Een nieuw metier

Vanmorgen oefende ik met ‘eerste’ en ‘tweede vinger’ en onregelmatige tempi. Ik heb het maar getroffen met mijn buren, die vinden dat ‘als ik het nog moet leren, ik het maar moet leren‘. Mijn linkeroor zit nòg dichter bij het soms snerpend of krassend geluid wat niet om aan te horen is. Wat is het geval?

Op 23 maart jongstleden, nog geen maand terug in de tijd, ging ik met een vriendin naar het lunchpauzeconcert in TivoliVredenburg. ‘De menselijke stem van de cello’ stond op het programma; uitgevoerd door de celloklas van het Utrechts conservatorium HKU onder leiding van Timora Rosler. We hoorden eerst een uitvoering van de ‘Symfonie voor acht cello’s’ van Philip Glass (1937). In één woord: “Prachtig” (als je van Philip Glass’ stijl houdt). Toch 8 woorden. Daarna speelden Laia Terre en Angela Guillen de ‘Suite voor twee cello’s’ van David Popper (1843 – 1913) en toen gebeurde het. Ik fluisterde tijdens het welgemeend applaus mijn vriendin in het oor: “Ik ga cello spelen”. “Fagot is ook mooi”, fluisterde zij als eerste reactie. “Ja, maar het wordt cello”, volharde ik.

Daarna werden nog de ‘Libertango’ van Ástor Piazzolla (1921 – 1994) gespeeld, het ‘Requiem’ van David Popper en ‘Bachianas Brasilieras nr. 1 voor acht cello’s’ van Heitor Villa-Lobos (1887 – 1959). Vervolgens consumeerden we traditiegetrouw nog een koffie met gebak en ik bleef vastbesloten.

Nu had ik na deze afspraak nog met een vriend afgesproken. Ik deelde hem mee hoe mijn leven vanaf (toen) ‘vandaag gaat veranderen’. Hij vertelde nog een cello in bezit te hebben. Die stond nog bij iemand anders, maar zou ik in bruikleen kunnen krijgen.

Ik geniet ervan om aan iets te beginnen wat ik nog helemaal nooit gedaan heb.

’s Avonds vroeg ik via mijn ‘Nextdoor-App’ wie een goede cellodocent voor mij wist en prompt werd mij een docent in de buurt warm aanbevolen. Haar belde ik zaterdagochtend, nog geen etmaal na het concert, en we spraken een eerste proefles af voor woensdag.

De muzikaal leider Timora Rosler toonde zich via de mail verheugd over mijn enthousiasme voor de cello door het concert, net als de programmeurs van de lunchpauzeconcerten in TivoliVredenburg.

Dinsdag belde ik mijn vriend over zijn cello. Die liet nog even op zich wachten, dus via Markplaats zocht ik een geschikt instrument. Ik vond een

    ‘Excellent Cello 4/4 Warm sound, comes with bow and soft case; Bohemian instrument very easy to play and responsive warm, full and round sound for advanced amateurs or beginning conservatory.’

Daar bood ik op en ’s avonds haalde ik mijn nieuwe oude cello in Amsterdam op.

Woensdag werden mij zodoende de allereerste beginselen uitgelegd van het cellospelen, te beginnen met het zitten zonder cello.

En nu probeer ik dus geheim na geheim van mijn cello te ontdekken. Dat ik vroeger verdienstelijk schuiftrombone gespeeld heb, scheelt wel iets. Mijn cellodocente vond deze ontwikkeling wel bijzonder. Zij constateerde: “De cello is onder de strijkinstrumenten, wat de trombone onder de blaasinstrumenten is.” Het scheelt iets, maar hoe ik ook van mijn oefeningetjes geniet, hoeveel plezier ik er ook aan ontleen te tokkelen en te strijken en hoewel ik merk vorderingen te maken, ik bak er nog niet veel van.

Het valt ook niet mee, omdat ik nog geen maand geleden voor het eerst een strijkstok vasthield. Die moet overigens midden tussen de kam en de toets met de haren vlak op de snaren en voor elk van de vier snaren onder twee iets andere hoeken, waarbij de strijkstok losjes en toch ook stevig met de rechterhand vastgehouden dient te worden en met mijn linkerhand moet ik op gehoor mijn wijsvinger, wijs- en middelvinger, wijs-, middel en ringvinger of alle vier mijn vingers op de snaren zetten (terwijl ik nog geen halve tonen hoef te spelen), en terwijl ik de duim van mijn linkerhand tegenover mijn middelvinger tegen of onder de hals behoor te houden en tenzij mijn vingers de snaren niet mogen aanraken, waarbij de muziek aangeeft welke strijkbewegingen ik zou moeten maken van de componist, tenzij ik met mijn linker- of juist rechterhand respectievelijk hoog op de hals of onder aan de toets moet tokkelen.

