bood mij te eten aan. We dronken nog wat vlak voordat de nacht begon te vallen. Ik mocht van de wachter in een kamer naast de zijne slapen. Hij bood mij dit uit zichzelf aan.

De volgende dagen verliepen eender. Ik stond op, verfriste me bij een waterval niet ver daarvandaan. Ik vervoegde me bij de wachter in ‘mijn’ stoel onder de poort. Hij stond eronder. Ik besefte dat ik mij nooit bij iemand meer op mijn gemak gevoeld had dan bij deze wachter. Zelfs in mijn ouderlijk huis niet. ‘Carel’ heet hij, met een ‘c’. Zeker niet op school en misschien wel voelde ik me bij deze wachter net zo prettig als bij een of twee van mijn allerbeste vrienden. Wanneer het regende hadden we er geen last van, want het was een brede poort. Bij ijzige wind maakten we gebruik van een windscherm. Bij sneeuw warmden we ons aan een houtkachel. Zo verbleef ik bij de wachter tot de winter voorbij was. Het voorjaar brak aan. Later de zomer met de warme briesjes vanuit dat fascinerende land. Dagelijks nam ik er zoveel als mogelijk van in me op. Zes jaren verbleef ik onder de poort bij de wachter. Zesenhalf om preciezer te zijn. Mijn voetreis was zo zonder plan beëindigd en het voelde goed.

Vanmorgen begon eender als altijd. Ik stond op en verfriste me bij de waterval. Ik vervoegde me bij de wachter op ‘mijn’ stoel. We aten wat en we dronken wat. Hij stond. Ik zat. Af en toe zeiden we eens wat; het was al zo vertrouwd. Alsof het mij overkwam vroeg ik aan de wachter, of een heldere stem in mij zonder enig besef van wat ik over mijzelf, over hem, over alles wat er voor hem en mij toe doet zou afroepen:
“Carolus Knegt”, want zo heette hij voluit, “wij zitten hier nu al vijf of zes jaren, u nog langer. En er is nog nooit iemand vandaar (en ik wees naar ons buurland) hier aan de poort gekomen. Er is ook nog nooit iemand vanuit ons eigen koninkrijk hier aan de poort gekomen. Wat doet u hier?”
Hij glimlachte, zo vriendelijk als hij glimlachen kan en waarvan ik zes volle jaren genoten heb, en antwoordde:
“Ik begrijp dat mijn missie vandaag misschien voltooid wordt. Dat spijt mij, maar het is goed.
Heel deze prachtige poort met haar majestueuze toegangsweg zijn hier voor u, Gerardus Horlings. U heeft, naar zijn aard, de laatste en pittige etappe naar hier alleen bewandeld. Dat kan ook niet anders.
Mijn twee eenvoudige opdrachten zijn om u bij te staan, zodra het uw wens is deze grens te passeren voor het geval dat dit u angst inboezemt en ook om u verder een goede reis te wensen.
Ik sta hier, om uw vraag bondig te beantwoorden, louter en alleen om u door te laten.
”

Kijk maar uit…

Ik zie hem nog staan, de onderwijzer in de vijfde klas van de Lagere School. Hij legde uit dat in Zuid-Afrika een einde aan de apartheid wenselijk was, maar dat het de vraag is wat er zou gebeuren als je eerst mensen zonder recht of reden in een kooi gevangen houdt en op een zeker moment zegt: “Sorry, dat was niet goed, fout zelfs, maar nu mogen jullie voortaan vrij gaan en staan waar jullie maar willen.” Als 11-jarige zag ik het probleem niet. De andere kinderen in de klas ook niet. Daarom legde hij verder uit dat die negers dan natuurlijk wraak zouden nemen op al degenen die hen gedwongen hadden tegen hongerloontjes te werken, die hen gemarteld en vernederd hadden. “Ohhh, knikten wij zonder het te begrijpen.” Ik in elk geval.

De afgelopen dagen vroeg ik mij af hoe anders de wereld eruit zou zien wanneer het niet en nooit bij mensen op zou komen – want genetisch zo bepaald – om een ander mens kwaad te doen. Dat straf alleen te maken had met verbeteren en nimmer zonder liefde toegepast werd. Dat nooit misbruik gemaakt werd van iemands kwetsbaarheden, omdat onze genen ons dwongen tot empathie en solidariteit.

Gezien de huidige wereldleiders, die immers gelden als voorbeelden van hoe we ons zouden moeten (kunnen) gedragen, vind ik het wel logisch dat ik me dit afvroeg. Gezien het doorgeschoten kapitalisme, dat via ‘overeenkomsten’ of aanvaarde wetgeving rijken rijker maakt terwijl armen tegelijkertijd creperen, vind ik het wel logisch dat ik me dat afvroeg. Gezien het gebrek aan doortastendheid om 43 jaar na het uitkomen van ‘Grenzen aan de groei’ eindelijk gezamenlijk tot werkelijke actie in plaats van zoethoudertjes te komen, vind ik het wel logisch dat ik me dat afvroeg. Gezien het laatste stadium van de democratie waarin wij lijken te leven, waar alleen nog macht aan regeerders uit handen gegeven wordt, die dan als beschermheren van de rijksten van de rijksten gaan optreden, vind ik het wel logisch dat ik me dat afvroeg.