Ik geniet ervan om aan iets te beginnen wat ik nog helemaal nooit gedaan heb. Al klinkt het soms venijnig scherp of krassend in mijn oren, als ik er al muziek uit krijg, want op de kam strijkend, heb ik gemerkt, komt er haast geen muziek uit ’t ‘very easy to play and responsive warm, full and round sounded Bohemian instrument’.

Sensodyne ® Rapid

Het begon allemaal met een periodieke controle. Ik ga al 40 jaar elk half jaar naar een tandarts, die ik in mijn studententijd bij Studont ontmoet had. Studont was ooit een samenwerkingsverband om studenten te leren hun gebit te onderhouden en hun gebit te verzorgen. Deze tandarts ‘nam mij mee’ toen hij een zelfstandige praktijk opzette en hij is onlangs een samenwerking aangegaan met enkele jonge tandheelkundigen. Voor de periodieke controle bezocht ik een van hen 3 weken geleden.

Tevoren had ik al aangegeven dat het niet bij een controle zou blijven, omdat ik last heb van tandpijn. De – voor mij nieuwe – receptioniste stelde voor te komen voor de controle en om dan samen met de tandarts ‘een plannetje te maken’. Ik nam het mezelf kwalijk dat ik haar benadering truttig vond. In die stemming bezocht ik de nieuwe praktijk aan de Utrechtse Maliebaan.

Ik bleek weer eens een voorspellende geest te hebben gehad;
3 consulten later is dit de balans van verrichte werkzaamheden:
1 periodieke controle
4 verdovingen
2 eenvlaksvullingen composiet
1 tweevlaksvulling composiet
1 drievlaksvulling composiet
3 droogleggingen van een elementen met een rubber lapje
1 rubberdam aanbrengen
4 kleine röntgenfoto’s
1 elektronische lengtebepaling
1 gebruik roterende nikkel-titanium instrumenten
1 gebruik operatiemicroscoop
1 opnieuw vastzetten van een kroon
1 uitgebreid wortelkanaalbehandelingconsult
1 behandeling van een slecht functionerend wortelkanaal
1 wortelkanaalbehandeling per element met 2 kanalen

Hoewel ik de veel jongere tandheelkundige dan mijn vertrouwde tandarts niet kende, had ik al vrij snel alle vertrouwen in zijn kunnen. Ik was tijdens de langdurige behandelingen vooral bezig met kijken naar een oninteressant plafond, ontspannen en slikken. Grappig, wanneer er in mij geboord wordt terwijl ik er geen pijn aan heb.

Het plan was geweest 2 wortelkanaalbehandelingen uit te voeren, maar omdat bij de tweede wortelkanaalbehandeling een kroon losliet, bleef die tweede beperkt tot het opnieuw vastzetten van de mantel van de namaakkies.

Heel de behandelperiode, met uitzondering van de verdoofde consulten, had ik pijn. Eerst verhielp de voorbehandeling van een wortelkanaalbehandeling mijn tandpijn niet. Na het volgende consult verergerde de tandpijn terwijl ik ook nog eens flink op mijn wang gebeten had toen de hele rechterkant van mijn mond verdoofd was. Een week lang verging ik van de pijn, alleen al als ik mijn mond open deed. Pas vlak voor het laatste consult vroeg een vriendin waarom ik geen pijnstillers gebruikte als ik zoveel pijn heb. Mijn reactie was: “Omdat ik daar niet aan gedacht heb”.

Achteraf complimenteerde ik de jonge tandheelkundige met zijn vasthoudendheid. Ik dacht toch zeker te weten dat hij een hoektand moest aanpakken, omdat daar het probleem zat. Ik sprak ook steeds van tandpijn. Hij wist zeker dat hij met de kies daarachter de oorzaak van mijn vermeende tandpijn behandeld had. Dat hij gelijk heeft gehad, blijkt nu de verdoving uitgewerkt is en de wond aan de binnenzijde van mijn wang niet meer drastisch ontzien hoeft te worden. Nu moet ik er aan wennen weer over beide zijden van mijn gebit te eten en drinken, want ik ben eraan gewend geraakt dat over links te doen.

Over vijf maanden zien we weer verder. Voorlopig alleen nog op aanraden van de nieuwe tandarts mijn tanden poetsen met Sensodyne ® Rapid; dan zou het allemaal voor de bakker komen. Tot die tijd geen tandartsbezoeken meer, hoop ik.

Inlegkunde

Negen ooievaren zwevend in de lucht. Alsof ze niets anders te doen hebben, of dat de oudere hun juvenielen vliegles geven. Glijdend boven geboomte ver weg van ons; ver weg ook van Ankeveen, ’s Graveland en Kortenhoef, de dorpen die hier het dichtstbij liggen. Zwarte vogels als we ze van onder zien. Als lichtgevende lampjes wanneer we ze van boven bekijken. Soms fladderend, maar meest stil hangend en toch gaand. Statig.

De uitgestrekte weilanden liggen erbij alsof de hitte van de zon aan de onbewolkte hemel hun niets doet. De slootjes alsof hier nooit iets zal veranderen.

Mijn vriendin wil dat ze boven ons komen vliegen en nodigt hen uit. Een stuk of drie schijnen het gehoord te hebben. Of begrepen. Komen in elk geval van boven het verre boomgewas langzaamaan rondjes cirkelend onze kant op totdat zij recht boven ons vliegen.

Een reiger in het gras, wellicht aan een voor ons onzichtbare waterkant waar ze vaak staan te wachten op voorbijkomende prooi. “Zet in de Kosmos wat je wenst”, zegt zij tegen mij, “het wordt zò vààk verhoord…”

De vin van een snoek komt even boven het water uit. Het riet ritselt door de wind die er doorheen waait. Even verderop zwemmen dribbelend vier kuikens, die bescherming zoeken bij de ene zwaan. Terwijl de andere, tussen de kuikens en ons in, ons loom in de gaten houdt en doet alsof we er niet zijn.

Een kudde schapen. De meeste met al flink gegroeide lammeren. De ooien nog steeds met grote uiers, waaruit de uit de kluiten gewassen lammeren soms even drinken. Het ene ooi heeft drie lammeren. Het andere ook. Dan is er een met twee. Het ene zwarte ooi blijkt moeder van twee pikzwarte lammeren. Hoewel, hun vacht weerspiegelt ook een bruine waas. ’t Is warm en ze ademen in en uit alsof ze kortademig zijn. Eén schaap blaat klagelijk aan een stuk door alsof ze een lam kwijt is.

Een uitgebreide picknick van een groep jonge mensen, zo uitgebreid en Italiaans aandoend dat we graag een fotootje van en voor hen schieten.

De rododendrons tonen hun paarse en lila bloemen. De een nog groter dan de ander. De andere daarentegen wat kleiner dan de een. De stank van een dode rottende vis verraadt een zwarte dag.

Door de vele fietsers op het smalle pad even verderop, de meesten fietsend in lange groepen of in tweetallen, moeten we een stukje van onze route telkens uitwijken naar de smalle berm tussen twee grote, stille plassen, die lijken te wachten op de eenden en futen die vanavond terug zullen komen.

Natte jongens op een steiger. Meisjes zonnend op dierlijk uitgemonsterde luchtkussens in het water. Zo zien we vandaag ook nog een eenhoorn. Met een flinke plons springt een van de jongens het water in. Een andere haalt nog een bal van zijn fiets.

In de schaduw van hun huis zit een ouder echtpaar. Staren ze naar de groepjes mensen die zich wortelloos op ons pad voor hen van links naar rechts en van rechts naar links bewegen?

Met verrekijkers wordt het water tevergeefs afgetuurd of er op de plas nog een eend, fuut of zwaan te bekennen is. Kraaien kraaien hoorbaar in de verte.

Toch een futengezin. De ene heeft een kuiken op haar rug. De andere twee kuikens en een volwassen fuut zwemmen dichtbij het tweetal. Ze hebben ons gezien en het is alsof zij willen zeggen: Zo brengen wij hemelvaartsdag door, net als andere dagen.

De schapen hebben inmiddels de schaduw opgezocht.