En wat is intussen veranderd? Tussen 1962 en eind 2017? “De egalitaire opzet van het internationale systeem maakt het in de praktijk extreem gericht op hiërarchie”, schrijft Rutger van de Hoeven in de Groene Amsterdammer van 20 december 2017; een Groene die helemaal gewijd is aan schaamte. En vervolgens, even verder: “Vernedering is een diplomatiek instrument geworden”, terwijl hij columnist, journalist en publicist Thomas Friedman memoreert die naar aanleiding van de Irakoorlog noteerde “Onderschat nooit, nooit iemands anders eer.”

In het groot: sterke landen die zwakkere disciplineren of belonen,
op nationaal niveau degenen met macht die zwakkeren disciplineren of belonen en
in ons huis vergapen we ons aan de televisie of kijken we een serietje en stellen ons vooral geen enkele vraag meer over de juistheid van ons wereldbeeld. Ik wil maar zeggen, we laten ook zelf een loopje met ons nemen.

Na de Grande Armee waarvan honderdduizenden Europese soldaten het leven nodeloos in Rusland lieten, na de Eerste Wereldoorlog met haar miljoenen slachtoffers onder met name 16 tot 30-jarige mannen, na de Tweede Wereldoorlog waarin de ongekende wreedheid van mensen tegen mensen zo’n shock veroorzaakte dat 3 jaar daarna de universele verklaring van de rechten van de mens werden vastgelegd en ondertekend, na de Irakoorlog die op basis van leugens en bedrog gestreden is met alle ontwrichtingen in die regio als gevolg, zijn we niets wijzer geworden en gaan vrolijk door met de zwakkere landen te knechten, waarbij – welk een toppunt van beschaving – de rijken in de rijke landen geen idee meer hebben wat ze met hun teveel aan geld nog kunnen aanvangen maar wel steeds meer geld voor zichzelf met succes opeisen. Om ons – als de droogte onze woonomgevingen niet verzwelgt, als de modderstromen onze huizen en landbouwgronden niet vernietigen, als de oceanen onze nederzettingen niet tot zee maken, als de stormen en hun ziekmakende gevolgen de mensheid niet decimeren – om ons dan in alle gemoedsrust af te vragen wat er zal gebeuren wanneer we de onderdrukten van nu gaan respecteren. We lopen dan toch zeker het risico dat ze wraak op ons zullen nemen…

En, uhhh, om het verhaal af te maken: ik bleef maar proberen me voor te stellen wat er van mensen zou overblijven als het nooit bij hen op zou komen om een ander mens kwaad te doen. Dat nooit misbruik gemaakt werd van iemands kwetsbaarheden, omdat we leefden vanuit empathie en solidariteit.
Ik ga komend jaar door met me dit voor te stellen; net zo lang tot het me lukt.

Het kan, mits

Dit is de tijd van bezinning. Als we het al doen, doen we dat tussen het sinterklaasfeest en oud en nieuw met het kerstfeest als bezinningshoogtepunt. Vandaar dat ik nu de kans grijp een bezinnend stukje te gaan schrijven.

Terwijl de werkenden onder ons zich een slag in de rondte moeten werken om hun werk af te krijgen, de kinderen groot te brengen, mantelzorg te verlenen, sociale contacten te onderhouden en zichzelf verder te ontwikkelen is een 25-urenweek met behoud van loon mogelijk. Wanneer de arbeid gelijkelijk verdeeld werd onder de actieve (werkende en werkzoekende) bevolking zouden we al aan een gemiddelde werkweek van 30 uur per week komen.
Daarnaast krijgt een werknemer in de private sector ongeveer 43% van wat hij of zij aan waarde creëert* niet uitbetaald. Hiervan gaat een deel als inkomstenbelasting naar de overheid en de rest gaat naar aandeelhouders of de werkgever. Wanneer de minstens 15 uur ‘gratis’ voor zijn of haar baas werken gereduceerd werd tot 10 uur, kan de werkweek nog met 5 uur per week verminderd worden.

Het is nergens voor nodig dat 70% van de werkzoekenden problemen heeft om rond te komen en dat 20% van ons in een dagelijkse angst leeft om in armoede terecht te komen. Lonen en uitkeringen zouden met gemak boven de armoedegrens kunnen liggen. Voor de 54% van de eenoudergezinnen kan het risico om in de armoede of marginaliteit terecht te komen ongedaan worden gemaakt.

Het is helemaal niet nodig dat de 8% van de mensen de aankoop van medicijnen of de 26% van iedereen een doktersbezoek uitstellen omwille van geldgebrek. Met het kiwi-model kan € 2.000.000.000 bespaard worden en wanneer medisch specialisten op een ‘normale’ manier vergoed worden, bijvoorbeeld door hen het loon van een universiteitsprofessor te geven, kan nog eens € 2.000.000.000 bespaard worden. Overbodige onderzoeken in ziekenhuizen kunnen vermeden worden door het systeem af te schaffen van de “betaling per prestatie”. Dat levert dan nog eens € 800.000.000 op. Die maatregelen zijn ruimschoots voldoende om het medisch tekort op te lossen.