Dit zijn zomaar wat waarnemingen in de tijd dat vandaag een vlinderstruik van een Utrechtse tuin in de mijne belandde. ’s Ochtends hingen haar blaadjes er slap en suffig bij. Bij thuiskomst blijkt de struik zich met water te hebben volgezogen. Ze ziet er nu stevig en vitaal uit. Het lijkt mij toe alsof ze eraan denkt binnenkort eens aan het formeren van bloemen te beginnen. Maar dat zal wel mijn inlegkunde zijn.

Familiegeheimen

Ik houd niet van familiegeheimen. Ze beginnen misschien onschuldig, maar groeien vaak uit tot een ingewikkeld vehikel voor de kinderen, die ermee opgroeien. Gisteren werd ik er weer met zo een geconfronteerd. Ik keek als ‘vaste gast’ van het Utrechtse filmhuis ’t Hooght naar “Verlies niet de moed”. Jan van den Brink, de nieuwe programmeur, stelde zich voor en Hella de Jonge leidde haar film in met een uitleg van de schilderijenwand die achter haar geprojecteerd werd.

Kinderen hebben volgens mij het recht, hoe beschamend of bezwarend ook, hun ouders te kennen.

Een doos blijkt de sleutel voor het oplossen van een heleboel van haar vragen. Vragen, die tot in haar 60ste levensjaar niet alleen onopgelost bleven, maar ook (onopgemerkt) aan haar bleven knagen. Ogenschijnlijk simpele vragen, zoals waarom in de huiskamer altijd een portret hing van een in onmin gevallen tante. Hoe haar ouders het indertijd in hun hoofd haalden haar en haar broer als kinderen rond etenstijd maar zonder eten alleen thuis te laten. Waarom ze plots, toen op haar openbare middelbare school een antisemitische leerkracht bleek rond te lopen, naar een Joods lyceum moest, terwijl ze niets van de Joodse tradities wist? Of waarom zij zich altijd teveel heeft gevoeld als ze met haar ouders was?

De Jonge wist ternauwernood de doos, waarvan zij het bestaan niet had vermoed, te verkrijgen. Anders had haar vader die ‘rotdoos’ weggegooid. De doos bleek gevuld met spullen uit de Tweede Wereldoorlog inclusief een familie-album. Zij besloot een film over de inhoud van de doos te maken en van de gesprekken die daaruit voortvloeiden.

In het kort kwam de voorgeschiedenis van haar ouders erop neer dat zij als Joodse burgers in de Tweede Wereldoorlog de keus hadden om zelfmoord te plegen, hun familie, dierbaren en iedereen in de steek te laten door op goed geluk te vluchten of zich als makke schapen te laten slachten. Zij kozen voor het tweede en wisten toen niet dat zij hun verdere leven een immens schuldgevoel mee zouden dragen. Te groot, te vernietigend, te zwaar.

Op het einde van de filmmakerij confronteerde De Jonge haar vader ermee dat hij een camera nodig heeft om openheid van een hoop zaken te geven. Haar vader, een ooit gevierd schrijver* van onder meer de KRO-serie “Het schaap met de vijf poten”, zegt daarop dat niet hij een camera nodig heeft, maar zij om hem eindelijk eens te confronteren met zijn verleden en hem de vragen te stellen die zij voor hem heeft.

In het geval van De Jonge zijn met het blootleggen van het immense schuldgevoel de familieverhoudingen hersteld.

Als gezegd, ik houd niet van familiegeheimen en denk dat iedere ouder er goed aan doet haar of zijn kinderen, uiterlijk zodra die als volwassenen hun eigen zelfstandige koers gaan ‘varen’, eens uit de doeken te doen hoe zij de andere ouder ontmoet hebben, wat daar allemaal aan vooraf ging en wat er naderhand allemaal aan belangwekkends gebeurd is. Kinderen hebben volgens mij het recht, hoe beschamend of bezwarend ook, hun ouders te kennen.

Bronnen: “Verlies niet de moed” van Hella de Jonge inclusief haar inleiding en de vragen en antwoorden achteraf (in goed Nederlands aangeduid als ‘Q&A’) op 25 april 2017. Klik hier voor de website van ‘Verlies niet de moed’.

____________
* “Ik hoor de laatste tijd steeds vaker van krantenjongens, die begonnen zijn als miljonair” Klik hier voor een overzicht van het werk van de vader van De Jonge.