De 10% van ons op wachtlijsten kan direct geholpen worden, want er hoeven geen wachtlijsten te zijn voor mensen met een handicap, voor kinderopvang, sociale woningen of een plaats in een verzorgingshuis.

De achterstand op scholenbouw, die vandaag tot 2.500 scholen is opgelopen, kan worden weggewerkt en het onderwijs zou best kunnen rekenen op voldoende middelen en personeel; het kan weer tot de top van de wereld gaan behoren.

Ook de 40% van de gezinnen, die dat nu niet kunnen, zouden kunnen sparen voor slechtere tijden voor een of meer gezinsleden of voor later. Ook de 27% van de gezinnen, die dat nu niet kunnen, zou op vakantie kunnen gaan.

Alle woningen kunnen van goede kwaliteit zijn en goed-geïsoleerd. Ook de 5% van de mensen, die dat nu niet kan, zou goed kunnen eten, zijn of haar huur kunnen betalen èn het huis verwarmen.
Aangezien de energiereuzen de sleutel in handen hebben om klimaatdoelen te halen, zouden die weer in overheidshanden moeten komen. Alleen dàn kunnen ze massaal overschakelen op groene energie. Daarnaast kan een groots opgezet investeringsprogramma – afvang van CO2, isolatie, openbaar vervoer, enz. – ervoor zorgen dat we de afgesproken klimaatdoelstellingen tijdig halen.
Ook de 70% van niet-EU-bevolking, die momenteel in armoede leeft, kan loon naar werk krijgen en dus voldoende voedsel, goede huisvesting en onderwijs, waardoor het voor rechtspopulisten moeilijker wordt om de spanningen tussen bevolkingsgroepen op te stoken.

Dit is allemaal mogelijk wanneer we het als een misdrijf gaan zien, en niet als een jaloersmakende verdienste, om € 300.000.000.000 van hier naar belastingparadijzen te versluizen. Dat we het beschamend gaan vinden dat, terwijl de armen armer werden, de allerrijksten op aarde het afgelopen jaar € 1.000.000.000.000 rijker geworden zijn en ook hen, net als bij u en mij gebeurt, via belastingheffing tot delen dwingen.
De rijkdom in ons land heeft ongekende hoogtes bereikt. Vandaag produceren we per inwoner 5x zoveel als 60 jaar geleden. Voor een gemiddeld gezin van twee volwassenen en twee kinderen betekent dit potentieel een besteedbaar inkomen van € 8.650 per maand en een vermogen van € 785.000.

Met zo’n ongekende rijkdom is het onmiskenbaar dat we met zijn allen materieel onbezorgd in overvloed kunnen leven. De materiële voorwaarden voor ‘de hemel voor iedereen’ zijn in elk geval meer dan vervuld.
De verdeling van geld kent echter geen enkele morele verantwoording. Nog nooit was de kloof tussen wat er materieel aan moois voor iedereen mogelijk is en wat daarvan gerealiseerd wordt zo groot als vandaag.

Anders gezegd, gezien ons hoge bruto binnenlands product en zeer hoge welvaartspeil is het beschamend en een schande dat zoveel mensen hun elementaire behoeften niet bevredigd kunnen krijgen.

Bron: “Nu ook berekend: This could be heaven for everyone” door Marc Vandepitte via DeWereldMorgen op 27 december 2017 en “Allerrijksten in de wereld 1 biljoen rijker” door de economieredactie van NOS op 26 december 2017.

* De meeste aantallen, bedragen en percentages gelden voor in Vlaanderen of België; in Nederland zullen die ietsje anders uitkomen.

Utereg, me stadsie daar gebeurt van allehand, ’t bruis an alle kant in ’t hartjie van ’t land

De Amsterdamsestraatweg is een lange rechte weg die voor Utrechtse begrippen een beetje aan Amsterdamse winkelstraten doet denken. De bedrijvige winkels, sommige met etalages waarachter het tentoongestelde onder een dikke laag stof ligt, de meeste goed bijgehouden. Vermoedelijk kan men aan de Amsterdamsestraatweg alles kopen van Chinees tot drinken & eten, feestartikelen, Grieks, groenten, Marokkaans, knippen, mondzorg, Nederlands, oliebollen, seksartikelen, Surinaams, tatoos, therapieën, thuiszorg, Turks, verlichting, wassen en tot witgoed.

Die lange rechte weg ben ik vandaag met mijn vast gezelschap om lunchpauzeconcerten te bezoeken per bus gegaan tot Maarssen en daarvandaan hebben we hem teruggelopen tot aan Tivoli/Vredenburg.

Het is opmerkelijk hoeveel ik dan niet blijkt te weten van dit deel van de stad; we keken immers met de ogen van toeristen. Een gedenkteken, een historisch gebouw, een kunstvoorwerp, een sluis, een voortuin met vier kerstmannen die de bezoeker uitdrukkelijk welcome heten voor die bezoeker bij een metalen hek kan aanbellen om de tuin richting voordeur te bewandelen.

En wanneer je zoals ik al 40 jaar in en rond Utrecht dwaalt lagen de herinneringen hier ook voor het oprapen. Daar wandelde ik met Mies, daar woonde Wim, hier fietste ik met Zus, daar woonde ik nog zonder Jet, die gevel doet me denken aan de tijd met Teun, hier doofde Vuur en nee, dat frietkot heet echt Gijs.

Natuurlijk kwamen we door Elinckwijk, door Zuilen en liepen we door het mooie Julianapark. Naarmate we Utrecht naderden werden de gevels en winkels bekender en bekender tot we koffie gingen drinken bij een vriend, die toevallig net thuis was. Vervolgens was het niet meer mogelijk voor mij om met toeristenogen te blijven kijken; het kwam me allemaal zo bekend voor. De pratende mannen op straat, mijn kapper, mijn sleutelleverancier, al dat verkeer dat in beide richtingen onophoudelijk rijdt, de drukte op de ‘straatweg’ en de directe rust in alle zijstraten met namen als Anemoonstraat, Berkstraat, Demkaweg, Dieselweg, Sweder van Zuylenweg, Westinghousestraat. Alleen wat drukte waar ze aan het verhuizen zijn of de aanhangwagen van een auto inlaadden.

De gevaarlijkste straat van Utrecht en misschien wel van Nederland, waarschuwde mijn vriend. Met de Kanaalstraat de gezelligste straat in heel deze regio, vind ik. Ik moet maar weer eens naar Amsterdam, waar legio van dit soort straten zijn.

De titel is van de hand van Herman Berkien.

Duurzaamheid; Compleet gestoord, maar wel goed bedoeld

Stapsgewijs heeft mijn strijkbout het begeven. Eerst een haperende functie, toen een kapotte knop en vervolgens vertikte het apparaat al zijn werk. Onlangs kocht ik vervanger.
“Hoe lang heeft de vorige het gedaan?” vroeg het vrolijke jonkie.
“7 jaar”, antwoordde ik.
“Oh, dat is best lang.”
“Dat is beschamend kort, jij kùnt dat haast niet weten, maar hoewel alle bedrijven de mond vol hebben van duurzaamheid, werden zo’n 40 jaar geleden dit soort apparaten gemaakt opdat ze niet vervangen hoefde te worden en nu opdat ze het zo snel mogelijk na afloop van de garantietermijn begeven. Ik heb nog een radio, versterker, en zo die ik in mijn studententijd gekocht heb. Mijn kinderen zijn al aan hun derde of vierde toe!”
Met mijn nieuwe aankoop liep ik de zaak uit een verbouwereerd jonkie achterlatend. Ik dacht clichématig: “Vroeger ging een fiets een heel huwelijk mee, en nu nog steeds.”

De mond vol van duurzaamheid en elke 11 maanden vervangen we onze gsm. Tegelijk neemt het aantal gorilla’s op de aarde af en is er nog maar één Indonesische neushoorn. Raar om dit in één alinea te schrijven? Helemaal niet!

In haar breedste betekenis staat ‘biodiversiteit’, de verscheidenheid aan planten en dieren op onze planeet, synoniem voor ‘leven op aarde’. Echter, de snelheid waarmee dier- en plantesoorten uitsterven is heel groot. Dat heeft te maken met biodiversiteitsverlies. En doordat de 31 mineralen, die nodig zijn om een gsm te produceren, waarvan vele uit natuurgebieden gehaald worden waar gorilla’s leven, hebben vermeerdering van het aantal gsm’s en vermindering van het aantal gorilla’s direct met elkaar te maken. Dit gaat over ons productie- en koopgedrag. Geen enkele aankoop is onschuldig.

De Belgische FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu is vanwege bovenstaande begonnen met een #BeBiodiversity-campagne. Zo doen we dat tegenwoordig en voordat #metoo uitgedoofd is kan de volgende #hype de lucht in. De verantwoordelijkheid wordt door de FOD Volksgezondheid zo laag gelegd en wel bij degenen die dat haast niet of helemaal niet kunnen dragen. Zoals het bevreemdend is voor marsmannetjes dat in onze steden gewone en fairtrade-winkels zijn, moeten ‘we’ van de FOD Volksgezondheid ons aankoopgedrag veranderen. Prijsvechters bieden spotgoedkope vliegreizen aan en ‘we’ moeten ‘nee’ zeggen want vliegen is slecht voor het milieu; bevordert klimaatopwarming. De voedselindustrie biedt spotgoedkope importproducten aan en ‘we’ moeten ‘nee’ zeggen want de stookolie waarmee gestolen voedsel uit ontwikkelingslanden hierheen getransporteerd wordt is slecht voor het milieu; bevordert klimaatopwarming. Dit jaar richt de FOD Volksgezondheid zich op de consument, en volgend jaar – nadat CETA van kracht geworden is – op de bedrijfskant. Dan gaat de FOD Volksgezondheid vriendelijk vragen of de heren ietsje minder rommel willen maken. En elke heel klein beetje minder toename van rotzooi zal gevierd worden alsof we de aarde op de multinationals heroverd hebben.