Onverdeelde aandacht

Een kennis van mij was op zoek naar een andere baan. Dat heb je soms in je leven. Vroeger niet, maar dat was ook wel saai: van je 17de tot je 65ste bij dezelfde werkgever zonder echt vooruit te komen om vervolgens van een schamel maar leefbaar pensioen de laatste dagen zonder verplichtingen door te brengen. Tot mijn vaders voorgeslacht hadden de mannen in mijn stamboom hun leven lang één ambacht.

Mijn kennis wist dat solliciteren alleen onvoldoende kansen op vernieuwing bood, dus hij voerde regelmatig netwerkgesprekken. Zo kwam hij bij een vroegere klant van hem in de werkkamer. Hij had zijn gesprek goed voorbereid en hij was een ervaren marketier dus netwerken was voor hem gewoon.

De telefoon ging en zijn gesprekspartner verontschuldigde zich om vervolgens een vraag van een van zijn cliënten te behandelen. Vervolgens zette de gesprekspartner en mijn kennis het gesprek voort.

De telefoon ging weer en zijn gesprekspartner verontschuldigde zich een tweede keer om vervolgens met zijn leidinggevende een prioritering voor een komende bestuursvergadering te bespreken. Vervolgens zette de gesprekspartner en mijn kennis het gesprek voort.

En weer ging de telefoon en weer verontschuldigde zijn gesprekspartner zich, maar nu was het mijn kennis:
“Met Jan Cornelissen, zou ik je even kunnen spreken?”
“Ja, natuurlijk, Jan, maar, uhhh, je zit hier toch bij mij? Waarom bel je mij?”
“Omdat ik even je onverdeelde aandacht wil.”
“(zucht) Oh ja. Ik begrijp het. Wacht, ik zet je even in de wacht want er komt net een ander gesprek binnen.”

Bron: Mijn kennis, die niet ‘Jan Cornelissen’ heet. Het eind is overigens een idee van een vriend van mij, met wie ik vanmorgen onder meer het imbeciele fair-, i- en smartphonegedrag in het openbaar van onze volksgenoten besprak. In werkelijkheid heeft de gesprekspartner, na de actie van mijn kennis, zijn secretaresse gebeld om nieuwe telefoontjes af te vangen.

Een man met Korsakov*

De eerste keer dat ik hem in oktober uitgebreider sprak, vroeg hij of ik interesse had in zijn ondernemingsplan. Daarop liet hij mij 3 velletjes zien met een vet, minstens driemaal groter lettertype dan gebruikelijk. Op elk velletje las ik 2 à 3 regels. Hij ging Jaquars verhuren met of zonder hem als chauffeur. Hij had alleen nog geldschieters en klanten nodig. De eersten om 3 verschillende Jaquars te kopen en de laatsten om inkomsten te genereren. Zijn droom zou volgende week al in vervulling kunnen gaan, want de banken toonden interesse in zijn plan.

De volgende keer had hij een paard gekocht en een nieuw businessplan ontwikkeld: Hij zou hele dagen vanuit huis gaan telefoneren, waarmee hij flink geld zou gaan verdienen. Die keer vertelde hij ook in 3 huizen te wonen. Dus dat geld was hard nodig. Hoewel, de was zou zijn moeder blijven doen. Last but not least zou zijn accountant hem binnenkort trakteren op een diner.

Daarna, het was inmiddels half november, zou hij komend voorjaar een vriend gaan helpen met de verhuur van zomerhuisjes. Hij was wat zakelijker dan die vriend, legde hij mij uit, dus die vriend had zijn hulp hard nodig. Hij zou zijn diensten aanbieden tegen een vriendenprijs, te weten reiskosten, kost en inwoning.

Na enige tijd kreeg ik een enthousiast telefoontje van hem. Hij had een nieuwe keuken gekocht, waardoor zijn ‘voor de helft onder water staande huis’ nog slechts voor 10% ‘onder water zou staan’. En dat was niet het enige goede nieuws. Hij had ook een Peugeot gekocht en zou voor Uber gaan rijden.

Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen

Weer wat later kreeg ik de vraag hem bijna € 600 voor te schieten voor een 4de huis. Het leek mij geen verantwoorde investering van mijn geld en ik werkte aan dat nieuwe project niet mee.

Weer later kreeg ik een sms-je dat hij ergens in Frankrijk met honger naast zijn Peugeot stond. Het was avond en hij had heel de dag slechts één broodje gegeten. En dat kwam allemaal doordat ik niet meewerkte.