De 5 grootste biodiversiteitsbedreigingen zijn:
invasieve soorten die een bedreiging vormen voor het voortbestaan van inheemse soorten,
klimaatverandering,
overexploitatie,
vernietiging van habitats en
verontreiniging.

Om een beeld te geven enkele statistieken:
In België worden 101 dieren, micro-organismen en planten geteld, die door menselijk handelen in een nieuw gebied terechtkomen (zoals ‘België’ of ‘Nederland’) en die door verspreiding en vestiging schade kunnen veroorzaken en de biodiversiteit van inheemse soorten bedreigen.
Tussen 1990 en 2010 zijn wereldwijd minstens 3.500.000 hectaren natuurlijke bossen omgevormd tot palmolieplantages. Ongeveer 20 % van de palmolieproductie wordt gebruikt door de cosmetica-industrie.
Illegale exploitatie van bedreigde bossen vormt een markt die tussen de € 50 en 150.000.000.000 geschat wordt. Na drugshandel is het de grootste misdaadmarkt ter wereld.
40 % van de cacao komt van Ivoorkust, waar de bossen sinds 1960 80 % van hun oppervlakte kwijt zijn geraakt. En,
meer dan 90.000 containerschepen varen over de oceanen en zeeën en storten samen evenveel kankerverwekkende verontreinigde stoffen uit als 4.500.000.000.000 auto’s in een jaar.

Ofwel ‘we’ moeten meer fietsen en wandelen of met het openbaar vervoer, en als u dat dan doet dan resteert de vervuiling van nog maar 4.499.999.999.999 auto’s per jaar.

Om de idiotie van deze campagne te verduidelijken een ander voorbeeld.
‘Let ook op micro-plastic’, waarschuwt de FOD Volksgezondheid ‘ons’. Dat zijn kleine plastic bolletjes die zitten in douchegel, tandpasta, shampoos en andere verzorgingsproducten. Die micro-plastics spoelen het riool in en verdwijnen – uiteindelijk – in de zee, waar zeedieren ze binnen krijgen. Die worden daar ziek van, worden opgegeten door andere zeedieren en die worden enzovoort. Veel mensen zijn hier niet van op de hoogte en vanaf deze campagne dus wel. Maar hoezo zouden ‘wij’ daarop moeten letten?
Een streng gehandhaafd verbod op productie en import van micro-plastics in douchegel, tandpasta, shampoo en andere verzorgingsproducten is volgens mij het enig werkende remedie, net als een afgedwongen beperking van koopvaardij en vliegverkeer en nog zo’n 197 adequate maatregels waaronder de productie van apparaten die weer een mensenleven lang meegaan.

Maar in Midden-Nederland gaan we vrolijk een vliegveld uitbreiden. Echter, op het hoogst volume:

Burger, weest ù zich dan bewust en dat ù ùw gedrag aanpast want het is echt slecht gesteld met de aarde, de gorilla’s, het milieu en die ene neushoorn.

Bron: “Wat een gsm en een gorilla met elkaar te maken hebben én met ons koopgedrag” door Helenka Spanjer via DeWereldMorgen op 18 december 2017.

Europese beschaving VIII

Wetten of geen wetten, het bestuur van het Griekse privatiseringsfonds is immuun voor vervolging. Dat heeft de trojka van ECB, EU en IMF met terugwerkende kracht geregeld, verstopt in een dik dossier met talloze aan te nemen wetten, getiteld:
‘Maatregelen voor groei van de Griekse economie’.
De aanklager verlegde daarom de aandacht naar 6 adviseurs, onder wie 3 leden van de eurowerkgroep: een Italiaan, een Slowaak en een Spanjaard. De rechtszaak ving aan, maar op 24 mei 2016 kwam de Eurogroep bijeen, waarbij de voorzitter van de Eurogroep, de zelfbenoemd sociaal-democraat Jeroen Dijsselbloem – volgens de krant ‘Kathimerini’ – tegen de Griekse minister riep: “Dit vind ik onacceptabel!” Een week later dreigde de Europese Commissie achter de schermen een miljardentranche tegen te houden als de Italiaan, Slowaak en Spanjaard niet vrijuit gingen. Diezelfde dag nog volgde er een voorlopige vrijspraak.

Een maand nadien, ontdekte journalist Leontopoulos, voegde de trojka een paar zinnen toe aan een wet over cybermisdaad, alweer goed in teksten verborgen: ‘geen adviseur of expert is voortaan aansprakelijk’. “Aan geen parlement is de trojka verantwoording schuldig”, zegt Leontopoulos in een café, “en aan enige rechtbank evenmin.”

‘We verkleinen de ongelijkheid’, schrijft de trojka. In 2015 publiceerde het Duitse Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf dat in de vroegste crisisjaren de belasting van de laagste Griekse inkomens met 337% was gestegen, tegen 9% voor de hoogste. Sindsdien kwam er 11% btw bij en nu moeten zelfs alle eenmansbedrijfjes hun belasting vóóruit betalen.

€ 90.000.000.000 bedraagt de belastingachterstand. Bijna één op de twee Grieken staat voor minder dan € 5.000 bij de fiscus in het krijt, “wat hoog genoeg is om hun leven te verwoesten”, zegt Nadia Valavani, die er als Varoufakis’ onderminister over ging. “Duizenden zijn erom in de cel beland. Die regel schafte ik snel af.” Om de afbetaling draaglijk te maken, had ze honderd termijnen ingesteld: € 20, € 30 per maand was soms doenlijk, soms al te veel, maar “de trojka had een afkeer van termijnen. Ze hamerde op ‘belastingbewustzijn’; betaal je niet alles ineens, dan verlies je ook je huis, zulke dreigementen. Pragmatisme kent ze niet.” Valavani hield zich doof, zette door en een miljoen mensen sloten zich erbij aan: € 7.500.000.000 bedroeg het aflosschema. “Zij konden weer ademen, zeiden ze me. Eventjes… Met het 3de ‘akkoord’ schafte de trojka de regeling af.”

De bovenklasse mag voor haar ‘belastingzonden’ wel op de trojka’s coulance rekenen. Op 1 januari 2017 werd de Onafhankelijke Autoriteit voor Publieke Inkomsten opgetuigd, met een lid van de Europese Commissie in het bestuur. Als er tweedracht is over belastingwetgeving, dan beslist de Autoriteit, niet langer de minister. Toezicht door de regering is verboden. “Stapsgewijs wordt iedere vorm van Griekse zeggenschap weggenomen”, treurt Valavani. Zij noemt deze Autoriteit een ‘Witwasmachine voor miljardenfraude’. Niet langer Nea Dimokratia, maar de trojka is nu volgens haar de beschermheer van de rijken. “Varoufakis en ik stelden een nieuwe chef aan bij de opsporingsdienst Sdoë en we begonnen voortvarend – wat de tycoons angst aanjoeg. Dus werd in het 3de memorandum de Sdoë door de trojka nagenoeg ontbonden.” 2/3 van de 730 inspecteurs verkaste naar de Autoriteit, die het alleenrecht kreeg op bestraffing van fraude. “Meer dan 30.000 grote belastingzaken zijn komen te vervallen”, stelt Valavani, “de Autoriteit laat ze lopen, dat is de bedoeling. De belastingontduiking van de zakenelite bedraagt miljarden! We hadden alles in het vizier. Maar ‘vroegere jaren moeten we niet onderzoeken’, zei de trojka, ‘dat heeft geen zin’. Een doorzichtig excuus… En niemand mag de Autoriteit er zelfs maar naar vragen, want die is ‘onafhankelijk’. 600 Sdoë-dossiers waren al afgerond, de fiscus kon ze innen, maar de trojka verklaarde ze ongeldig.”

Dit was het 8ste en is het laatste deel van een serie over Europese beschaving, die verre van beschaafd blijkt. Hier ging het over het Griekenland van 7 jaar onder de trojka. Dat is een neergang zonder einde, met dramatische gevolgen – duizenden stierven een onnodige dood, die terug te voeren valt op de afgedwongen besparingspolitiek.
En was dit maar de enige misdaad tegen de menselijkheid die uit ons aller EU-naam gepleegd wordt, met in het kielzog van de Europese Unie andere instituten die vaak zelfs ook (uiteindelijk) met publieke gelden gefinancierd worden.
Helaas, ik moet mijzelf en u daarin teleurstellen. Dit is een pars pro toto, slechts één voorbeeld van het nieuwe politieke normaal.

Lees het hele artikel over Griekenland na 7 jaren trojka-beleid via deze link.

Bron: “Een verkapte Europese coup; onderzoek: De trojka in Athene” door Edward Geelhoed in DeGroeneAmsterdammer op 29 november 2017.

Europese beschaving VII

“Als je een wandaad wilt verhullen, bewees Shakespeare al, moet je er nog één plegen, en nog één… tot je een absurd, verward web hebt geweven”, vertelt de Griekse oud-minister van Financiën Yanis Varoufakis. “Zo begon ook dit debacle. Berlijn en Parijs stelden via de lening [aan Griekenland; GjH] hun [eigen; GjH] banken veilig – zonder aan later te denken. Maar voor het akkoord van de parlementen, ontdekten ze, was hardheid richting de Grieken nodig. Dus bracht Berlijn het IMF aan boord, de dwingeland van noodlijdende landen, om ons ’s werelds grootste besparingen ooit op te leggen. Toen IMF-analisten hun chefs inlichtten dat er een mislukte staat zou ontstaan, werd hun gezegd te zwijgen en de ‘juiste’ uitslag op schrift te voorspellen.”

De economie was in 2012 al bijna met 25% gekrompen. “De trojka [van ECB, EU en IMF; GjH] raakte in paniek”, zegt Varoufakis. “Om de fouten te maskeren, schreef ze een 2de lening uit en creëerde ze een kleine speculatiegolf die ze tot ‘het Griekse succes’ doopte, om te veinzen dat het programma deugde. Waagde je het een fiasco te noemen, dan zei de trojka dat Athene het niet goed doorvoerde, wees ze met moraliserende vinger naar de Griekse pensioenen, de onwaardige werkers, de omkoperij en andere Griekse gebreken die uiteraard bestaan, maar er in dit geval niet toe doen.”