Vervolgens kondigde hij begin december aan terstond uit mijn leven te verdwijnen, omdat hij toch niets aan mij had. Hij had duidelijk teveel gedronken en hij was woedend op me. Als in een slecht toneelstuk zei hij nooit meer met mij te willen praten; en ging vervolgens nog zeker een half uur door met tegen me aan te praten. Nou ja, praten? Hij nam geen afscheid en trok de deur zachtjes achter zich dicht.

Daarna bedreigde hij mij een keer. Nu hij toch “nooit meer” met mij wilde praten heb ik hem toen direct maar geblokkeerd. Het waren overigens geen enge bedreigingen, want ik ken hem deze 10 weken als een goed-bedoelende man met een vriendelijk karakter. Nee, het waren kinderlijke intimidaties en uitdagingen van het niveau ‘Pak me dan, als je kan, je kan me toch niet krijgen’. In mijn beleving niet passend bij zijn 54 jaar.

Overigens ontmoette ik deze man als privé-persoon en niet vanuit mijn coachingbureau.

___________________________
* Het Syndroom van Korsakov is een ziektebeeld met een combinatie van ziekten in de spijsverteringsorganen van mond tot lever en alvleesklier en psychische problemen, zoals een specifiek geheugenverlies en gedragsstoornissen. Veelal zitten mensen ‘met Korsakov’ tot hun nek in maatschappelijke en sociale problemen. Het syndroom wordt veroorzaakt door alcoholmisbruik en een tekort aan vitamine B1, hetgeen met alcoholmisbruik kan samenhangen. Over het algemeen zijn de toekomstperspectieven voor een Korsakovpatiënt weinig rooskleurig, hetgeen vaak leidt tot ontkenning van hun problemen en weer nieuwe psychische problemen.

Bron: “Het syndroom van Korsakov” (2004) door Klaas Arts, uitgegeven door De Gelderse roos in Wolfheze.

Kaartje

Vandaag vond ik een klein kaartje in mijn brievenbus. Het kan er al een tijdje in gelegen hebben. Zo klein was het. Het kwam van een zoon van me en zijn huisgenote. Er stond een wens op, die ik graag met al mijn lezers en niet-lezers deel:

MERRY EVERYTHING AND A HAPPY ALWAYS

Selluf toen

Als kind had ik het al; en nu heb ik het weer eens klaargespeeld: het begon met een idee. In plaats van een bank, die zelden of nooit gebruikt wordt, wilde ik naast mijn bureau een werktafel in mijn werkkamer en wel eentje waaraan ik zowel staande als zittend kan werken.

De lengte en breedte van het werkblad maakten de aankoop van een bestaand exemplaar onmogelijk. Vandaar dat ik besloot het hout zelf te verlijmen. Na tekenen en aankopen veranderde mijn woonkamer in een werkschuur. Het lijmen was het probleem niet; het verwijderen van lijm op het bovenblad des te meer. En dat terwijl ik het paneel met de bovenkant naar boven had laten drogen.

Vervolgens bevestigde ik de dragende balken onder het werkblad en de constructies om de poten vast te maken. Het grote geheel, met een gewicht van 30 tot 40 kg, moest buitenom naar boven. Dat kon ik klaarspelen in combinatie met een schilderklus. De schilder wilde me wel een handje helpen. Dat ging bijna fout, toen de ladder waarop ik stond weggleed. Maar ‘bijna’ is niet helemaal. Het werkblad kwam ongeschonden op zijn plaats. Ik met een handgrote blauwe plek, de schilder met een scheut adrenaline in zijn lijf en mijn buren kwamen ‘met de schrik vrij’.

Daarna hielp een zoon van mij met het aanbrengen van de poten, het verstevigen van heel die constructie en het plaatsen van een onderblad. Op het onderblad kan ik dan in een ‘dode hoek’ onder het werkblad een printer en computertoebehoren kwijt. Onvoorziene omstandigheden waren dat de muren in mijn werkkamer geen van alle recht lopen en dat ook de vloer in het midden lager is dan aan de randen. Dat bleek goed oplosbaar doordat de 5 poten nog vastgemaakt moesten worden. Het veroorzaakte stof liet ik neerdalen en ik bereidde het aflakken voor. Op advies van de schilder gebruikte ik daarvoor wat in goed Nederlands ‘White wash’ genoemd wordt.