Toen het journaal de ‘Griekse redding’ meldde, begreep de Duitse onderzoeksjournalist Harald Schumann dat er méér speelde. Schumann had voor dagblad Der Tagesspiegel sinds de val van Lehman Brothers over het geldsysteem geschreven. Hij wist zodoende van de Duitse miljarden in Griekenland, die gevaar liepen; de bankenredding werd verbloemd door hem te framen als ‘Redding van Griekenland’. De machtsgreep in Griekenland wordt door geen enkel EU-verdrag ondersteund, weet Schumann. “Het is“, volgens hem, “een volstrekte verachting van democratie.”

Het Griekenland van vóór de trojka was mogelijk een halve oligarchie, sinds mei 2016 is in de bakermat van de democratie ‘olicharchie’ dè staatsvorm geworden. Het parlement nam toen – na de gangbare chantage – een wetsvoorstel van 7.000 pagina’s aan en richtte zo het door Schäuble verlangde ‘Superfonds’ op, dat bijna al het staatsbezit onder de hamer brengt. Wie door het digitale portfolio bladert, komt langs eilanden, gasbedrijven, gokkantoren, jachthavens, kastelen, postkantoren, spoorwegen, stadions, stranden, viaducten, villa’s, vliegtuigen, warmwaterbronnen en waterbedrijven; alles ging in de uitverkoop. Slechts op papier is het oogmerk van het privatiseringsfonds nobel: ‘Een zo hoog mogelijke opbrengst voor de Helleense Republiek.’ In de memoranda staat dat ‘vlugge verkoop tegen dumpprijzen’ onwenselijk is, maar precies dàt is gaande. En hoewel de Griekse premier Alexis Tsipras bedong dat 25% van de opbrengst naar Griekse investeringen zou gaan, is dat in een latere versie verwijderd.

Een Grieks primair begrotingsoverschot (vóór rentebetaling) is voor de trojka bovenal van belang, schrijft de Amerikaans auteur en econoom Joseph Stiglitz in ‘De euro’, want “crediteurlanden als Duitsland willen hun geld terugzien”. Alleen door dat overschot kan Athene steeds aflossen. De trojka verlangt dan ook 3,5% meer inkomsten dan uitgaven, wat nu een ongekend hoog percentage is. Onvermijdelijk verstikt dat de Griekse economie, maar Berlijn, Den Haag, Parijs en Washington zijn er tevreden mee.

Intussen belandde de haven van Piraeus voor een schijntje in handen van een Chinees staatsbedrijf,
de spoorwegen zijn nu, eveneens voor een schijntje, van de Italiaanse overheid.
Ook Duitsland vaart er wel bij: staatsonderneming Fraport nam 14 regionale vliegvelden over. Syriza hield de verkoop tegen, maar Berlijn nam hem op in het 3de memorandum en dus was de overdracht bezegeld. Fraport en de Duitse staat als aandeelhouder verdienen er miljarden aan.
Zo gingen Piraeus, de Griekse spoorwegen en 14 Griekse vliegvelden van overheidshanden in andere overheidshanden.
De grootste voordelen gaan naar de oligarchen. Dimitris Melissanidis, bijvoorbeeld, nam met een Grieks-Tsjechisch consortium het staatsgokkantoor Opap over voor 2/3e van de marktwaarde. Reden voor verkoop was er niet; Opap draaide winst.
Anderhalf jaar verzette Syriza zich tegen de verkoop van het oude vliegveld van Athene aan Spyros Latsis, ’s lands grootste zakentycoon, die onder meer de Eurobank bezat. De herkapitalisatie van die bank had de Griekse staat al eens € 13.300.000.000 gekost. De luchthaven wil Latsis omvormen tot een privé-stad van weelde, met een zevensterrenhotel. Ook ditmaal dreigde de trojka een tranche van € 7.500.000.000 niet uit te keren als Elliniko niet vlug werd geprivatiseerd. Dus zette Tsipras zijn handtekening, wat € 915.000.000 opleverde – ongeveer 1/3 van de waarde.
Een dubieuze rol speelde de trojka ook bij de verkoop van 28 staatsgebouwen, zoals belastingkantoren, ministeries, politiebureaus aan onder andere dezelfde Eurobank van diezelfde Latsis. De Griekse overheid ontving er € 260.000.000 voor en huurt de panden 20 jaar lang terug voor een veelvoud daarvan. De schade, volgens een officier van justitie: € 600.000.000.

Dit is het Griekenland van 7 jaar onder de trojka. Het is een neergang zonder einde, met dramatische gevolgen – duizenden stierven een onnodige dood, die terug te voeren valt op de afgedwongen besparingspolitiek.

Rond 1600, in de tijd dat William Shakespeare leefde en schreef, was de wereld ietsje anders. Inmiddels hoef je een misdrijf niet meer te verhullen door een ander misdrijf te plegen. Inmiddels, met de huidige massamedia tot je beschikking en een immens gebrek aan interesse, kennis en kunde bij de buitenwacht kun je met wat macht de door jou gepleegde misdrijven voor de bühne doen verheffen tot een daad van liefde; liefde uit mededogen voor het Helleense volk. Aan de rijken en grootbedrijven het leven en alle rest van de mensheid in de schuldenslavernij is de norm geworden binnen het beschaafde Europa. Zo’n 60% van de gehele mensheid moet eraan geloven; dit is de norm.