Vervolgens was het de beurt aan horizontale plinten voor een nauwe aansluiting van het werkblad op de ronde muren. Ik kocht een gebruikte barkruk, die in hoogte verstelbaar is, en een led-lichtsnoer voor verlichting onder de tafel. En nu is alles geïnstalleerd en in gebruik.

Alles bij elkaar was dit een project van 2½ week, waarin ik verspreid over 4 dagen zo’n 20 uur aan het blad gewerkt heb, mijn zoon 5 uur en de schilder 1, exclusief het consumeren van koffie en het zelfgemaakte appelgebak. En het is mooi geworden! Mijn woonkamer is daarnaast ook nog schoner dan toen ik aan dit project begon. En ik vind het echt leuk om van een plannetje te komen tot een tastbaar resultaat dat helemaal voldoet aan mijn wensen. Met dank aan de leveranciers, de schilder en mijn zoon natuurlijk.

Niet te missen films

Vorige week zag ik dat er in Utrecht 2 films draaiden die vanwege de regisseur mijn interesse hebben: “Café Society” van Woody Allen en “Julieta” van Pedro Almodóvar. Dit weekend bezocht ik ze beide.

Wat een verschillen en welk een overeenkomsten. Beide films gaan over ‘het gewone leven’, over familiegeheimen, over gebeurtenissen die ons allemaal zouden kunnen overkomen en – waarschijnlijk op een of andere manier – misschien wel overkomen zijn. Hoe om te gaan met een onbeantwoorde liefde. Helpt het een ander te trouwen? Hoe om te gaan met schaamte? Doen alsof er niets beschamends is gebeurd? Ben je werkelijk in staat om je reactie te kiezen? Wat kiezen we en wat overkomt ons?

Voor een oppervlakkige gezellige avond zou ik ‘Café Society’ adviseren. Ik vond het een echte Woody Allen-film. Een kijkspel met heerlijk druk gepraat. Contacten die geen contacten zijn, net als wij dagelijks meemaken. Wonderlijke en toch geloofwaardige wendingen. En uiteindelijk – haast zonder het te benadrukken – geeft Allen aan ons als kijkers mee dat we stuk voor stuk niet alleen zijn met onze onverteerbare gevoelens. Misschien maakt Café Society sentimenten los, waarvan we al niet meer wisten dat we ze vakkundig ooit weggestopt hadden. Het gewone leven met als hoofdvraag: “Wie zou ik nou toch eigenlijk zijn?” Of om het dichterbij te brengen zonder de clou weg te geven: wanneer u, lezer, in Elburg geboren en getogen zou zijn, zou u dan dezelfde ‘u’ zijn als wanneer u heel uw leven in Groningen of Amsterdam had doorgebracht?

‘Julieta’ heeft naar mijn idee het hoge niveau van Almodóvars ‘Hable con Ella’, ‘Tie Me Up! Tie Me Down’ en van zijn ‘Volver’

Met ‘Julieta’ voegt Pedro Almodóvar volgens mij een nieuw genre toe aan zijn prachtige, maar buitenissige oeuvre. Julieta is een gewoon mens zonder de theatrale grenzenloosheid in veel van zijn eerdere films. Dit keer is de hoofdrolspeelster niet iemand die in coma ligt, geen overledene, geen transseksueel en geen drugsverslaafde non. De emoties van Julieta zijn alleen zichtbaar in haar lichaamstaal; klein gehouden en zo overtuigend dat het benauwend voelt. Hoe – bovendien – een haast onbenullig toeval onze levensloop drastisch kan veranderen, wanneer we daardoor weer gaan voelen wat er te voelen valt. Hoe ‘hoop’ ons energie geeft en de moed om door te gaan. Natuurlijk zijn er buitenissige elementen in ‘Julieta’, maar nu slechts als garnering; het gaat Almodóvar er met deze film volgens mij om ‘herkenbaar te tonen hoe iemand kan omgaan met wat ondraaglijk is’ en wat de gevolgen zijn van hoe Julieta dat doet. Het gewone leven; Almodóvar brengt het overtuigend en dat voelt ongemakkelijk.