Lees het hele artikel via deze link.

Bron: “Een verkapte Europese coup; onderzoek: De trojka in Athene” door Edward Geelhoed in DeGroeneAmsterdammer op 29 november 2017.

Europese beschaving VI

Om middernacht is het koffiehuis aan de avenue Alexandras hel verlicht, voor het laatst. Met een bezem veegt Thodoris de vloer schoon. Hij verhangt de stroomdraden. De zaak is leeg, alles is weggeruimd, het bankroet is bezegeld. De vijftiger kijkt er lijdzaam bij. Hij loopt 8 maanden huur achter. Het was wachten op dit einde.

Acht maanden staan voor € 24.000 aan elektriciteit en huur. “Terwijl ik op een dag € 100 omzet draai”, zegt Thodoris, “waarvan ik een serveerster inhuur en inkopen doe. Voor mijzelf blijft er € 5 over, na 11 werkuren. Voor velen is een kopje koffie al tijden te duur.” Op de 3 panden ernaast prijkt al het welbekende enikiazete-biljet: te huur. Hij is cultureel antropoloog, spreekt 4 talen, maar wie wil hem? Men vraagt hooguit om souvlaki-koeriers, niet om academici; een economie in overlevingsmodus, niemand investeert. “Was ik jong, dan nam ik ook deel aan de grote Griekse exodus. In het Noorden [van Europa; GjH] is er leven.”

‘We verbeteren het zakenklimaat’, schreef de Europese Commissie, terwijl in elke straat verweesde winkels te vinden zijn, bestoft en in verval – in trojkatijd gingen meer dan 200.000 rolluiken neer. In de nog geopende boetiekjes is het altijd uitverkoop, wat niet wil zeggen dat er klanten komen. Alleen de goudwinkels die tegen spotprijzen het familiezilver opkopen doen goede zaken.

De trojka van ECB, EU en IMF kwam, zag en veranderde alles. Ze wilde de economie omvormen, tot wedijver aansporen, en in zekere zin is dat gelukt. De collectieve afspraken zijn van 140 teruggebracht tot 8, de baas bepaalt:
vindt hij het verlaagde minimumloon te hoog, dan biedt hij € 15 per dag aan, zonder betaalde overuren of verzekering. Salaris keert hij maanden later uit, soms vervangen door tegoedbonnen. Op een vacature bellen honderden mensen. ‘Houd je van hard werken?’ horen ze. ‘Bewijs het maar!’ De inschikkelijkste wint.

In de herfst van 2010 begon Louka Katseli als minister van Arbeid en als erfenis trof ze een ontmanteld cao-systeem aan, weggegeven door haar voorganger. “Het duurde maanden om de trojka ervan te overtuigen de collectieve afspraken deels in ere te herstellen”, vertelt ze. “Maar het kon: in het eerste jaar was ze nog voor rede vatbaar.”

In 2011 verhardde de trojka; ze nam de agenda over van de banken, de grote hotelketens, de industrie en de massamedia en verordonneerde een extreem flexibele arbeidswet. “Volgens de trojka belemmerde mijn wetsrevisie de concurrentie”, vertelt Katseli. “Ik moest het voorstel intrekken, maar dat weigerde ik.” Een maand later was er ineens een herschikking van het kabinet: Katseli werd eruit gezet en werd weer parlementariër. En toen ze tegen de terugkeer van de trojkawet stemde, volgde verbanning uit de Pasok-partij. “Sindsdien”, zegt ze, “is de trojka’s opstelling helder: een open oor voor het grootbedrijf, doof voor ministers en vakbonden.”

In 2014 was er een vreemd melkdispuut, waarover de regering bijna viel. De trojka gebood de omschrijving van verse melk van 5 naar 11 dagen op te rekken, waardoor import mogelijk werd en de prijs zou dalen. Volgens Joseph Stiglitz was dit een cadeau aan de Hollandse zuivelbranche als dank voor Den Haags (Jeroen Dijsselbloems) trouwe bijstand aan Berlijn. Ook de melkwet was een voorwaarde voor uitkering van de lening. De onderminister van Landbouw stemde niet tegen, maar stapte op. “Mijn ethiek”, zei hij erbij, “staat me niet toe de financiering van mijn land in de waagschaal te stellen.” En inderdaad: in de jaren na het besluit steeg de uitvoer van Nederlandse melk naar Griekenland – en gingen Griekse boeren failliet.

Dit is het Griekenland van 7 jaar onder de trojka. Het is een neergang zonder einde, met dramatische gevolgen – duizenden stierven een onnodige dood, die terug te voeren valt op de afgedwongen besparingspolitiek.

Lees het hele artikel via deze link.

Bron: “Een verkapte Europese coup; onderzoek: De trojka in Athene” door Edward Geelhoed in DeGroeneAmsterdammer op 29 november 2017.