‘Julieta’ heeft naar mijn idee het hoge niveau van Almodóvars ‘Hable con Ella’ (2002), wat ik beschouw als een superieure film-uitwerking van al onze liefdesrelaties. Van ‘Tie Me Up! Tie Me Down’ (1989), wat de weg van een gewone man naar een beroemde vrouw laat zien; een weg die absoluut not done is maar waar ik toch sympathie opbreng als ik me in die man verplaats. En van zijn ‘Volver’ (2006), wat het onmogelijke en toch geloofwaardige verhaal vertelt van overdraagbare lotgevallen die grootmoeder, moeder en dochter overkomen. “Wij zijn niet gelukkig met de keuze van onze mannen”, zegt de grootmoeder al als ze in Volver de helft nog niet weet… Ook de familieverhalen in ‘Julieta’ zitten zo in elkaar dat bepaalde gebeurtenissen lijken te kleven aan opeenvolgende generaties binnen een en dezelfde familie. Mij spreekt deze invalshoek aan.

Nee, niet voor een ontspannen avond, maar wel voor als u open staat voor nieuwe overdenksels, zou ik u ‘Julieta’ aanraden. Als levensles zouden de 40-plussers onder u, omdat die inmiddels kunnen terugkijken op hun leven, deze film volgens mij echt niet mogen missen. En ‘Café Society’s’ humor met een boodschap ook niet.

Iedereen op vakantie

Ik houdt nog even vakantie. Ik ben weliswaar door pech veel eerder ervan terug, maar geniet nu volop van mijn sociale contacten, van wat Utrecht me te bieden heeft en ik wandel extra veel. En ik verwonder me over nieuws dat ik volg: “In zeven Duitse steden waren volgens de organisatoren 320.000 mensen op de been. De politie houdt het op zo’n 180.000”. Dan gaat het over demonstraties tegen CETA, TiSA en TTIP.

Ik vraag mij ook tijdens mijn vakantie af hoe het komt dat in dat grote Duitsland zo weinig mensen iets doen tegen ontwikkelingen die mensen als u en ik momenteel het meest bedreigen.

Ik beschouw momenteel – naast veel goeds dat ons leven ons in dit deel van de wereld te bieden heeft – als grootste bedreigingen voor ons aller welzijn van ‘a’ tot ‘w’:
– de afkeer die de Europese Unie (EU) oproept bij mensen die te leiden hebben onder het beleid van deze unie (de door stemming gebleken EU-afkeer van de inwoners van Groot-Brittannië, de EU-afkeer van heel veel Grieken, Ieren, Italianen, Portugezen en Spanjaarden, en ook de EU-afkeer van veel mensen in alle andere unielanden).
– het gebrek aan politieke interesse, of het gebrek aan inzicht dat heel veel van onze belevenissen door de politiek ‘gestuurd’ worden,
– klimaatverandering,
– de (neo-)liberale koers die de EU gaat, die onherroepelijk tot allerlei maatschappelijke spanningen gaat leiden. Bovenstaande verdragen zie ik als bekroningen op 35 jaar neoliberaal uniebeleid, waarbij de macht van multinationals dan eindelijk wettelijk vastgelegd zal gaan worden,
– de ontwikkeling mensenrechten en bescherming van de privacy uit te hollen en los te laten waardoor schenders van mensenrechten in de ene staat door de elite in een andere omarmt worden en
– de walging die de EU oproept bij de mensen buiten deze unie.

Ik verwonder mij erover dat mijn zorgen niet alom gedeeld worden. Ik lees dus dat 180 tot 320.000 mensen in Duitsland de straat opgegaan zijn om ongunstig tij te keren. Dat betekent dat zaterdag jl. ruim 80.500.000 Duitsers – net als ik – andere dingen belangrijker vonden.

Ik denk steeds aan de luisteraars naar het orkestje op de Titanic; lekker doorfeesten met ons allen, ook al is mondiaal, maar voor ons meestal buiten gezichtsveld, 1 op de 120 mensen ontheemd.

Maatschappelijke spanningen nemen toe. Net als ongelijkheid. De macht van rijken op aarde wordt ongelimiteerd uitgebreid ten koste van de knechting van anderen. Ook van mensen zoals u en ik in geïndustrialiseerde rijke landen, en vooral ook van mensen in armere ontwikkelde landen en het meest nog overal buiten ons gezichtsveld.

Ik houd toch nog even vakantie, maar op 22 oktober ga ik de straat op. Tegen CETA, TiSA en TTIP.

Bron: “Protesten in Europese steden tegen TTIP en CETA” door de buitenland-redactie van NOS via http://nos.nl op 17 september 2016.